Samengevat komen de antwoorden op het volgende neer:
1. Iedere Nederlander boven de 18 jaar mag stemmen.
2. De instelling overhandigt de stempas aan de cliënt.
3. Als de cliënt niet kan stemmen, overlegt de instelling met de vertegenwoordiger.
4. De cliënt mag iemand anders voor zich laten stemmen. Bij voorkeur de vertegenwoordiger of iemand uit zijn naaste kring.
5. Hulp bij het vervoer naar het stembureau is de verantwoordelijkheid van de cliënt of zijn vertegenwoordiger. Kan de cliënt dat niet of is hij daartoe niet bereid, dan kan de instelling daarvoor zorgen. Over eventuele kosten daarvan wordt vooraf overlegd.
6. In het stembureau wordt niet gekeken of iemand zijn wil kan bepalen.
7. Hulp in het stemhokje is alleen mogelijk voor mensen met een fysieke beperking. Aan mensen met een verstandelijke beperking kan er uitleg worden gegeven, buiten het stemhokje, over het gebruik van het stembiljet.
U vindt de notitie in de bijlage.
Lees hier het artikel over de Taakgroep Handicap en Lokale Samenleving, die een verkiezingstour organiseert langs alle provinciehoofdsteden.

