Achtergrond

Gijs Wanders over communicatie: ‘Goed luisteren is je mond houden’

Leestijd: 6 minuten

Gijs Wanders kwam jarenlang als nieuwslezer onze woonkamers binnen. Tegenwoordig zit hij regelmatig bijeenkomsten in de gehandicaptensector voor, gedreven door zijn dochter Vera die een beperking heeft, maar hem bovenal steeds weer laat zien hoe belangrijk goede communicatie is.

Foto van Gijs Wanders

Waar komt uw betrokkenheid bij de gehandicaptensector vandaan?

‘Onze dochter Vera heeft onder andere Gilles de la Tourette en een lichte vorm van autisme. We adopteerden haar als baby en op een gegeven moment ontdekten we dat zij zich anders ontwikkelde dan anderen. Haar motorische ontwikkeling begon laat, ze maakte dingen stuk en haar onverklaarbare gekrijs ging door merg en been. Het was moeilijk om te ontdekken wat er aan de hand was. Uiteindelijk concludeerden deskundigen dat ze nooit het niveau van een zesjarige zou overstijgen en dat ze waarschijnlijk geen geweten zou ontwikkelen. Die uitspraken echoën nog steeds in mijn hoofd. Maar ze maakten ons ook strijdlustig.

Op welke momenten echoot dat?

‘Eigenlijk permanent. Je weet dat deze wereld ingewikkeld is, niet altijd even sociaal. Dat roept angst op: hoe redt zij zich als wij overlijden? We hebben later zelf nog een dochter gekregen. Zij is dol op Vera en bovendien ontwikkelt Vera zich heel goed. We doen alles om haar leven te verrijken. Verhalen van andere ouders bieden troost en inspiratie. Vera heeft nu een eigen appartement en een baan bij Per Saldo als gastvrouw. Ze is 35 en staat goed in het leven. Als je het haar vraagt, weet ik zeker dat ze zegt dat ze gelukkig is. Wij zijn ontzettend trots op haar. Destijds hebben we gezegd: we gaan kijken naar wat je wél kunt, zonder dat je op je tenen hoeft te lopen. We vieren elk succesje.’

Wat vierden jullie recent?

‘Door corona heeft Vera nu een jaar niet kunnen werken. Mijn vrouw en ik zijn in 2018 van Hilversum naar Apeldoorn verhuisd, en omdat het hier zoveel rustiger en groener is, is zij ook hierheen verhuisd. Toen haar werk stillag, wilden we voorkomen dat ze zou vereenzamen. We hebben samen een kitten uitgezocht en een schema gemaakt, zodat ze iedere dag een taak heeft. Ik ben naar het ouderencentrum in de buurt gegaan om te vragen of Vera daar vrijwilligerswerk kon doen. Ze was welkom. In overleg met Vera heb ik onder haar nieuwe collega’s een A4’tje uitgedeeld. Daarin staat dat ze niet te veel van haar moeten vragen, maar dat ze alles kan leren, als je het maar goed uitlegt. Dat werkt perfect. Dus dat is ons meest recente succesje.’

U stapt op anderen af om hen bij Vera te betrekken. Kan de sector daar iets van leren?

‘Wat ik vooral wil meegeven is dat de communicatie vaak beter kan: naar ouders, samenwerkingspartners én de samenleving. Een voorbeeld. Vera werd in 2013 ziek, een tumor in de alvleesklier. Voor ons eerste bezoek heb ik de arts van het UMC Utrecht gemaild: praat straks alsjeblieft met Vera, niet met ons over haar. Dat deed hij. Hij nam de tijd, gebruikte de juiste woorden en sloot elke keer af met: snap je het? Dat leverde heel veel op. Toen ze onder narcose ging, was dat met een grote glimlach. Hij heet dokter Vriens en ze noemde hem steeds “mijn vriend”. Het levert zóveel op om in communicatie te investeren. Dat geldt voor iedereen: van professionals op de werkvloer tot bestuurders. Luisteren betekent dat je je mond moet houden en écht vragen wat die cliënt of de familie wil. En doorvragen, want achter elk antwoord zit een verhaal.’

‘Goed luisteren is je mond houden’

Gijs Wanders

De cliënt betrekken is al een paar jaar het streven in de sector. Wat is uw beeld, hoe gaat dat?

‘Het gaat een stuk beter dan een jaar of tien, twintig geleden. Toen ze een jaar of acht was, konden we de opvoeding van Vera niet meer aan. Onze andere dochter durfde niet meer naar huis, we gingen er met z’n allen aan onderdoor. Toen ze het huis uit moest, voelde dat als verraad. De eerste zes weken mochten we haar niet zien. Dat was toen het beleid. Het voelde ondraaglijk. Vera had twee pijnlijke ervaringen, waarover niet goed met ons werd gecommuniceerd. Toen zij voor het eerst in een kleine woongroep in de wijk ging wonen, ging een jongen uit de buurt die ze niet kende, mee naar haar kamer. Hij deed de deur op slot en probeerde haar aan te randen. De leiding verbood haar die gebeurtenis aan ons te vertellen. Later verhuisde Vera naar een woonvorm in Almere, waar mensen met en zonder beperking wonen. De overige huurders bleken echter niets van haar komst te weten, wat zorgde voor een slechte sfeer. Voor de deur stonden steeds hangjongeren waardoor Vera niet naar buiten durfde. We hebben het aangekaart, maar er werd niks mee gedaan. Een bewoner belde steeds bij Vera aan. Hij was groot en sterk. De zorgorganisatie zei dat ze de politie maar moest bellen. Ik zei: “Ze voelt zich dagelijks onveilig. Zouden jullie je eigen kind hier laten wonen?” Om een duurzame vertrouwensband met ouders op te bouwen, moet je je in hen verplaatsen.’

U bent regelmatig dagvoorzitter of gespreksleider bij bijeenkomsten waar bestuurders, zorgprofessionals, mensen met een beperking en ouders bij aanwezig zijn. Lukt het u om neutraal te blijven?

‘Tijdens die bijeenkomsten refereer ik vaak aan mijn eigen situatie. Als ik denk dat anderen er iets van kunnen leren, zeg ik dat. Dan ben ik even niet de onafhankelijke dagvoorzitter. Verder probeer ik ervoor te zorgen dat er een tafeldame of -heer met een beperking naast me zit. Dan weet ik dat er goede vragen worden gesteld. Organisaties vinden dat meestal eng. Ik zeg dan: “Vertrouw op mij. Ik zorg dat we elkaar vooraf spreken; het komt goed.” De interactie levert vaak kippenvelmomenten op. Zoals het verhaal van een cliënt met een negatief zelf-beeld, die pas moeder was geworden, maar haar kind niet zelf kon opvoeden. Zij nam deel aan project Make Yourself Proud Again, waarin de deelnemers samen sporten. Daar vond ze vriendschap en eigenwaarde. Uiteindelijk kon ze de opvoeding weer aan. Van zo’n verhaal kan ik zo gelukkig worden. Toen besproken werd of dit project moest worden voortgezet dacht ik: nou, dat is voor mij niet eens een vráág. Met drie uitroeptekens: verlengen!!!’

Hoe belangrijk is sport voor mensen met een beperking?

‘Ik kan niet genoeg benadrukken hóe belangrijk. Tijdens een congres over leefstijl stond eens een veel te zware cliënt op. Ze vroeg: weet je waarom wij zoveel chips eten? Omdat alles voor ons wordt beslist. Er wordt niet naar ons geluisterd. We zijn vaak ongelukkig en eten dat weg met chips. Na haar operatie zijn Vera en ik samen gaan wandelen. Eerst vijf, toen tien, daarna vijftien kilometer. Daarna wilde ze meedoen aan de Nijmeegse Vierdaagse. Die hebben we inmiddels al vier keer uitgelopen. Ze moest elke ochtend om half vier opstaan terwijl ze veel slaap nodig heeft, liep veertig kilometer per dag en kreeg met 45.000 medelopers eigenlijk te veel prikkels binnen, maar ik zie wat sporten met Vera doet. Het geeft haar zelfvertrouwen en maakt haar trots.’

Profiel 

Gijs Wanders Geboren op 13 april 1950 in Winschoten.

1971 - 1975 Journalist Winschoter Courant
1975 - 1976 Wereldreis met echtgenote Hilda
1977 - 1978 Nieuwsblad van het Noorden
1978 - 1980 Oorlogscorrespondent voor De Tijd, Vara, en GPD
1980 - 2005 NOS-radio (onder meer Met het Oog op Morgen) en NOS-tv (verslaggeving en nieuwslezer bij het Journaal)
2005 - heden Filmen, schrijven, presenteren

Wanders is naast dagvoorzitter bij VGN-bijeenkomsten ook gespreksleider van de Ruimtemakers, opgericht door de VGN samen met Ieder(in) en KansPlus. De Ruimtemakers is een groep van mensen met een beperking, ouders, bestuurders, wetenschappers en cliëntenorganisaties die gezamenlijk en met open blikken actuele onderwerpen over corona en dilemma’s binnen de gehandicaptensector bespreken.

Foto van Gijs Wanders

Door Annette Wiesman
Foto's Aleid Denier van der Gon 

Annette Wiesman

Deze pagina is een onderdeel van: