‘Gehandicapte mensen zijn precies hetzelfde als jullie’, zegt Kees Broers (73). ‘Die boodschap moet je erin pompen, het is een kwestie van opvoeding.’ In mei gaf hij voorlichting over pesten aan schoolleerlingen. Dat deed hij in het kader van de campagne Nederland Onbeperkt.

‘Toen ik jong was noemden ze me “ongelukkig”’, zegt hij. ‘Later werd het “spastisch” en nu “cerebrale parese”. Ik ben lichamelijk gehandicapt maar wordt vaak gezien als iemand die ook een verstandelijke beperking heeft. Zelf voelde ik me als kind veilig en geaccepteerd. Ik was het enige gehandicapte kind op school. Ze waren eraan gewend. Iedereen had me op de speelplaats wel een keer opgeraapt. Het waren de beste jaren van mijn leven. Mijn klasgenoten van toen hebben geen vooroordelen als ze iemand ontmoeten met een beperking. Ze vinden het een voorrecht om samen met mij te zijn opgegroeid.’