Achtergrond

Sociale wijkteams ‘We staan goed op de kaart’

De samenwerking met gemeenten en sociale wijkteams is een hele zoektocht. Maar bij Amarant loopt het ‘behoorlijk goed’. ‘We grijpen elke kans aan om de doelgroep in beeld te brengen.’ Op pad met het wijkteam.

De tatoeages in zijn hals eindigen in een vlammend patroon op de onderkaak, je zou er symboliek in kunnen zien. Naftali Maelissa (33) uit Tilburg wilde zichzelf al heel lang veranderen. ‘Bijvoorbeeld in 2005, in 2007 en in 2012’, zegt hij. ‘Moeilijke periodes met veel problemen. Ik ben een onzeker iemand. Met veel slechte herinneringen.’ De wil ontglipte hem telkens opnieuw, het escaleerde voortdurend. Agressie, alcohol, XTC en vier, vijf keer opgepakt door de politie. 
De GGZ kon hem niet helpen. ‘Ze luisteren niet’, zegt Naftali. ‘Ze schrijven alleen maar onzin. Bijvoorbeeld dat ik rust moest houden. Maar ik ben een praktijkmens.’ Zijn wanhoop bereikte vorig jaar het dieptepunt. ‘Ineens stond het crisisteam voor de deur!’, zegt hij. ‘Ik dacht: ‘Wow, waar komen die mensen vandaan!’ Iedereen kwam me helpen.’
Sinds bekend is dat hij een beperking heeft, gaat Naftali per dag vooruit. Hij heeft een beschikking voor BZW (Begeleid Zelfstandig Wonen) bij Amarant en wordt tijdelijk behandeld in het FACT-team (Flexible Assertive Community Treatment). ‘Mijn begeleiders zeggen wat ik moet doen’, zegt Naftali. ‘Zo van: “Luister eens; jij gaat nu luisteren.” Strenge lijntjes. Dat had ik nodig.’

Andere taal
Toen een paar jaar geleden bekend werd dat de geldstromen voor ambulante gehandicaptenzorg van de landelijke AWBZ naar de gemeentelijke Wmo werden verschoven, liet Amarant er geen gras over groeien. Binnen de kortste keren zaten ze om de tafel met de ongeveer zestig gemeenten binnen het zorggebied om de toekomstige gang van zaken te bespreken. ‘Tot die tijd was onze doelgroep in de eerste plaats cliënt van Amarant en in de tweede plaats burger’, schetst Anita Paulissen de transitie. ‘Iemand kreeg een indicatie voor pakweg 25 jaar. Sinds de transitie zijn onze cliënten in de eerste plaats burger en bepaalt de gemeente welke zorg iemand nodig heeft.’
Volgens Anita Paulissen kan de nieuwe werkwijze voor veel cliënten een vooruitgang zijn. Op één voorwaarde: dat de gemeente ook werkelijk de zorgbehoefte van haar cliënten weet te doorgronden en verantwoordelijkheid neemt. Paulissen: ‘Ambtenaren spreken een andere taal dan zorgverleners. Ze hebben het liefst vijftig cliënten met dezelfde zorgvraag, zodat ze met standaardoplossingen kunnen komen. Wij hebben ze ervan overtuigd dat onze cliënten op alle terreinen individuele behoeften hebben. Ook vereist het inzicht om bij mensen met een licht verstandelijke beperking de juiste zorgvraag te achterhalen. Want achter een vraag schuilt vaak een heel andere vraag. Dat zie je aan iemand als Naftali. Sinds bekend is dat hij een beperking heeft, krijgt hij een passend antwoord. De rust is weergekeerd. Voor hemzelf, voor zijn gezin en voor de wijk.’

Intensieve samenwerking
Een jaar na de invoering van de nieuwe Wmo laten nog veel zorginstellingen wanklanken horen: gemeenten hebben onvoldoende kennis van de doelgroep en het lijkt moeilijk om de kennis vanuit de sector op een goede manier beschikbaar te maken voor sociale wijkteams. Maar bij Amarant verloopt de samenwerking naar eigen zeggen behoorlijk goed. Onder meer doordat een aantal grote gemeenten – zoals Breda en Den Bosch – medewerkers van Amarant heeft gedetacheerd bij sociale wijkteams van de gemeente, zodat ook de deskundigheid van de gehandicaptenzorg vertegenwoordigd is. De gemeente Tilburg heeft zelfs een apart ‘expertiseteam’ opgericht voor advies en feedback bij moeilijke casussen. In zo’n team zijn vakspecialisten vanuit verschillende domeinen vertegenwoordigd.
Ook is Amarant afgevaardigd in het Stedelijk Bemoeizorgteam voor zorg aan zorgmijdende burgers. Dat Bemoeizorgteam is weer een onderdeel van het Veiligheidshuis in Tilburg, waar onder meer GGZ, GGD, gehandicaptenzorg, politie, justitie, verslavingszorg en schuldsanering zetelen. Die verschillende disciplines hebben dagelijks gezamenlijk overleg, bijvoorbeeld over casussen van overlast. Omdat ze samen één gebouw delen, treffen ze elkaar in de wandelgangen en lopen gemakkelijk bij elkaar binnen. Dat voorkomt dat vijf of acht instanties intensief langs elkaar heen werken bij multi-probleemgezinnen, zoals in het verleden kon gebeuren.
Tonny de Brouwer is senior begeleider bij Amarant en lid van het expertiseteam. ‘In Brabant staat Amarant goed op de kaart’, zegt ze. ‘Onder meer dankzij onze eigen inspanning; wij grijpen elke kans om de doelgroep bij de gemeenten in beeld te brengen. Onlangs hebben we een Tilburgse beleidsmedewerker een dag laten meelopen met het BZW-team. En natuurlijk gaat er bij ingewikkelde toegangsprocedures wel eens iets fout. Dan koppelen we dat terug en vragen er een gesprek over aan. Het wordt heel serieus genomen.’

Social return
Er is wederzijds begrip voor elkaars belangen. De gemeente Tilburg vraagt social return van zorginstellingen; een positieve bijdrage van cliënten aan zorginstelling of samenleving. Zo werkt Naftali bij de groenvoorziening van Amarant, en is ervaringsdeskundige Pascalle van de Zilver (47) als BIT-consulent (Ben Ik Tevreden) ingezet.
Ook van Pascalle is de verstandelijke beperking jarenlang niet erkend. Uit onmacht schold ze regelmatig de hele buurt bij elkaar. Lelijke woorden die ze niet graag herhaalt, thuis, op haar werk en in de straat. Tegenwoordig gaat ze er in haar eentje met een aktetas op uit om bij medecliënten van Amarant cliënttevredenheidsonderzoeken af te nemen. Min of meer als collega van andere medewerkers van Amarant. Ze is zo geschikt voor haar functie als ervaringsdeskundige, dat óók de gemeente Tilburg haar graag als adviseur inschakelt bij beslissingen over gehandicaptenzorg. Amarant onderzoekt de mogelijkheden.
Ook overweegt Amarant om haar te betrekken bij de ouder-kind cursus, om cliënten met een kinderwens een realistisch beeld te geven van een leven met kinderen. ‘Ik vind dat een heel belangrijk thema’, zegt Pascalle. Zelf heeft ze haar kinderwens al vijftien jaar geleden laten varen. ‘Omdat ik weet dat ik ze zou mishandelen. Honder procent zeker. En iedereen kan zeggen dat het niet zo is. Maar ik wéét dat het wel zo is.’

Op- en afschalen
De transitie heeft gevolgen gehad voor de werkwijze binnen de zorginstelling zelf. Ook dat loopt naar behoren, dankzij een degelijke voorbereiding in het voortraject.
Districtmanager Ambulant Ad Vermeulen is bij Amarant verantwoordelijk voor het Wmo-beleid. ‘We hebben ruim van tevoren een leergang ontwikkeld voor alle medewerkers die ambulant werken’, zegt hij. ‘Thema’s waren bijvoorbeeld: Wat gaat er inhoudelijk veranderen? Welke nieuwe competenties vereist dat? Waar moeten wij anders in gaan denken en handelen? Een voorbeeld van zo’n nieuwe competentie is het op- en afschalen. De zorgbehoefte van een cliënt kan in de loop der tijd immers enorm fluctueren. Dus zodra een cliënt met minder toe kan, moeten zorgverleners niet schromen om af te schalen. En omgekeerd.’
Om dat op- en afschalen te vergemakkelijken, heeft Amarant hybrideteams geformeerd, een team van zorgverleners speciaal voor cliënten die tijdelijk meer zorg nodig hebben en misschien zelfs behandeld moeten worden. Hybrideteams vormen de schakel tussen BZW-teams voor mensen die prima functioneren met een beetje zorg, en zware FACT-teams voor ambulante cliënten die behandeling nodig hebben. Ze zijn sinds 1 januari 2016 een officieel onderdeel van de zorg bij Amarant. ‘Een schokkende gebeurtenis kan iemand tijdelijk terug brengen bij af’, zegt Tonny de Brouwer. ‘Als je daar niet op reageert, ontstaan er opnieuw problemen die ook de gemeente aangaan. Overlast, geweld en onveiligheid in de buurt. Je moet daar alert op blijven.’

Beter zo
Naftali is inmiddels op bepaalde onderdelen weer ‘afgeschaald’. Het gaat uitstekend met hem, hoewel begeleidster Judith de Vries voor hem nog steeds haar hand niet in het vuur durft te steken. Hij is destijds via het gemeentelijk bemoeizorgteam bij het sociale wijkteam beland, en via het wijkteam bij Amarant.
Hetzelfde traject heeft Nathalie Kok (30) doorlopen. ‘Woef’ staat bij de voordeur in rode letters op de kokosmat. Voor Nathalie zijn haar honden en katten als kinderen: ‘een en al liefde’. In de kleine galerijflat staat in elke hoek en nis wel een pluchen poezenflat, een hondenmand, een krap-paal of een kattenbak. Tot en met het balkon toe, gaas voorkomt dat een kat naar beneden dondert. ‘Dat is wel eens gebeurd’, vertelt Nathalie. ‘Toen ik hem oppakte, was hij dood. Nek gebroken, zijn poep gleed langs mijn jas. Ik heb staan schreeuwen op straat, mensen wisten niet wat ze zagen.’
Ooit had Nathalie drieëntwintig katten, en meestal ook een of twee nestjes met gemiddeld vijf of zes kittens. De buren klaagden van overlast: de penetrante geur verspreidde zich tot in een grote straal rondom het appartement. ‘Wat ruik je dan?’ had Nathalie gevraagd. De buren waren volgens haar niets gewend. In 2013 klopte het stedelijk bemoeizorgteam aan, en in diezelfde tijd stond onverwacht ook de diereninspectie voor de deur. Het oordeel was snoeihard. De katten waren te mager en onverzorgd. Nathalie was furieus. ‘Ze kwamen toevallig net toen ik met migraine in bed lag.’
Een test wees uit dat ze een verstandelijke beperking heeft. Nu is Jan van Poppel haar begeleider bij Amarant. Met zachte hand heeft hij haar ervan weten te overtuigen dat minder huisdieren voor iedereen beter is. Het zijn er nu nog maar tien’, zegt Nathalie. ‘Drie honden en zeven katten.’ Volgens Nathalie geeft Jan bovendien structuur aan haar leven. Nathalie: ‘Hij helpt mij overal mee. Ook met mijn uitkering en schuldsanering. Ik douche nu ook veel vaker dan vroeger en heb minder last van migraine. Ik denk inderdaad dat het beter is, zo.’

In perspectief
Ad Vermeulen zet de positieve geluiden van zijn eigen organisatie graag in perspectief. ‘We slagen erin om met minder financiële middelen even efficiënt te zijn’, zegt hij. ‘Maar je moet niet vragen ten koste waarvan. De Wmo-omzet is een betrekkelijk klein percentage van onze totale omzet. Maar als je ziet hoeveel tijd en energie erin gaat zitten! Het contractbeheer, de facturering, de indicatie, het is heel ingewikkeld. Dit jaar zouden alle “oude” cliënten via een keukentafelgesprek met sociale wijkteams een nieuwe Wmo-beschikking krijgen. Dat is niet gelukt. Tilburg heeft ons gevraagd om de keukentafelgesprekken zelf te voeren. Ik voorzie dat het voorlopig een zoektocht blijft.’
Alles welbeschouwd; Naftali, Pascalle en Nathalie zijn dik tevreden. En ook mevrouw Hennie Puijfelik (69). Dat blijkt uit BIT ­­– Ben Ik Tevreden het cliënttevredenheidsonderzoek waarvoor Pascalle op huisbezoek gaat. We zitten bij mevrouw Puijfelik aan de keukentafel, de stapels reclamefolders zijn voor de gelegenheid opzij geschoven. ‘Voelt u u eigen veilig thuis?’, vraagt Pascalle met de pen een centimeter boven het formulier. Mevrouw Puijfelik antwoordt nuchter en tevreden: ‘Oh ja hoor. Ikke wel.’ Pascalle kwijt zich professioneel en warmhartig van haar taak. ‘Die stoel daar heb ik net nieuw’, wijst mevrouw Puijfelik na een vraag over geldzaken. ‘Da’s een mooie!’ antwoordt Pascalle. ‘Kunde gij lekker luieren!’ Ze slaat een bladzijde om en leest de volgende vraag voor. ‘Gaat u wel eens op vakantie?’ Ze dicteert zichzelf terwijl ze schrijft: ‘Gaat - op - vakantie - met - de - Zonnebloem.’

Foto: Stijn Rademaker

Riëtte Duynstee