Naar hoofdmenuNaar hoofdinhoud

HomeThema's

Cyberpesten, sexting en grooming - jongeren met een licht verstandelijke beperking zijn extra kwetsbaar voor online problemen. Maar internet is ‘vooral ook heel positief’, zeggen deskundigen. Wat voor apps heb jij eigenlijk op je telefoon?

afbeeldingen

Afbeelding 1 van 5
Miranda de Laenge
‘De app die ik het meest gebruik is die van mijn telefoonabonnement’

Miranda de Laenge (25) woont zelfstanding met haar vriend. En heeft twee keer per maand ambulante begeleiding. Ze werkt als assistent-begeleider in de gehandicaptenzorg.

‘Ik gebruik mijn mobiel veel. Misschien soms wel een beetje te veel. Zit ik ’s avonds op de bank naast mijn vriend, en dan kijkt hij over zijn bril heen met zo’n blik naar mijn telefoon. Dan weet ik: o jee, even wegleggen. Het is ook gewoon hartstikke handig, WhatsApp, Facebook, Marktplaats of Google Maps als ik de weg niet kan vinden. En ik volg natuurlijk het nieuws. En die reácties die mensen dan onder een bericht zetten. Dan denk ik echt: dat had je beter voor je kunnen houden. Omdat iemand heel boos is of veel te veel over zichzelf vertelt.’

Rust

De app die ik echt heel veel gebruik is die van mijn telefoonabonnement, om te controleren of ik niet over mijn limiet ga. Want dat wil ik echt niet. Dat geeft stress. En het is belangrijk dat ik genoeg rust hou. Daarom helpen de ouders van mijn vriend ook met onze financiën. Ik werk en doe de afwas. Mijn vriend doet de rest.
Ik werk als assistent-begeleider met mensen met een beperking. En sommigen kunnen denk ik beter onder toezicht het internet opgaan. Omdat ze nog niet zo goed weten wat normaal is en wat niet. Dat moet iemand je uitleggen.
Dat heb ik ook moeten leren hoor. Ik heb een keer een intieme foto van mezelf gedeeld met een man die ik niet kende. Hij vroeg erom. En ik dacht dat zijn vraag goed bedoeld was. Daar is een hoop gedoe van gekomen. Maar het is opgelost, en ik ben er wijzer van geworden.’

‘24kitchen likete mijn vlog, zo gaaf’

Arthur Frohn (26) woont bij Amerpoort en werkt in de catering van het NOS-gebouw in Hilversum. In zijn vrije tijd maakt hij kookvlogs

‘Voor een kipmarinade gebruik ik liever knoflookpoeder dan verse knoflook. Dan krijg je van die stukjes. Dat is een kwestie van smaak natuurlijk. Je moet vooral veel proberen om te weten wat je lekker vindt. Koken heb ik altijd geweldig gevonden. Daarom werk ik ook in de catering, en heb ik meegedraaid in de keuken van Koek en Pan in Rotterdam. Mijn begeleider was vroeger kok, dat helpt ook.’

Italiaanse wrap

‘Een tijdje geleden heb ik een vlogtraining gedaan. Dan leer je het wel. En als je eenmaal iMovie hebt, gaat het helemaal snel. Ik heb een eigen YouTubekanaal: arthurkookt. Superleuk. Ik hoop dat ik andere mensen met een beperking kan inspireren om ook lekker te gaan koken. Zonder pakjes en zakjes natuurlijk, want dat is zonde. Een keer had ik pasta over, daarmee heb ik een Italiaanse wrap gemaakt. Nou, dat recept werd zelfs geliket door 24Kitchen, zó gaaf. Dan ben ik echt trots.’
‘Internet kan ook gevaarlijk zijn. Je hoeft alleen je Facebook maar even te koppelen en je zit al op een datingapp. Niks moeilijks aan. Nou en wat je daar allemaal ziet. Ik vind het fijn dat er nu zoveel aandacht is voor mediawijsheid. Je hebt zomaar contact met wildvreemden, en ook zomaar een date. Dat kan heel naar zijn. Ik ben met al die apps gestopt. Nu doe ik alleen nog leuke dingen.
Ik ben heel blij dat ik dingen online kan doen. Mijn mobiele telefoon maakt me ook zekerder. Dat ik gewoon kan bellen als iemand niet bij een afspraak is bijvoorbeeld, en dat ik dan niet in paniek hoef te raken.’

‘Als het niet over mij gaat, klik ik het weg’

Idman Nur (32) woont bij Amerpoort en werkt bij de Landelijke Federatie Belangenbehartiging voor mensen met een verstandelijke beperking.

‘Mijn eerste mobiel was een Nokia 3310. Dat was toen de nieuwste, net op de markt. Ik wilde hem, omdat iedereen hem had. En ik zat vooral de hele dag Snake te spelen. Later op mijn smartphone deed ik ook spelletjes. Hay Day bijvoorbeeld, dan moet je een boerderij onderhouden. Maar daar kreeg ik dus de héle tijd meldingen van: ‘Kom spelen’, ‘We missen je’. Ik werd er helemaal zenuwachtig van. Dus heb ik alle spelletjes van mijn mobiel gehaald.
Ik gebruik mijn smartphone overal voor, 9292ov, Facebook, insta, mail, WhatsApp en internetbankieren. Facebook is wel een ding hoor. Er is zo’n groep in Zeist, daar kan iedereen dingen opzetten. En daar staan soms dingen op, dan denk ik echt: moet ík dit lezen. Zó onaardig. Ik kijk gewoon, is dit voor mij persoonlijk? Als het niet over mij gaat, klik ik het weg.’

Regenboogje

‘Je kunt natuurlijk ook mensen steunen via Facebook. Laatst met die verklaring van die dominees over homoseksualiteit heb ik een regenboogje achter mijn profiel gezet. Ik ben zelf niet homoseksueel, maar ik wil die mensen wel een steuntje in de rug geven.
Soms schrik ik wel hoor. Laatst bijvoorbeeld werd ik heel vroeg gebeld, ik sliep nog. Ik heb met mijn slaperige hoofd opgenomen. Het was zo’n buitenlandse stem. Toen was ik echt wel even in paniek. Wat nou als ik al te veel verteld had en hij mijn bankrekening zou leeghalen? Ik heb meteen mijn begeleider gebeld en die heeft mij heel goed geholpen. Zij zei dat ik het heel goed gedaan heb. Goede begeleiding is echt heel belangrijk.’

‘Ik zag Enzo Knol en dacht: ga ik doen’

Sander Pat (23) woont bij ASVZ en werkt bij een supermarkt. Hij filmt en vlogt over het dagelijks leven met een licht verstandelijke beperking.

‘Soms op mijn werk zeggen ze: schiet eens op Sander, je moet doorwerken! Dan worden ze een beetje boos. Ik begrijp wel dat ze het af willen hebben, maar mensen met een verstandelijke beperking kunnen niet zo snel.
Ik vlog over het leven met een beperking. Over wat ik doe en wat ik meemaak en wat een verstandelijke beperking inhoudt. Dat we gevoelig zijn bijvoorbeeld, dat we geholpen moeten worden bij wonen enzo, en hoe we internet gebruiken. Kijk, sommige mensen gooien er maar zo wat op. Scheldwoorden of privédingen. Dat is niet handig. Ik laat ook zien dat mensen met een verstandelijke beperking stap voor stap leren. Ik heb nu bijvoorbeeld een pan met aangekoekt eten erin. Die kreeg ik niet schoon. Toen zijn mijn begeleider: dat kan ook niet in één keer. Je moet er eerst water inzetten om te weken. Nou, dat heb ik dan weer geleerd.’

Aardig

‘Ik ben begonnen met vloggen toen ik Enzo Knol had gezien. Ik dacht: dat ga ik ook doen. Kijken hoe het bevalt. Mijn kanaal wordt goed gevolgd. Hoeveel volgers ik precies heb, weet ik niet. Soms krijg ik rare reacties. Ik had een keer een vlog gemaakt over dat ik melk had gekocht bij de supermarkt. Schreef iemand: stik maar in je melk. Ik heb geleerd dat je daar niet op moet ingaan, maar soms is dat wel moeilijk. Gelukkig krijg ik niet veel haat. De meeste mensen zijn aardig.’


Achtergrond

Eerst maar even de feiten. Begeleiders van jongeren met een licht verstandelijke beperking zien dagelijks problemen door verkeerd gebruik van internet en sociale media, zo blijkt uit onderzoek van het Nederlands Jeugdinstituut, eind vorig jaar. Ze zien jongeren (te) lang achter een scherm zitten, contacten met wildvreemden leggen via sociale media, gepest worden, zelf pesten, of seksfilmpjes van zichzelf versturen. 
‘Twee dingen vielen echt op’, vertelt onderzoeker Peter Nikken, lector Jeugd en Media aan Hogeschool Windesheim, en bijzonder hoogleraar Mediaopvoeding bij de Erasmus Universiteit Rotterdam. ‘Allereerst dat mensen die in de zorg werken grotere problemen ervaren dan onderwijsprofessionals. En dat die ervaring sterker wordt naarmate begeleiders meer tijd doorbrengen met jongeren. Hoe verder professionals van jongeren afstaan, hoe minder problematisch ze het vinden. Verder valt op dat onderwijsprofessionals vaker aangeven dat er in hun organisaties visie, beleid en methodieken over mediawijsheid zijn dan hun collega’s in de zorg.’
Vooropgesteld: dat jongeren met een beperking online extra kwetsbaar zijn, betekent niet dat je internet maar bij hen weg moet houden. Nikken: ‘Ik snap die reflex heel goed, maar het is onverstandig. Het internet biedt ook zóveel positieve mogelijkheden, bovendien willen we vanuit de inclusiegedachte toch ook dat deze kinderen meedoen? Nog even los van het feit dat het praktisch ondoenlijk is om het internet weg te houden.’

Hoe dan

De vraag is dus vooral hoe het dan wél moet. Nikken: ‘Dat begint bij de opleidingen. Professionals en studenten moeten bijgespijkerd worden op het gebied van mediawijsheid. We weten uit onderzoek dat mensen die zelf meer thuis zijn in online media, ook minder problemen met het begeleiden van anderen ervaren. Daarnaast zou het goed zijn als ontwikkelaars van applicaties ook voor deze doelgroep goede producten ontwikkelen. Dat kán, zien we bijvoorbeeld in het onderwijs.
Ten slotte moet er beter beleid komen. Ook bij zorgaanbieders. Nu komt het er in de praktijk op neer dat de mensen die het meeste affiniteit hebben met internet ook het meeste doen. En dat is dan vooral brandjes blussen. Wat je nodig hebt is een visie: wat vinden wij als organisatie van internet en sociale media? Hoe zie je je ontwikkelingstaak, en welke plek krijgt die in een zorgplan?
Vervolgens moet je kijken wat je al georganiseerd hebt, wat je nog wilt ontwikkelen en wat je doet als het misgaat. In sommige gevallen moet je er gewoon dicht bovenop zitten. Iets als porno past niet bij kinderen onder de twaalf. En uiteindelijk is het ook een kwestie van er met elkaar over praten. Het is belangrijk om te snappen dat kinderen en jongeren leren door te doen en te ervaren. Net zoals ze spelen in de sneeuw, leren ze ook van hun smartphone. Dat kan ook echt wat opleveren.’

Niks met internet

Dat ervaart Sonja Heijkamp in de praktijk. Zij begeleidt teams in de gehandicaptensector bij het omgaan met internet en sociale media: ‘Er zijn zó veel leuke en handige dingen. Jongeren die een kookvlog hebben, die de weg kunnen vinden dankzij een openbaar vervoersapp. Voor veel begeleiders is het lastig. Sommige mensen komen nog steeds mijn training binnen met de woorden: ik heb helemaal niks met het internet.’
En toch zijn het volgens Heijkamp de begeleiders die het succes van online media bepalen. ‘Zij moeten het op een goede manier aanreiken, begeleiden en er zijn als het mis gaat. Er is niet één pil die ervoor zorgt dat jongeren goed met media omgaan. Het probleem van de een is dat hij veel te veel online koopt, de andere zit de hele dag te gamen en de volgende legt onhandige contacten aan. Je moet dus als team met elkaar praten over hoe je per cliënt een pedagogisch klimaat creëert waarin die met plezier én verantwoord met online media kan omgaan.’

Vacatures

Heijkamp vindt net als Nikken dat de organisatie daar ook aan zet is. ‘Ik werk als projectcoördinator Cliënt, Internet en Sociale Media bij Amerpoort en wij hebben een aantal vragen in het zorgplan laten opnemen over online media. Welke digitale middelen gebruikt een cliënt? Is hij daar vaardig mee? Welke begeleiding is er vervolgens nodig? Ook hebben we de vacatureteksten tegen het licht gehouden. Bij sommige locaties staat er nu bij dat er veel jongeren wonen die op het internet zitten, en dat affiniteit met online media dus gewenst is. Verder kijken we naar competentieontwikkeling van medewerkers: wat heb je nodig om dit goed te kunnen doen? Én we organiseren leuke dingen: de YouTube Awards voor cliënten die de mooiste vlogs maken. Want internet is vooral ook heel positief.’


Netwerk Mediawijzer publiceerde naast het onderzoek een manifest: Ook jongeren met een licht verstandelijke beperking hebben recht op een leuk online leven. Ook bracht mediawijzer.net vijf zogenoemde kickstarters uit voor begeleiders van jongeren met een licht verstandelijke beperking. Met deze kickstarters kunnen begeleiders de mediawijsheid vergroten.

Foto's: Hans Tak

Icon TwitterLinkedIn IconIcon FacebookIcon Mail