CAO Gehandicaptenzorg 2017-2019

Hoofdstuk 3: Algemene verplichtingen werkgever en werknemer

Artikel 3:16 Ontoelaatbare handelingen

  1. Het is de werknemer verboden:
    1. direct of indirect deel te nemen aan ten behoeve van de werkgever uit te voeren aannemingen en leveringen;
    2. direct of indirect geschenken, beloningen of provisie aan te nemen of te vorderen van:
      • instanties of personen ten behoeve van de werkgever werkzaam;
      • leveranciers van de werkgever;
      • instanties of personen met wie hij uit hoofde van zijn functie in aanraking komt.
  2. De werknemer zal, behoudens toestemming van de werkgever, geen erfenis of legaat aanvaarden van een persoon, die voor dan wel ten tijde van overlijden was opgenomen in de instelling en geen bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad, echtgenoot, of relatiepartner van de werknemer is.
  3. Tenzij door de werkgever uitdrukkelijk toestemming is verleend, is het de werknemer verboden geld of goederen, toebehorend aan cliënten als geschenk of in bruikleen te aanvaarden, te kopen, te verkopen, te doen verkopen of te belenen.