CAO Gehandicaptenzorg 2017-2019

Bijlagen

Bijlage 4: FWG-procedures (van toepassing tot 1 april 2018)

Artikel 1 (voorheen artikel 4:14): Uitgangspunten Functiewaardering Gezondheidszorg (FWG)

  1. Basis voor de indeling is de daadwerkelijk uitgeoefende functie, vastgelegd in een desbetreffende functiebeschrijving conform door CAO-partijen overeengekomen kwaliteitscriteria.
  2. Indeling van de functie op basis van het FWG-functiewaarderingssysteem vindt plaats na vaststelling van de functie overeenkomstig de desbetreffende functiebeschrijving.
  3. De werkgever geeft aan wie binnen de instelling bevoegd is tot het beheer van de FWG-instellingsbestanden (systeemdeskundige) en tot het maken van een indelingsvoorstel met het FWG-systeem (indelers). De werkgever waarborgt een juiste systeemtoepassing en draagt in dit verband zorg voor adequate opleiding en training van FWG-deskundigen en indelers.
  4. De werkgever en werknemer die door de algemeen verbindendverklaring aan deze CAO zijn gebonden hebben recht op inzage om niet in het FWG-systeem (inzageadres FWG: Lunettenbaan 59, Utrecht) en de relatie hiervan met de indeling van de functie in de functiegroepen als bedoeld in artikel 4:1 (van toepassing tot 1 april 2018). Hiertoe kan een verzoek ingediend worden bij het OAGz (adres secretariaat OAGz zie artikel 13:5 lid 2).

Artikel 2 (voorheen artikel 4:15): Herindeling van functies: algemeen

  1. Na de eenmalige indeling van functies volgens het functiewaarderingssysteem moet een nieuwe indeling of een herindeling van de functie plaatsvinden bij de volgende situaties:
    1. Wijzigingen van en aanvullingen op het functiemateriaal.
      Indien partijen bij de CAO overeenkomen om het systeem of de systeeminhoud aan te passen, dan dient de werkgever tot heroverweging van (een) bestaande functie-indeling(en) over te gaan, indien en voorzover de aanpassingen direct betrekking hebben op die bestaande functie-indeling(en).
    2. Wezenlijke verandering van de functie-inhoud.
      De werkgever dient tot toetsing c.q. heroverweging van (een) functie-indeling(en) over te gaan, overeenkomstig de in dit hoofdstuk opgenomen procedure, indien sprake is van wezenlijke verandering van de inhoud van (een) functie(s). 
      Wanneer redelijkerwijs verondersteld mag worden dat de functie-inhoud en/of functie-eisen niet meer aansluiten bij de functie of het niveau, zoals deze laatstelijk is vastgelegd bij de (her)indeling, is sprake van een wezenlijke verandering van een functie.
  2. Indien de werkgever een nieuwe functie voorlopig heeft ingedeeld, kan de werknemer 6 maanden na deze voorlopige indeling een schriftelijk en gemotiveerd verzoek tot herindeling indienen. Vervolgens zal de werkgever binnen 3 maanden overgaan tot het starten van de herindelingsprocedure.
  3. De herindelingsprocedure op basis van lid 1 sub b kan niet eerder worden aangevangen dan 1 jaar na de datum van het (her)indelingsbesluit waarbij de functie laatstelijk is vastgesteld bij de (her)indeling.

Artikel 3 (voorheen artikel 4:16): Herindelingsprocedure
Op basis van de in artikel 2 lid 1 sub a en b omschreven situaties kan zowel de werkgever als de werknemer het initiatief nemen tot het starten van een herindelingsprocedure. De herindelingsprocedure vindt plaats in de volgende fasen.

  1. In fase 1 vindt plaats:
    1. een toetsing door de werkgever (dan wel een door de werkgever daartoe aangewezen functionaris) van het initiatief tot herindeling; 
      dan wel
    2. een nadere overweging door de werkgever of en zo ja welke de gevolgen zijn van wijzigingen van en/of aanvullingen op het systeem; 
      dan wel
    1. een afwijzing door de werkgever van het door de werknemer ingediende verzoek tot herindeling. Bij de beoordeling of sprake is van een wezenlijke verandering van de functie-inhoud dient de inhoud van de functie van de betrokken werknemer te worden geïnventariseerd. Als dan kan worden bezien in hoeverre tot wijziging van het laatstelijk vastgestelde indelingsniveau dient te worden gekomen. De werkgever stelt de werknemer schriftelijk en gemotiveerd in kennis van de conclusies, binnen 60 dagen na ontvangst van het herindelingsverzoek van de werknemer tenzij een binnen de instelling in overeenstemming met de OR/personeelsvertegenwoordiging nader bepaalde termijn is overeengekomen. De werknemer heeft de mogelijkheid schriftelijk en met redenen omkleed bezwaar te maken tegen de afwijzing van het door de werknemer ingediende verzoek tot herindeling binnen een termijn van 30 dagen nadat de werkgever hem heeft geïnformeerd over de afwijzing van het herindelingsverzoek. De werkgever verzendt het bezwaarschrift van de werknemer binnen 30 dagen ter advisering door naar de Interne Bezwaren Commissie (IBC-FWG). Deze termijn kan met instemming van de werknemer worden verlengd. De IBC-FWG brengt binnen 30 dagen na ontvangst van de adviesaanvraag advies uit aan de werkgever. De werkgever beslist en informeert de werknemer schriftelijk binnen een termijn van 30 dagen na het ontvangen van het advies van de IBC-FWG over het al dan niet starten van de herindelingsprocedure. Indien de IBC-FWG de werkgever adviseert de herindelingsprocedure te doen laten aanvangen, dan is de werkgever daartoe gehouden. 
  2. In fase 2 legt de werkgever de functiebeschrijving voor aan de werknemer.
  3. In fase 3 stelt de werkgever de waardering van de functie vast en biedt dit als volgt aan de werknemer aan:
    1. Schriftelijk ingeval er sprake is van een ongewijzigde indeling met FWG 3.0. De werknemer ontvangt een kopie van de volgens de FWG-kwaliteitscriteria uitgewerkte functiebeschrijving alsmede schriftelijke mededeling omtrent de waardering en indeling van de functie.
    2. Schriftelijk, maar de mogelijkheid wordt geboden tot een gesprek, ingeval er sprake is van een hogere indeling met FWG 3.0. De werknemer ontvangt een kopie van de volgens de FWG-kwaliteitscriteria uitgewerkte functiebeschrijving alsmede schriftelijke mededeling omtrent de waardering en indeling van de functie.
    3. Schriftelijk en een gesprek ingeval er sprake is van een lagere indeling. De werknemer ontvangt een kopie van de volgens de FWG-kwaliteitscriteria uitgewerkte vastgestelde functiebeschrijving alsmede schriftelijke mededeling omtrent de waardering en indeling van de functie.

Artikel 4 (voorheen artikel 4:17): Vaststellen functiebeschrijving bij herindeling

  1. De werkgever neemt een voorlopig besluit ter zake van de functiebeschrijving van de werknemer en legt dit aan de werknemer voor. 
  2. Indien de werknemer niet instemt met het voorlopige besluit als bedoeld in lid 1, kan hij bezwaar maken bij de werkgever. Het bezwaar dient schriftelijk en met redenen omkleed bij de werkgever te worden ingediend, binnen een termijn van 30 dagen nadat de werkgever de werknemer over het voorlopige besluit tot vaststelling van zijn functie heeft geïnformeerd, hetzij een binnen de instelling in overeenstemming met de OR/personeelsvertegenwoordiging nader bepaalde termijn. 
  3. De werkgever wint binnen 14 dagen na ontvangst van het bezwaarschrift advies in bij een Interne Bezwaren Commissie FWG als bedoeld in artikel 8 ter zake van het bezwaar van de werknemer, hetzij een binnen de instelling in overeenstemming met de OR/personeelsvertegenwoordiging nader bepaalde termijn. 
  4. De werkgever beslist en informeert de werknemer schriftelijk binnen een termijn van 30 dagen na ontvangst van het advies van de IBC-FWG inzake het bezwaarschrift van de werknemer definitief over de vaststelling van de functiebeschrijving. De werkgever kan gemotiveerd en eenmalig de termijn van 30 dagen verlengen. Wanneer de werkgever binnen de afgesproken termijn geen besluit bekend maakt dan wordt het bezwaar van de werknemer geacht te zijn toegewezen.

Artikel 5 (voorheen artikel 4:18): Waardering en indeling van de functie bij herindeling

  1. Met behulp van het FWG-functiewaarderingssysteem bepaalt de werkgever de FWG-waardering en -indeling van de functie.
  2. Na de vaststelling van de waardering en de indeling van de functie vindt op basis van artikel 3 sub c zo nodig een herindelingsgesprek plaats tussen de werkgever (dan wel een door de werkgever daartoe aangewezen functionaris) en de werknemer over de waardering en indeling van de functie. De werknemer kan zich tijdens dit gesprek laten bijstaan door een derde.
  3. Van het gesprek als bedoeld in lid 2 wordt een verslag gemaakt. Indien in het gesprek als bedoeld in lid 2 wordt overeengekomen een tweede gesprek te voeren, wordt ook van dit gesprek een verslag gemaakt door de werkgever.
  4. De werknemer ontvangt binnen 14 dagen na het gesprek als bedoeld in lid 2 een herindelingsvoorstel en het gespreksverslag, hetzij een binnen de instelling in overeenstemming met de OR/personeelsvertegenwoordiging nader bepaalde termijn.
  5. Indien de werknemer akkoord gaat met het herindelingsvoorstel dient hij dit binnen 30 dagen na ontvangst van het voorstel schriftelijk aan de werkgever kenbaar te maken, hetzij een binnen de instelling in overeenstemming met de OR/personeelsvertegenwoordiging nader bepaalde termijn.
  6. De werkgever bevestigt binnen 14 dagen na het akkoord van de werknemer het herindelingsvoorstel en stelt de werknemer schriftelijk op de hoogte van het definitieve besluit conform het voorstel. De werkgever kan gemotiveerd en eenmalig de termijn met 30 dagen verlengen.
  7. Indien de werknemer niet akkoord gaat met het herindelingsvoorstel dan dient hij binnen 30 dagen na ontvangst van het herindelingsvoorstel schriftelijk en gemotiveerd bij de werkgever een bezwaar in te dienen, hetzij een binnen de instelling in overeenstemming met de OR/personeelsvertegenwoordiging nader bepaalde termijn.
  8. De werkgever wint binnen 14 dagen na ontvangst van het bezwaarschrift advies in bij een Interne Bezwaren Commissie FWG als bedoeld in artikel 8, ter zake van het bezwaar van de werknemer betreffende de waardering en indeling van de vastgestelde functie, hetzij een binnen de instelling in overeenstemming met de OR/personeelsvertegenwoordiging nader bepaalde termijn.
  9. De werkgever beslist en informeert de werknemer schriftelijk binnen een termijn van 30 dagen na ontvangst van het advies van de IBC-FWG inzake het bezwaarschrift van de werknemer. De werkgever kan gemotiveerd en eenmalig de termijn met 30 dagen verlengen. Wanneer de werkgever binnen de afgesproken termijn geen besluit bekend maakt, dan wordt het bezwaar van de werknemer geacht te zijn toegewezen. 
  10. Indien de werknemer niet akkoord gaat met het definitieve waarderings- en indelingsvoorstel van de werkgever kan hij binnen 60 dagen of binnen een met de OR/werknemersvertegenwoordiging nader overeengekomen termijn, in beroep gaan bij de Landelijke Bezwarencommissie FWG als bedoeld in artikel 12.

Artikel 6 (voorheen artikel 4:20): Herbeschrijving van reeds beschreven en ingedeelde functies

  1. Een herbeschrijving van de functie vindt plaats in de volgende situaties:
    • indien de werkgever, na advies van de ondernemingsraad, besluit tot aanpassing van de organisatiestructuur en deze wijziging rechtstreeks betrekking heeft op de inhoud van reeds beschreven en ingedeelde functies;
    • indien de actuele functie-inhoud (de daadwerkelijk uitgeoefende functie) niet meer aansluit bij de laatst vastgestelde functiebeschrijving;
    • indien de werkgever, na overleg met de ondernemingsraad, besluit tot aanpassing van het format van de bestaande functiebeschrijving(en).
  2. Bij het toepassen van de herbeschrijvingsprocedure is geen sprake van een indeling in een andere functiegroep. Wel kan sprake zijn van bijstellingen in (sub)scores op gezichtspunten voor zover de functiegroepindeling ongewijzigd blijft.
  3. In het geval werkgever of werknemer van mening is dat ten gevolge van de herbeschrijving de functie-inhoud en/of functie-eisen niet meer aansluiten bij de functie of het niveau zoals deze bij de laatste (her)indeling is vastgelegd, treedt automatisch de herindelingsprocedure (artikel 2 e.v.) in werking.
  4. De werkgever kan op eigen initiatief of op verzoek van de werknemer een herbeschrijvingsprocedure starten, echter niet eerder dan een jaar na de datum van het laatste besluit betreffende de vaststelling van de functiebeschrijving voor de betreffende functie.
  5. Na advies van de ondernemingsraad kan worden besloten de reikwijdte van het herbeschrijvingsproces uit te breiden tot functies die in een duidelijke relatie staan tot de functie(s) die opnieuw worden beschreven. Dit laatste teneinde de beoogde samenhang in de beschrijving van met elkaar samenhangende functies te (kunnen blijven) waarborgen.
  6. De procedure afspraken zoals verwoord in artikel 4 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 7 (voorheen artikel 4:21): Voorlopige herbeschrijving

  1. De herbeschrijvingsprocedure kan, in overleg met de ondernemingsraad, voor nader te benoemen functies ook leiden tot een voorlopige herbeschrijving van een bestaande functie.
  2. Een bestaande functie wordt door de werkgever voorlopig herbeschreven.
  3. De werknemer kan zes maanden na deze voorlopige herbeschrijving een schriftelijk en gemotiveerd verzoek tot bijstelling van de voorlopig herbeschreven functie dan wel tot de start van een herindelingsprocedure indienen.
  4. De werkgever start binnen 90 dagen na het in lid 3 bedoelde verzoek de herbeschrijvings- dan wel herindelingsprocedure.

Artikel 8 (voorheen artikel 4:22): Taak Interne Bezwaren Commissie FWG (IBC-FWG)

  1. De instelling heeft een door de werkgever ingestelde Interne Bezwaren Commissie FWG (IBC-FWG).
  2. De IBC-FWG heeft tot taak de werkgever van gemotiveerd advies te dienen indien een werknemer, schriftelijk en met redenen omkleed, bij de werkgever bezwaar heeft aangetekend tegen:
    • de afwijzing van het door de werknemer ingediende verzoek tot herindeling als bedoeld in artikel 3;
    • het door de werkgever, dan wel een door de werkgever daartoe aangewezen functionaris uitgebracht herindelingsvoorstel als bedoeld in artikel 5.
  3. In geval van afwijzing door de werkgever van een herindelingsverzoek is de IBC-FWG bevoegd de werkgever te adviseren de herindelingsprocedure te doen laten aanvangen indien de werknemer in het bezwaarschrift daartoe heeft verzocht. Indien de IBC-FWG de werkgever adviseert de procedure te doen laten aanvangen, is de werkgever daartoe gehouden.

Artikel 9 (voorheen artikel 4:23): Samenstelling IBC-FWG

  1. De IBC-FWG wordt gevormd door 2 leden aan te wijzen door de directie van de instelling en 2 leden aan te wijzen door de ondernemingsraad dan wel de personeelsvertegenwoordiging dan wel, bij het ontbreken daarvan, door de werknemers van de instelling, en een door hen gezamenlijk aan te wijzen voorzitter. In de regel zullen de leden van de IBC-FWG medewerkers zijn vanuit de instelling, in overleg kan worden besloten niet-medewerkers op te nemen.
  2. Binnen de instelling kan in overeenstemming met de OR/personeelsvertegenwoordiging nader invulling gegeven worden aan de IBC-FWG.

Artikel 10 (voorheen artikel 4:24): Werkwijze IBC

  1. De IBC-FWG bevestigt terstond jegens de werkgever de ontvangst van de adviesaanvraag van de werkgever, het bezwaarschrift van de werknemer en het verslag c.q. de bescheiden betrekking hebbende op de afwijzing door de werkgever van het herindelingsverzoek c.q. het voorlopige herindelingsvoorstel van de werkgever aan de werknemer.
    Een afschrift van deze bevestiging gaat naar de werknemer.
  2. Desgevraagd door de IBC-FWG leggen de werkgever, respectievelijk de werknemer de overige door de IBC-FWG ter zake relevant geachte bescheiden over. Deze bescheiden worden tevens aan de wederpartij gezonden.
  3. Vervolgens hoort de IBC-FWG de werknemer en de werkgever(svertegenwoordiger), waarin deze in de gelegenheid worden gesteld een toelichting te geven. De werknemer kan zich tijdens dit gesprek laten bijstaan door een derde. Dit gesprek vindt bij voorkeur plaats in elkaars aanwezigheid.
  4. Binnen 30 dagen na ontvangst van de adviesaanvrage, hetzij een binnen de instelling in overeenstemming met de OR/personeelsvertegenwoordiging nader bepaalde termijn, brengt de IBC-FWG schriftelijk een gemotiveerd advies uit aan de werkgever en zendt een afschrift van dit advies aan de werknemer. In het advies worden ook de eventuele minderheidsstandpunten vermeld.

Artikel 11 (voorheen artikel 4:25): Advies IBC-FWG

  1. Het advies van de IBC-FWG is zwaarwegend. Indien de werkgever afwijkt van het advies van de commissie dient hij dit schriftelijk en met redenen omkleed aan de werknemer kenbaar te maken.

Artikel 12 (voorheen artikel 4:26): Taak Landelijke Bezwaren Commissie (LBC-FWG)

  1. De Landelijke Bezwaren Commissie FWG, (hierna te noemen LBC-FWG), heeft tot taak een oordeel te geven over de waardering en/of de indeling van een functie indien na het doorlopen van de procedure binnen de instelling een geschil bestaat tussen de werknemer en de werkgever. De landelijke bezwarenprocedure sluit aan op de interne procedure en is alleen toegankelijk indien de interne procedure binnen de instelling volledig is doorlopen en afgerond.

Artikel 13 (voorheen artikel 4:27): Samenstelling LBC-FWG

  1. De LBC-FWG wordt gevormd door twee leden en twee plaatsvervangers aan te wijzen door de werkgeversorganisaties VGN en GGZ Nederland gezamenlijk, betrokken bij de FWG-overeenkomst als bedoeld in lid 2 van dit artikel, en twee leden en twee plaatsvervangers aan te wijzen door de gezamenlijke werknemersorganisatie(s) als bedoeld in lid 2 van dit artikel en een gezamenlijk door hen aan te wijzen voorzitter. De LBC-FWG wordt ondersteund door een secretaris. 
  2. Onder FWG-overeenkomst als bedoeld in lid 1 van dit artikel wordt bedoeld de overeenkomst die op 29 maart 1999 tussen de partijen betrokken bij de CAO voor het Ziekenhuiswezen 1998/1999, met uitzondering van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen en Arcares, is afgesloten in het kader van de invoering van FWG 3.0.

Artikel 14 (voorheen artikel 4:28): Werkwijze - ontvankelijkheid LBC-FWG

  1. De werkzaamheden starten met het ontvangen van een bezwaarschrift met de in de CAO gestelde benodigde documenten en nadat de griffiekosten met betrekking tot de procedure zijn voldaan. 
  2. De secretaris onderzoekt de ontvankelijkheid door na te gaan of het bezwaar tot de competentie van de LBC-FWG behoort en of het bezwaarschrift is ingediend binnen de in de desbetreffende CAO hiervoor vastgelegde termijn (te rekenen vanaf de datum van de voor bezwaar vatbare beslissing van de werkgever). 
  3. De secretaris gaat na of de benodigde documenten aanwezig zijn, te weten: 
    1. de vastgestelde functiebeschrijving; 
    2. het indelingsvoorstel van de werkgever (waardering plus indeling); 
    3. het bezwaarschrift intern; 
    4. de uitgewisselde documenten van de IBC-FWG procedure; 
    5. het advies van de IBC-FWG; 
    6. het voor bezwaar vatbare indelingsbesluit van de werkgever na de IBC-FWG procedure; 
    7. het bezwaarschrift voor de LBC-FWG. 
  4. De secretaris stelt de indiener van het bezwaarschrift van de ontvangst op de hoogte, vraagt zonodig ontbrekende informatie op en verzoekt om betaling van griffiekosten. 
  5. Indien de behandeling van het bezwaarschrift niet kan starten of worden voortgezet omdat gevraagde informatie niet binnen 60 dagen nadat het bezwaarschrift is ingediend of aangekondigd ter beschikking komt, dan wel omdat de bijdrage griffiekosten niet binnen 60 dagen is voldaan, stelt de secretaris de indiener in kennis van het staken van de procedure. Indien de ontbrekende informatie zaken betreft van de werkgever waarover de indiener van het bezwaarschrift niet beschikt, kan ook de werkgever worden gevraagd desbetreffende informatie aan te leveren. Indien de werkgever weigert informatie te verstrekken of anderszins in gebreke blijft, stelt de secretaris een conceptoordeel op. De voorzitter legt dit concept voor aan de LBC-FWG ten behoeve van een inhoudelijk advies, hetzij een nadere invulling van de behandeling - mogelijk onderzoek - van het onderhavige bezwaarschrift. 
  6. Zodra de stukkenset compleet is en de bijdrage griffiekosten ontvangen is, informeert de secretaris gelijktijdig de werknemer en de werkgever over het in behandeling nemen van het bezwaar en geeft daarbij een te verwachten behandeltermijn aan. De wederpartij ontvangt een kopie van het bezwaarschrift en wordt in de gelegenheid gesteld hierop binnen een termijn van 30 dagen te reageren. 
  7. De secretaris stelt een advies/oordeel op en legt dit voor aan de voorzitter van de LBC-FWG. De LBC-FWG handelt het bezwaar in principe schriftelijk af op basis van de ter beschikking staande informatie. De LBC-FWG kan desgewenst besluiten werknemer en/of werkgever te horen, in elkaars aanwezigheid, dan wel informatie van derden te vragen.
  8. De LBC-FWG besluit ten aanzien van het bezwaar en doet - zo mogelijk - binnen 60 dagen nadat het bezwaarschrift in behandeling is genomen een voor geschilpartijen bindende uitspraak. 
  9. De secretaris handelt het bezwaar af: 
    1. de uitspraak wordt verzonden aan werknemer en werkgever; 
    2. de kosten voor de behandeling worden in rekening gebracht bij de in het ongelijk gestelde partij; 
    3. het dossier wordt gearchiveerd.

    Artikel 15 (voorheen artikel 4:29): Financiering van de LBC-FWG

    1. De bij de LBC-FWG betrokken werkgevers- en werknemersorganisaties dragen gezamenlijk de kosten van de in behandeling genomen bezwaren per branche (Gehandicaptenzorg en GGZ). De griffiekosten en de in rekening te brengen behandelkosten worden op de te maken kosten in mindering gebracht. Jaarlijks worden de gemaakte kosten en opbrengsten opgenomen in een afrekening.

    Artikel 16 (voorheen artikel 4:30): Griffiekosten van de LBC-FWG

    1. De klager moet bij het indienen van het bezwaarschrift griffiekosten voldoen ad € 136,-. 
    2. De behandelkosten bedragen bij een standaardprocedure € 454,-. 
    3. In het geval de voorzitter van de LBC-FWG moet besluiten geschilpartijen te horen kan een bedrag in rekening gebracht worden. In het geval de voorzitter van de LBC-FWG moet besluiten om advies of informatie te vragen bij derden worden de kosten daarvan in rekening gebracht aan partijen bij het bezwaarschrift. 
    4. De LBC-FWG spant zich in om zoveel mogelijk bezwaarschriften volgens de standaardprocedure te behandelen en om, indien dit niet mogelijk is, de kosten tot een minimum te beperken. De secretaris zal geschilpartijen vooraf informeren over het afwijken van de standaardprocedure en over de met de afwijkende behandeling samenhangende kosten. 
    5. De kosten worden na afloop van de behandeling van het bezwaarschrift in rekening gebracht bij de in het ongelijk gestelde partij. Indien de werknemer in het gelijk wordt gesteld ontvangt hij/zij de griffiekosten retour en worden deze kosten bij de werkgever in rekening gebracht. 
    6. Indien een bezwaarschrift niet ontvankelijk wordt verklaard, zendt de secretaris de ontvangen documenten retour; de griffiekosten worden niet aan de klager gerestitueerd.

    Schematische weergave herindelingsprocedure en toelichting

    I Voorbereiding herindelingsprocedure
    Stappen Toelichting
    1. Toetsing door de werkgever van het herindelingsinitiatief/ nadere overwegingen als gevolg van wijzigingen van het systeem.
    • Initiatief van de werkgever
      Of
    • Schriftelijk en gemotiveerd verzoek tot herindeling van de werknemer.
      Toetsingsvoorwaarden
    1. Vastlegging van conclusie door de werkgever. De werkgever stelt de werknemer schriftelijk en gemotiveerd in kennis van de conclusies, binnen 60 dagen na ontvangst van het herindelingsverzoek van de werknemer.
       
    • Afwijzing van het herindelingsverzoek
      Of
    • Uitnodiging van de werkgever aan de werknemer voor een herindelingsgesprek, vergezeld van een herindelingsvoorstel.
    • Schriftelijke inventarisatie van de wezenlijke veranderingen van de functie ten opzichte van hetgeen laatstelijk bij de (her)indeling en de vastlegging daarvan in de arbeidsovereenkomst is vastgesteld.
    • Schriftelijke motivering van de waardering en indeling
      De werkgever stelt de werknemer schriftelijk en gemotiveerd in kennis van de conclusies, binnen 60 dagen na ontvangst van het herindelingsverzoek van de werknemer.
    II Start herindelingsprocedure
    Stappen Toelichting
    Werkgever stelt functiebeschrijving vast

    Werknemer akkoord

    • Indien de werknemer akkoord gaat met de functiebeschrijving of niet reageert binnen 30 dagen wordt de functiebeschrijving vastgesteld;
    Werknemer niet akkoord
    • Indien de werknemer niet akkoord gaat met functiebeschrijving dan dient de werknemer dit binnen 30 dagen kenbaar te maken in een bezwaarschrift aan de werkgever;

    Werkgever stelt waardering en indeling vast

    Herindelingsgesprek tussen werkgever en werknemer:

    • Eventueel nadere formulering van herindelingsvoorstel;
    • Vastlegging van het gesprek;
    Overleg werkgever en werknemer
    • werkgever/werknemer kunnen in onderling overleg besluiten tot het voeren van een tweede gesprek.
    Ontvangst voorstel en verslag door werknemer
    • Werknemer ontvangt binnen 14 dagen na het herindelingsgesprek het herindelingsvoorstel en het gespreksverslag.
    Werknemer akkoord
    • Indien de werknemer akkoord gaat met het herindelingsvoorstel, dan dient de werknemer dit binnen 30 dagen na ontvangst van het verslag schriftelijk aan de werkgever kenbaar te maken.
    Werknemer niet akkoord
    • Indien de werknemer niet akkoord gaat met het herindelingsvoorstel dan dient de werknemer dit binnen 30 dagen na ontvangst van het verslag kenbaar te maken in een bezwaarschrift aan de werkgever.
    Herindelingsbesluit van de werkgever
    • Werkgever bevestigt binnen 14 dagen na akkoord van werknemer het herindelingsvoorstel en stelt de werknemer schriftelijk op de hoogte van het besluit conform het voorstel.
    III Bezwaarprocedure
    Stappen Toelichting

    Bezwaarschrift werknemer aan de werkgever

    • Bezwaarschrift van de werknemer aan de werkgever tegen afwijzing van het herindelingsverzoek, dan wel als gevolg van niet akkoordverklaring met het herindelingsvoorstel.

    Adviesaanvraag werkgever bij IBC-FWG

    • De werkgever dient binnen 14 dagen na ontvangst van het bezwaarschrift advies aan te vragen bij de IBC-FWG.

    Herindelingsbesluit IBC-FWG

    • De IBC-FWG brengt binnen 30 dagen na ontvangst adviesaanvraag schriftelijk en gemotiveerd advies uit aan de werkgever met afschrift aan de werknemer.

    Herindelingsbesluit van de werkgever

    • De werkgever neemt binnen 30 dagen na ontvangst van het IBC-FWG advies een herindelingsbesluit.

    Mededeling aan de werknemer

    • De werkgever stelt de werknemer schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte van het herindelingsbesluit (afschrift aan IBC-FWG). De werknemer kan ten aanzien van de beschrijving van de functie geen nadere stappen meer ondernemen binnen de FWG-procedure. De gebruikelijke rechtsmiddelen (bijv. kantonrechter) kunnen door de werknemer op eigen kosten worden ingezet.