Per 1 juli 2015 introduceert de wet de transitievergoeding. De werknemer die 2 jaar of langer in dienst is geweest, krijgt bij ontslag een transitievergoeding. Voorwaarde is dat het initiatief voor ontslag bij de werkgever ligt. De hoogte van de transitievergoeding is afhankelijk van de duur van het dienstverband. Hierna zetten wij de regels voor u op een rijtje.

De transitievergoeding in de wet

Vanaf 1 juli 2015 krijgt de werknemer in plaats van de zogenaamde kantonrechtersformule een wettelijk recht op een transitievergoeding (7:673 BW) bij het einde van de arbeidsovereenkomst op initiatief van de werkgever. De transitievergoeding is bedoeld ter compensatie van ontslag en om de werknemer in staat te stellen de transitie naar een andere baan te vergemakkelijken. De vergoeding is bestemd voor scholing of begeleiding naar ander werk. De werknemer is echter niet verplicht de vergoeding hieraan te besteden.

Recht op de transitievergoeding
De werknemer heeft recht op een vergoeding indien hij tenminste 24 maanden in dienst is bij de werkgever en:

a. de arbeidsovereenkomst:

  • eindigt na opzegging van de werkgever;
  • eindigt na ontbinding op initiatief van de werkgever;
  • na een einde van rechtswege op initiatief van de werkgever niet aansluitend is voortgezet;


of

b de arbeidsovereenkomst als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever:

  • door de werknemer is opgezegd;
  • op verzoek van de werknemer is ontbonden;


of

  • na een einde van rechtswege op initiatief van de werknemer niet aansluitend is voortgezet.


Wettelijk is de vergoeding dus niet verschuldigd als de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd eindigt door middel van een beëindigingsovereenkomst.

Geen recht op een transitievergoeding bestaat als de arbeidsovereenkomst eindigt of niet wordt voortgezet (artikel 7:673 lid 7 en 8 BW):

  • voordat de werknemer 18 jaar is en hij gemiddeld niet meer dan 12 uur per week werkte;
  • vanwege het bereiken van de AOW- of andere pensioengerechtigde leeftijd;
  • vanwege ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer (in dat laatste geval kan de rechter de vergoeding toch deels toekennen uit billijkheidsoverwegingen).


Hoogte transitievergoeding (7:673 lid 2 BW)
De transitievergoeding bedraagt:

  • 1/6de maandsalaris per 6 maanden diensttijd over de eerste 10 jaar van de arbeidsovereenkomst
  • 1/4de maandsalaris per 6 maanden diensttijd voor de periode daarna.


De vergoeding is gemaximeerd op € 75.000,- bruto of op een jaarsalaris als dat hoger is dan € 75.000,-. Het bedrag van € 75.000,- wordt jaarlijks per 1 januari geïndexeerd op gelijke wijze als het minimumloon.

In een apart besluit is bepaald hoe het loon moet worden berekend dat voor de transitievergoeding bepalend is. Het gaat om het Besluit loonbegrip vergoeding aanzegtermijn en transitievergoeding en de Regeling looncomponenten en arbeidsduur.

Inmiddels is er een technische wijziging geweest van de de Regeling looncomponenten en arbeidsduur.

Berekening diensttijd (7:673 lid 4 BW)
Voor de berekening van de diensttijd worden één of meer voorafgaande arbeidsovereenkomsten tussen dezelfde partijen, die elkaar met tussenpozen van ten hoogste zes maanden hebben opgevolgd, samengeteld. Dit is ook van toepassing indien de werknemer achtereenvolgens in dienst is geweest bij verschillende werkgevers die ten aanzien van de verrichte arbeid redelijkerwijze geacht moeten worden elkaars opvolger te zijn.

Wel geldt er een overgangsregeling voor de transitievergoeding om te voorkomen dat tijdelijke werknemers, zoals seizoenswerkers in de horeca, recreatie en tuinbouwsector niet opnieuw ingehuurd worden en werkgevers met andere tijdelijke werknemers aan de slag gaan. Door de overgangsregeling telt straks alleen nog het arbeidsverleden van tijdelijke krachten vanaf 1 juli 2012 - met een onderbreking korter dan zes maanden - mee voor de transitievergoeding. Zo wordt voorkomen dat werkgevers door de opbouw van de transitievergoeding werknemers niet meer aannemen. Tijdelijke arbeidsovereenkomsten van voor 1 juli 2012 tellen alleen mee met een onderbreking van ten hoogste drie maanden. Dat sluit aan ook bij het overgangsrecht voor de ketenbepaling. Voor meer informatie over de overgangsregeling klik hier.

Additionele vergoeding (artikel 7:673 lid 9 BW)
Bij ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever kan de kantonrechter een aanvullende vergoeding toekennen. Dit kan ook als de werknemer nog geen 24 maanden in dienst is en dus nog geen recht heeft op een transitievergoeding.

Tijdelijke afwijking voor 50+ (artikel 7:673a BW)
Tot 1 januari 2020 geldt een afwijkende regeling voor werknemers die bij het einde van de arbeidsovereenkomst 50 jaar of ouder zijn en ten minste 10 jaar in dienst zijn. Zij ontvangen voor de diensttijd vanaf de leeftijd van 50 jaar per periode van 6 maanden 1/2de maandsalaris. Er geldt geen maximering of aftopping. Deze afwijkende regeling geldt niet voor kleinere ondernemingen met maximaal 25 werknemers.

Afwijking mogelijk bij CAO (artikel 7:673b BW)
De bepalingen over de transitievergoeding zijn niet van toepassing indien in een CAO een gelijkwaardige voorziening is opgenomen. Het is aan CAO-partijen in onze branche om te bepalen of zij van deze mogelijkheid gebruik willen maken.

Hardheidsclausule (artikel 7:673c BW)
De werkgever is geen transitievergoeding verschuldigd bij surseance van betaling en faillissement. Indien de betaling van de transitievergoeding de werkgever in financiële problemen brengt, kan hij de vergoeding in termijnen betalen. Bij ministeriële regeling worden hieraan voorwaarden gesteld.

Tijdelijke afwijking voor werkgevers met minder dan 25 werknemers (artikel 7:673d BW)
Tot 1 januari 2020 geldt voor bedrijven met minder dan 25 werknemers een overbruggingsregeling voor de transitievergoeding. Bij ontslag wegens een aantoonbaar slechte financiële situatie van de werkgever wordt voor de berekening van de hoogte van de transitievergoeding slechts uitgegaan van de diensttijd vanaf 1 mei 2013.

Vermindering van kosten op transitievergoeding
Artikel 7:673 lid 6 BW bepaalt dat onder nader te bepalen voorwaarden transitiekosten en inzetbaarheidskosten op de transitievergoeding in mindering mogen worden gebracht. Hiertoe is een besluit gepubliceerd, waarin bepaald wordt welke kosten in mindering mogen worden gebracht op de transitievergoeding. 

Transitievergoeding en de CAO Gehandicaptenzorg

De bepalingen over de transitievergoeding zijn niet van toepassing indien in een CAO een gelijkwaardige voorziening is opgenomen. Dit staat in het besluit Overgangsrecht transitievergoeding.

Het overgangsrecht is van toepassing wanneer afspraken over vergoedingen en voorzieningen definitief zijn aangegaan voor 1 juli 2015 en de werknemer bij beëindiging van het dienstverband daaraan op 1 juli 2015 rechten kan ontlenen. Daaruit volgt dat het om afspraken gaat die uiterlijk op 1 juli 2015 in werking treden. Afspraken die met terugwerkende kracht gelden op 1 juli 2015 vallen niet onder de overgangsregeling. Onder ‘vergoedingen’ valt bijvoorbeeld een ontslagvergoeding. Onder ‘voorzieningen’ vallen bijvoorbeeld afspraken over om- of bijscholing, een outplacementtraject of wachtgeldregeling.

Per 1 januari 2016 geldt er een nieuwe CAO Gehandicaptenzorg. Dit betekent dat de werking van het overgangsrecht stopt. In de nieuwe CAO staat geen wachtgeldregeling meer. Wel zijn er in hoofdstuk 15 van de CAO bepalingen opgenomen met betrekking tot een vergoeding bij ontslag.

Meer informatie?

Factsheet:

Tools berekenen hoogte transitievergoeding:

Deze pagina is een onderdeel van: