twitter
 
 
 
VGN: 13 april 2017 16:28

Concept-advies Behandeling in de Wlz

Het zorginstituut heeft, na een erg uitgelopen onderzoekstraject, op 17 februari jl het concept-advies 'Behandeling en andere zorgvormen in de Wlz' ter bestuurlijke consultatie voorgelegd aan de VGN en andere stakeholders. Het zorginstituut adviseert om alle behandeling voor alle Wlz cliënten, met uitzondering van medisch specialistische zorg en farmacie, onderdeel te laten zijn van het Wlz pakket. Dit vergt nog wel nadere acties. Dit advies sluit aan bij het VGN standpunt over behandeling in de Wlz. De VGN wil de opdracht aan de sector om behandeling beter te beschrijven graag, samen met de beroepsverenigingen, oppakken.

Link naar artikelDecoratieve afbeelding
Concept-advies

Het onderzoek naar de positionering van behandeling en aanvullende zorgvormen in de Wlz is begin 2016 gestart met een onderzoek van HHM. Vervolgens heeft het zorginstituut zelf nader onderzoek gedaan naar de opties voor behandeling en de gevolgen daarvan. Na herhaaldelijk uitstel heeft het zorginstituut in februari haar concept-advies ter consultatie voorgelegd. Het zorginstituut is van mening dat het overgrote deel van de Wlz cliënten aangewezen is op integrale, interdisciplinaire zorg, maar dat dit door afstemmings- en aansturingsproblemen, ongelijkheid in de aanspraak en afbakeningsproblemen niet altijd gebeurt. Het zorginstituut vindt dat dit kan worden verbeterd door alle zorg voor Wlz cliënten in één domein te plaatsen en één partij verantwoordelijk te maken. Daarnaast moet de aanspraak vanuit hun behoefte voor alle cliënten gelijk zijn. Het zorginstituut heeft dan ook als voorkeursvariant dat alle Wlz specifieke behandeling, behandeling van algemeen medische aard en alle aanvullende zorgvormen onderdeel moeten zijn van het integrale Wlz pakket voor alle cliënten. Zij maken daarbij een uitzondering voor de farmaceutische zorg die in de Zvw moet komen/blijven. Hierdoor worden onvoorspelbare hoge kosten voor medicijnen voor Wlz aanbieders voorkomen en kunnen de verzekeraars hun inkoopmacht gebruiken voor gunstigere tarieven. 

Voor de implementatie van deze variant zijn nadere acties nodig:

  • De terminologie voor behandeling in de Wlz en de Zvw moeten nader tot elkaar gebracht worden. 
  • Kwaliteitsstandaarden voor langdurige zorg zijn nodig
  • Verkenning met partijen hoe de voorkeursvariant voor cliënten die thuis wonen (pgb en MPT) geïmplementeerd kan worden zodat het toegevoegde waarde heeft. 
  • Nader onderzoek naar de werkelijke kosten van behandeling om te bepalen welk bedrag moet worden overgeheveld (1e verkenning Nza ruim €1 mld; kostenonderzoek nodig).
  • Nadere afbakening tussen medisch specialistische zorg en Wlz zorg
  • Advies zorginstituut over positionering van behandeling voor mensen met een psychische stoornis die aan de toegangscriteria van de Wlz voldoen.

Standpunt VGN

De VGN heeft als standpunt dat vanuit cliëntperspectief bezien (specifieke en algemeen medische) behandeling voor de gehandicaptensector integraal deel uit moet maken van het Wlz pakket. Het gaat om cliënten die levenslang en levensbreed zorg en ondersteuning nodig hebben. Het gaat veelal over complexe meervoudige vraagstukken die multidisciplinaire invulling van de zorg vraagt. Vaak is langdurige en continue behandeling nodig. Behandeling en ondersteuning zijn voortdurend met elkaar verbonden. Dit vraagt om professionaliteit en borging van kennis van specifieke aandoeningen. Door een integraal pakket in de Wlz te houden kan de aanbieder de regie houden over de kwaliteit, continuïteit, deskundigheid en (multidisciplinaire) samenhang van de zorg (breder dan alleen behandeling). Dit standpunt laat overigens aan de aanbieders over hoe zij vervolgens invulling geven aan de organisatie van de behandeling.

Voordat de VGN een reactie heeft gegeven op het concept-advies is een bijeenkomst gehouden met leden van verschillende bestuurlijke adviescommissies. Uit deze bijeenkomst bleek dat er breed draagvlak is voor het VGN standpunt van behandeling integraal in de Wlz en dat dit goed aansluit bij het advies van het Zorginstituut. Daarnaast is een aantal onderwerpen/randvoorwaarden naar voren gekomen die nader uitgewerkt moeten worden. Het betreft onder andere de beschrijving van de toegevoegde waarde van behandeling in de Wlz, maar ook verheldering van het taal- en begrippenkader hierbij. De VGN gaat deze onderwerpen samen met de beroepsgroepen, de komende tijd verder uitwerken.  

De VGN heeft dan ook positief gereageerd op de hoofdlijn in het concept advies. Daarnaast hebben wij aangegeven dat wij graag de opdracht aan de sector oppakken om samen met de beroepsverenigingen de werkwijzen van behandeling en ondersteuning over complexe, veelal meervoudige zorgproblematiek en bijbehorende expertise beter te beschrijven.

In de bijlage vindt u de volledige reactie van de VGN.

Vervolg Traject zorginstituut

De AdviesCommissie Pakket van het Zorginstituut besluit in haar vergadering van mei over het concept-advies en betrekt daarbij ook de reacties van de stakeholders. Vervolgens wordt het advies naar de staatssecretaris gestuurd. Waarschijnlijk zal verdere besluitvorming plaatsvinden door het nieuwe kabinet. Ook vanwege de acties die nog moeten plaatsvinden, zal implementatie van het besluit op zijn vroegst in 2019 mogelijk zijn.

Reacties

Uit de praktijk bereiken ons steeds meer signalen dat mensen de verkeerde zorg krijgen. Mensen met een WLZ indicatie worden zonder tussenkomst van het CIZ of een andere officiële indicatie stellende organisatie in de WMO gezet. Bij deze officiële indicatie moet worden gekeken of iemand voldoende heeft aan WMO zorg of aangewezen is en blijft op WLZ zorg. Doordat zij met een WLZ indicatie zonder nader onderzoek overgezet worden in de WMO verliezen zij hun geïndiceerde maatwerk behandeling. Hier kunnen ze niet zomaar weer naar terugkeren. Mensen die WLZ-hulp nodig hebben, hebben recht op WLZ. In de praktijk wordt aan deze mensen de correcte behandeling geweigerd. Zij worden afgescheept met enkele uren begeleiding, terwijl zij in voorkomende gevallen 7x24 uur behandeling nodig hebben. Gemeenten schijnen er van uit te gaan dat je WLZ-ers zonder meer over kunnen naar de WMO als ‘iemand van de instelling waar de zorg afhankelijke verblijft dat zegt’. Er wordt niet gecontroleerd welke indicatie al is afgegeven. Mensen die via de verkeerde wet, strijdig met hun indicaties, hulp / zorg krijgen kunnen geen beroep doen op de opgezette cliëntondersteuning, welke betaald wordt vanuit de geïndiceerde zorg; iemand met een WLZ indicatie kan een beroep doen op WLZ cliëntondersteuning en iemand met een WMO indicatie kan een beroep doen op WMO cliëntondersteuning, maar iemand met een WLZ indicatie kan GEEN beroep doen op WMO cliëntondersteuning en andersom. Op dit moment worden gemeenten bevraagd hoe zij de uitvoering van de WMO inschatten. De gemeenten kunnen hulpverlening aan WLZ geïndiceerden die WMO hulp ontvangen niet beoordelen, daartoe hebben zij geen expertise. Deze mensen mogen niet eens vanuit de WMO geïndiceerd worden. Gemeenten doen er wijs aan bij een aanvraag om WMO eerst te kijken of er een voorgaande (WLZ/AWBZ) indicatie is en mensen die deze hebben te verwijzen naar het CIZ of een andere daartoe toegerust indicatieorgaan en deze mensen nooit door hun eigen organisatie te laten indiceren. Met dit laatste kunnen gemeenten in problemen komen omdat ze dan de wetten overtreden. Graag aandacht hiervoor in uw contacten met de gemeenten….

Reactie toevoegen

 









Beveiligingsvraag:

Wat is het vierde woord in deze zin? *

* Verplicht veld