Meedoen naar vermogen vraagt om bredere blik in de Participatiewet
Op 24 maart staat in de Tweede Kamer het commissiedebat over de Participatiewet op de agenda. In aanloop naar dit debat heeft de VGN een brief gestuurd aan de vaste Kamercommissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Met de kernboodschap: waardeer en ondersteun meedoen naar vermogen, ook als betaald werk (nog) niet haalbaar is.
Werk is meer dan inkomen
Voor mensen met een beperking is meedoen van grote waarde. Het geeft structuur, zelfvertrouwen, sociale contacten en de mogelijkheid om een betekenisvolle bijdrage te leveren. Werk – betaald of onbetaald – is daarmee veel meer dan alleen een bron van inkomen.
In de praktijk creëren werkgevers regelmatig passende werkplekken voor mensen met een beperking. Dat kan gaan om leer- en ontwikkelplekken, een duurzame eindplek of een opstap naar betaald werk. Deze vormen van participatie leveren veel op: voor de persoon zelf, voor werkgevers én voor de samenleving. Toch sluit het huidige beleid hier onvoldoende op aan. De focus ligt nog te eenzijdig op betaald werk, terwijl het toeslagenstelsel en bestaande regels maken dat werken niet voor iedereen loont of haalbaar is.
De VGN pleit er daarom voor om maatschappelijke participatie – zoals vrijwilligerswerk, leerwerkplekken en dagbesteding op maat – expliciet en gelijkwaardig te waarderen binnen het participatiebeleid, zeker voor mensen die duurzaam geen arbeidsvermogen hebben.
Stappen vooruit, maar tempo vasthouden
Met trajecten als het Breed Offensief, Participatiewet in balans (spoor 1) en de banenafspraak zijn er belangrijke stappen gezet. Positief is ook dat gemeenten in 2026 al kunnen starten met verruiming van bijverdiengrenzen voor jongeren tot 27 jaar en met meer ruimte voor eigen regie in participatie en ondersteuning.
Tegelijkertijd ontstaat hierdoor het risico op postcodeverschillen: niet iedere jongere met een beperking krijgt dezelfde kansen, afhankelijk van de gemeente waar hij of zij woont. Dat schuurt met het VN-verdrag Handicap, waarin het recht op meedoen is vastgelegd. De VGN roept het ministerie van SZW op om gemeenten optimaal te ondersteunen, zodat deze verruimingen overal snel en zorgvuldig worden ingevoerd.
Domein overstijgend werken als sleutel
Meedoen naar vermogen vraagt om beleid dat over domeinen heen kijkt. De overgang van dagbesteding naar werk is vaak spannend en complex. Daarom is het belangrijk dat meerjarige, domein overstijgende trajecten eenvoudiger mogelijk worden gemaakt, waarbij indicaties uit de Jeugdwet, Wmo, Wajong en Participatiewet elkaar ‘dakpansgewijs’ kunnen overlappen.
Essentieel is ook dat mensen zonder ingewikkelde procedures kunnen terugvallen op hun oude situatie als een stap niet lukt. Programma’s als Simpel Switchen geven dit vertrouwen en helpen uitval te voorkomen. De VGN vindt het belangrijk dat dit programma de komende jaren met kracht wordt voortgezet.
Veranker dit in de wet
In spoor 2 van de herziening van de Participatiewet wordt erkend dat de huidige wet niet altijd past bij mensen met geen of beperkt arbeidsvermogen. Een beleidsoptie is het ontwerpen van een aparte regeling voor deze groep. De VGN ziet hierin kansen, vooral voor jongeren tot 27 jaar, mits ontwikkeling centraal staat en gemeenten beschikken over voldoende middelen.
Als betaald werk uiteindelijk niet lukt, levert investeren in ontwikkeling alsnog veel op: meer maatschappelijke participatie en naar verwachting lagere zorgkosten. Dat vraagt om een expliciete, domein overstijgende afweging, waarbij niet alleen naar uitkeringslasten wordt gekeken, maar ook naar maatschappelijke meerwaarde. Die samenwerking tussen Participatiewet, Wlz, Wmo en Jeugdwet zou daarom niet alleen in de toelichting, maar ook in de wetstekst zelf verankerd moeten worden.
Structurele financiering voor leren op maat
Tot slot vraagt de VGN aandacht voor structurele financiering van praktijkleertrajecten op maat. Veel jongeren met een beperking passen niet binnen het reguliere beroepsonderwijs, maar kunnen wel degelijk werknemers- en vakvaardigheden ontwikkelen via maatwerktrajecten, zoals brancheopleidingen Assistent Groen, Facilitair of Logistiek.
Deze trajecten worden nu nog niet structureel vergoed, terwijl zorgorganisaties dit vanuit dagbesteding niet kostendekkend kunnen aanbieden. Landelijke financiering, in verbinding met het reguliere beroepsonderwijs, is nodig om deze jongeren perspectief te bieden.
De brief die wij naar de Tweede Kamer hebben toegestuurd vindt u onderaan dit artikel
Kamerbrief debat Participatiewet maart 2026
De brief die de VGN naar de Tweede Kamer heeft gestuurd voor het debat over de participatiewet op 24 maart 2026