Achtergrond

De familie is de baas

Op welzijnsgebied kwalitatief te magertjes. Dat was een jaar geleden het leven van mensen met dementie bij Goudse zorgorganisatie Vierstroom.

 Zo’n veertig procent van de bewoners kreeg nooit bezoek. En alleen de professionele zorg was te weinig om mensen daarin verder te helpen. Dus startten ze bij Vierstroom een experiment. Kern: het netwerk van de cliënten werd moreel verplicht om een dagdeel per maand vrijwilligerswerk te doen bij de organisatie. ‘De resultaten waren mooi. Het welbevinden van onze cliënten bleek aanzienlijk te verbeteren. Mensen werden vrolijker, zakten minder weg en kregen een gezonde blos op de wangen door de netwerkparticipatie’, vertelt bestuurder Jeroen van den Oever. ‘Bovendien bleek het in de praktijk ook goed te regelen allemaal. Zo’n tachtig procent van de familieleden reageerde meteen positief. Ongeveer zestien procent wilde er eerst over nadenken en vond het daarna alsnog geen probleem. Familieleden kunnen intekenen op dingen die ze aanspreken, op tijden die hen schikken. Dat scheelt: willen ze koken, pianospelen, met mensen naar buiten, er is veel mogelijk.’ Hoewel het experiment zelf een succes is, zorgde het voor veel ophef in de media. Van den Oever: ‘Mensen dachten dat we een besparingsdoelstelling hadden, maar dat is niet het geval. De AWBZ laat gewoon te weinig ruimte om ook iets aan welzijn te doen. Je moet je voorstellen dat er één medewerker op een woning met zeven bewoners staat. Die moet koken, helpen bij ongelukjes, enzovoort. Daarnaast kun je je afvragen of het de taak van ons als organisatie of de overheid in brede zin is om eenzaamheid onder bewoners weg te nemen. Dat ligt toch eerder op de weg van het netwerk. Bij ons in huis is de familie van de cliënt de baas. Dat betekent ook wat voor onze eigen medewerkers. Zij moeten meer afstand nemen.’ De moeder van Netty van Rossum woont bij Vierstroom. En Van Rossum doet vrijwilligerswerk. Ze schenkt koffie, maakt een praatje met bewoners en doet eens in de twee weken boodschappen voor de woning van haar moeder. ‘Toen mijn moeder opgenomen werd, zat ik er echt doorheen. Ik had de periode ervoor heel veel voor haar gezorgd. Dus toen de vraag van Vierstroom kwam, was mijn eerste reactie: geef me heel even rust. Maar goed, ik heb het opgepakt. En dat vind ik ook heel normaal. Ik heb altijd dingen voor mijn moeder gedaan, dat stopt niet als ze opgenomen wordt. Mijn moeder gaat graag naar buiten, voor mij is het geen probleem om dan nog iemand mee te nemen. Ik heb twee broers en we komen met zijn drieën gemakkelijk aan die vier uur. De sfeer is beter op de woning en ik krijg er ook weer energie van.’