Europees Hof: Ruimere toepassing btw-koepelvrijstelling

Publieke samenwerkingsverbanden krijgen mogelijk meer ruimte om btw-vrij samen te werken. Het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) bepaalde namelijk recent dat bepaalde diensten die tot op heden uitgezonderd zijn van de koepelvrijstelling toch in aanmerking kunnen komen voor deze vrijstelling. Hierdoor ontstaan er wellicht nieuwe kansen voor samenwerkingsverbanden die tot nu toe tegen de grenzen van de vrijstelling aanliepen.

De voorgevel van het Europees hof in Luxemborg

Voorkomen van kostprijsverhoging

De koepelvrijstelling is bedoeld om te voorkomen dat btw kostprijsverhogend werkt voor samenwerking tussen organisaties die zelf vrijgestelde of niet-belaste prestaties verrichten.

Een voorbeeld is een stichting in de zorg die centrale taken – zoals facilitaire ondersteuning – verricht voor aangesloten zorginstellingen en de kosten zonder winstopslag doorbelast. Normaal gesproken zou over deze dienstverlening btw verschuldigd zijn. Omdat zorginstellingen die btw meestal niet kunnen aftrekken, leidt dit tot een directe kostenverhoging. De koepelvrijstelling voorkomt dat effect doordat over de diensten van de koepel aan haar leden geen btw hoeft te worden geheven.

Strikte voorwaarden en uitgesloten diensten

De koepelvrijstelling kent echter duidelijke voorwaarden. Zo moeten de diensten 'direct nodig' zijn voor de uitvoering van de vrijgestelde of onbelaste activiteiten van de leden. Daarnaast zijn bepaalde diensten in de praktijk uitgesloten om oneerlijke concurrentie te voorkomen. Daarbij gaat het onder meer om:

  • ontwikkeling van ICT-systemen en programmatuur
  • terbeschikkingstelling van computerapparatuur en software
  • advies en begeleiding bij onderhoud van gebouwen
  • arbodiensten
  • pensioenadministratie
  • terbeschikkingstelling van personeel

‘Direct nodig’ is niet hetzelfde als 'onmisbaar'

In de zaak die aan het HvJ EU werd voorgelegd, draaide het om twee Spaanse samenwerkingsverbanden in de zorg- en onderwijssector. Beide koepelorganisaties leverden schoonmaakdiensten aan hun leden. De Spaanse belastingdienst vond dat deze diensten niet strikt noodzakelijk waren voor de btw-vrijgestelde activiteiten van de leden en daarom buiten de btw-vrijstelling vielen.

Het HvJ EU oordeelde echter dat het criterium 'direct nodig' niet mag worden uitgelegd als 'onontbeerlijk'. De btw-vrijstelling is dus niet beperkt tot diensten die uitsluitend en absoluut noodzakelijk zijn voor de vrijgestelde activiteiten. Het is voldoende als de diensten direct nodig zijn voor de btw-vrijgestelde activiteiten van de leden van de koepel. 

Daarbij wees het HvJ EU nadrukkelijk op het doel van de regeling: voorkomen dat btw binnen samenwerkingsverbanden in de publieke sector leidt tot cumulatie en daarmee tot hogere kosten voor diensten van algemeen belang. Bovendien kunnen schoonmaakdiensten in zorg en onderwijs, gezien wettelijke hygiëne-eisen, wel degelijk als noodzakelijk worden aangemerkt.

Concurrentie niet te snel als blokkade

Ook het concurrentiecriterium kwam aan bod. Het HvJ EU erkent dat toepassing van de vrijstelling op diensten van 'algemene aard' tot concurrentieverstoring kan leiden. Maar dat mag volgens het Hof geen reden zijn om dergelijke diensten bij voorbaat uit te sluiten.

Lidstaten mogen maatregelen nemen om concurrentievervalsing te voorkomen, maar deze maatregelen mogen dus niet verder gaan dan noodzakelijk. Volgens het HvJ EU zou een weerlegbaar bewijsvermoeden, waarmee algemene diensten onder voorwaarden kunnen worden uitgesloten, een toelaatbare maatregel kunnen zijn. 

Mogelijke gevolgen voor Nederland

Hoewel de zaak betrekking had op Spaanse wetgeving, is deze gebaseerd op dezelfde Europese btw-richtlijn als de Nederlandse regeling. Zoals we hiervoor hebben gezien, spelen ook in Nederland het 'direct nodig'-criterium en het concurrentiecriterium een belangrijke rol bij de beoordeling van de koepelvrijstelling.

De uitspraak kan daarom ook hier gevolgen hebben. Diensten die voorheen expliciet of feitelijk waren uitgesloten, zouden onder omstandigheden toch voor de vrijstelling in aanmerking kunnen komen. Met name diensten van algemene aard die vanuit praktisch of technisch perspectief evident noodzakelijk zijn voor vrijgestelde activiteiten – zoals schoonmaak in de zorg of het onderwijs – lijken meer ruimte te krijgen.

Of de Nederlandse belastingdienst deze uitspraak ruim zal toepassen, is nog niet duidelijk. Het standpunt kan worden ingenomen dat het arrest uitsluitend ziet op de Spaanse implementatie. Tegelijkertijd biedt de uitspraak aanknopingspunten voor organisaties die de koepelvrijstelling breder willen benutten. Voor publieke samenwerkingsverbanden loont het daarom om bestaande structuren opnieuw tegen het licht te houden.

Wil je meer weten of heb je vragen of opmerkingen?

Neem contact op met Maarten Hüttner
Telefoonnummer
Maarten Hüttner

Deze pagina is een onderdeel van