Jeugd: alle kinderen een kans om te leren en ontwikkelen

Alle kinderen verdienen de best mogelijke start, en de kans om te leren en te ontwikkelen. En dat is juist voor kinderen met een beperking niet vanzelfsprekend. In 2025 stond de VGN nadrukkelijk stil bij de mogelijkheden voor zorg in onderwijstijd, en de rol van kinderdagcentra (KDC’s) in de keten van zorg, opvang en onderwijs. Maartje van der Rijt, senior beleidsadviseur bij de VGN: ‘KDC’s hebben te maken met toenemende druk, groeiende wachttijden en knelpunten in de aansluiting met het onderwijs.’

Kinderen met handicap in reguliere klas.jpg

‘De VGN ondersteunt de beweging naar meer inclusief onderwijs en inclusieve kinderopvang, zodat kinderen met en zonder beperking samen kunnen opgroeien. Deze beweging betekent een andere rol in de toekomst voor KDC’s. Daarom zijn we in 2025 een traject gestart rond de ontwikkeling en positionering van de KDC’s. Zo geven we ook een vervolg aan het onderzoek Druk op de keten, waarin zichtbaar werd dat de zorg, de opvang, én het gespecialiseerde onderwijs voor kinderen tussen de 0 en 13 jaar onder druk staan. Die druk neemt in de praktijk niet af. Integendeel: veel KDC’s signaleren een toename van jonge kinderen en kinderen met complexe ontwikkelingsvragen.’

Wat zijn daar de gevolgen van?

Voor gezinnen betekent het vaak langer wachten op passende ondersteuning. Voor kinderen kan dat gevolgen hebben voor hun ontwikkeling. Tegelijkertijd vraagt het veel van professionals, die dagelijks zoeken naar oplossingen, en alternatieven ontwikkelen binnen de mogelijkheden die er zijn. Die spanning zien we in veel regio’s terug.’

‘Eerder was de verwachting dat het aantal kinderen in KDC’s zou afnemen na stelselwijzigingen en transities. In de praktijk blijkt die beweging echter lastig te realiseren. De ambitie is en blijft dat alle kinderen en jongeren de kans krijgen om te leren en zich te ontwikkelen, bij voorkeur op een passende plek in het onderwijs. Maar de uitstroom van kinderen vanuit KDC’s naar speciaal of regulier onderwijs verloopt niet vanzelfsprekend.’

Wat maakt dat zo ingewikkeld?

Dat heeft te maken met verschillen in regelgeving, financiering en verantwoordelijkheden tussen zorg en onderwijs. Die sluiten niet altijd goed op elkaar aan. Het rapport Druk op de keten liet dat al zien, en ook in 2025 bevestigden onze leden dit beeld. Het vraagt om samenwerking tussen de betrokken partijen, maar ook om wet- en regelgeving binnen opvang, onderwijs, zorg en jeugdhulp die beter op elkaar aansluit.’

‘Ook als kinderen een plekje vinden op school, is er vaak aanvullende ondersteuning nodig. Vooral voor kinderen met een intensieve of complexe zorgvraag. Zorg in onderwijstijd kan dan een oplossing zijn. Met vaste begeleiders op school. We weten dat dat werkt. Maar het is in de praktijk erg ingewikkeld om dit goed en structureel te organiseren.’

‘De crux is dat de systemen niet op elkaar aansluiten. In de eerste plaats werkt zorg vanuit individuele beschikkingen, terwijl onderwijs eigenlijk altijd over groepen gaat. Daarnaast is Nederland opgedeeld in regio’s die voor jeugdhulp en onderwijs niet hetzelfde zijn, en zijn de regio’s voor de Wlz-zorg wéér anders. Je kunt je voorstellen dat afspraken maken daar erg ingewikkeld van wordt.’ 

Wat heeft de VGN daar in 2025 concreet aan gedaan?

‘Het NJI heeft samen met onder meer de VGN een leidraad opgesteld over zorg in onderwijstijd. In die leidraad beschrijven we wat nu al wél kan, wat allemaal al wél mogelijk is binnen de bestaande wet- en regelgeving. Daarmee kunnen scholen, ouders, zorgorganisaties en gemeenten aan de slag. En daarmee bedoelen we: het collectief organiseren, financieren, uitvoeren én borgen van zorg in onderwijstijd. Zodat uiteindelijk ieder kind dat het nodig heeft, structurele zorg op school kan krijgen.’

‘Daarnaast hebben we hard gewerkt aan een actualisatie van de bestaande werkdocumenten over KDC’s. Dat deden we samen met onze leden en met landelijke partners uit kinderopvang, onderwijs en andere delen van zorg en welzijn voor jeugd. De vraagstukken rond KDC’s raken meerdere domeinen, dus die kun je alleen gezamenlijk aanpakken.’

‘We hebben vier ontwikkelsessies georganiseerd waarin leden hun ervaringen deelden, knelpunten benoemden en met elkaar in gesprek gingen over mogelijke oplossingen. Daarnaast hebben we een vragenlijst uitgezet om de feiten en cijfers opnieuw in beeld te brengen. Die combinatie van praktijkervaring en data geeft een actueler beeld van de situatie.’

En nu? 

‘Het vernieuwde werkdocument voor KDC’s is inmiddels bestuurlijk vastgesteld. Daardoor kan het ook echt richting geven aan verdere samenwerking en beleidsontwikkeling. Tegelijkertijd blijven we als VGN ruimte organiseren om ervaringen uit te wisselen en samen te leren. Zo blijven we werken aan betere ontwikkelkansen voor kinderen en jongeren.’