Achtergrond

Tactiele creatieve training geeft doofblinden weer perspectief

Kentalis is de eerste ondersteuner die creatieve vorming inzet bij de behandeling van mensen met doofblindheid. ‘Wie doof is, doet een groot beroep op zijn gezichtsvermogen. Als dat verdwijnt, is dat een rouwproces’, vertelt behandelcoördinator Chrétienne van der Burg. ‘In zo’n situatie willen mensen hun tast niet leren gebruiken, want dat drukt ze met hun neus op hun beperkingen. Daarom koppelen we het aan creatief bezig zijn. Zo wordt het een uitdaging om je mogelijkheden te verkennen en weer perspectief in je leven te zien. Door het contact met medecursisten komen mensen uit hun sociaal isolement.’ Jaarlijks worden tientallen mensen, bijvoorbeeld door het syndroom van Usher, (bijna) blind en doof.

Zelfvertrouwen
Charlotte van de Molengraft, cliënt van Kentalis, volgt de training. ‘Ik begon met het in elkaar zetten van kleine werkstukjes. In het begin dacht ik vaak: dat kan ik niet. Eigenlijk dacht ik dat ik niets meer kon. Maar door het toch te doen en dankzij de support van de begeleiding weet ik nu dat bijna alles mogelijk is, als je maar wilt.’ Ook buiten het atelier kan ze haar vaardigheden goed gebruiken. ‘Ik kan nu veel meer op de tast, wat heel bruikbaar is in mijn dagelijks leven. Ook heeft het mijn zelfvertrouwen enorm vergroot. Ik kan mijn emoties beter laten zien en indrukken beter verwerken. Ik heb mijn eigen identiteit weer terug.’ Natuurlijk zijn er ook cliënten die helemaal niks hebben met schilderen. ‘Een van de deelnemers komt vooral voor het contact met de andere cursisten. Maar hij is daarnaast toch begonnen met houtbewerking’, vertelt Chrétienne van der Burg. ‘De training is uniek omdat het behandeling koppelt aan creatief zijn. Dat is nog waardevoller dan we dachten.’ Kentalis wil de training daarom samen met andere gespecialiseerde instellingen verder ontwikkelingen. Hij kan ook worden ingezet voor ouderen die op latere leeftijd doofblind worden, of voor mensen met een verstandelijke beperking en doofblindheid. Diverse instellingen hebben al belangstelling getoond, vertelt Van der Burg.