Nieuws

Actueel
  1. Vanaf 1 januari 2008 gelden voor zorgaanbieders lagere omzetdrempels. Bij een fusie betrokken zorgaanbieders moeten hun plannen voortaan melden bij de NMa bij een gezamenlijke omzet van boven de 55 miljoen euro. Dit was 113 miljoen euro. Daarbij geldt dat twee of meer van de betrokken zorgaanbieders ieder afzonderlijk een in Nederland behaalde omzet moet hebben van meer dan 10 miljoen euro. Dit was 30 miljoen. De nieuwe omzetdrempels gelden voor zorgaanbieders die zorg leveren op grond van de AWBZ, de Zorgverzekeringswet of de huishoudelijke verzorging op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO). Om kleine zorgaanbieders te ontzien is er een derde grens gekomen. De fusieplannen moeten pas gemeld worden als tenminste twee van de betrokken zorgaanbieders ieder afzonderlijk meer dan 5,5 miljoen euro van de omzet uit zorgactiviteiten hebben behaald. De drempel van 5,5 miljoen (afzonderlijk) zorgomzet voorkomt dat kleine zorgaanbieders of aanbieders die maar voor een klein deel omzet uit zorgactiviteiten hebben onder de regels vallen. Ondernemingen die zowel zorg als andere economische activiteiten verrichten, vallen, als ze grens van 5,5 miljoen zorgomzet overschrijden ook onder de nieuwe regels. Net als onderaannemers. Ook buiten de zorg gegenereerde omzet dient meegerekend te worden bij het bepalen van de omzetdrempels. De nieuwe regels gelden voor 5 jaar. (bijlage besluit en toelichting).

  2. Zorgkantoor Achmea heeft op 26 oktober 2007 een kort geding aangespannen tegen de Staat der Nederlanden en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Achmea komt voor de AWBZ zorg 40 miljoen euro te kort op de contracteerruimte die de NZa voor 2007 voor de zorgkantoorregio's van Achmea heeft vastgesteld. Achmea eiste dat de regels waarop het stelsel van contracteerruimte berust, buiten effect werden gesteld. Achmea vindt dat de regels voor de contracteerruimte en de uitvoering daarvan tegenover haar onrechtmatig zijn. Dit omdat de aanspraken van verzekerden hierdoor beperkt worden. Achmea wilde in ieder geval een bedrag van 40 miljoen, dat nodig is voor de zorg aan de verzekerden. Naast Achmea hadden zich enkele thuiszorgorganisaties in de rechtszaak gevoegd. Op 13 november 2007 heeft de rechter uitspraak gedaan. Hij bepaalde dat de Staat en de NZa de vrijheid hebben, en binnen de voor hen gelden kaders de plicht hebben, om de kosten van de gezondheidszorg te beteugelen. Maar de rechter vindt wel dat hij steeds in volle omvang kan beoordelen of de AWBZ zorgaanspraken gewaarborgd blijven. Achmea moest bewijzen dat de verzekerden ondanks haar maximale inspanning de AWBZ-zorg waar zij recht op hadden, niet konden krijgen. Omdat Achmea daar in dit kort geding niet in slaagde, vond de rechter dat het niet aannemelijk was geworden dat de contracteerruimte de aanspraken van verzekerden frustreert. Achmea werd daarom in het ongelijk gesteld. In de bijlage leest u de volledige uitspraak.

  3. De zorgkantoren hebben met Zorgverzekeraars Nederland een gezamenlijk contracteer- en inkoopkader voor 2008 ontwikkeld (bijlage). Op dit kader baseren de afzonderlijke zorgkantoren hun contracteer- en inkoopbeleid. In bijgaande ledenbrief van 25 oktober 2007 vindt u meer informatie over de inhoud van het kader, de inbreng van de VGN de veranderingen ten opzichte van het vorig kader.

  4. De Handreiking (niet-)reanimatiebeleid in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking is verschenen. De handreiking moet voldoende aanknopingspunten bieden om een (niet)reanimatiebeleid te vormen, of om bestaand beleid, indien nodig, aan te passen.

  5. Het ministerie van VWS heeft onderzoek laten doen naar de mogelijkheden om ongewenste/onvoorziene effecten van de aanbesteding van de huishoudelijke hulp bij te stellen. Het rapport van bureau Significant hierover is gereed (bijlagen). In het rapport staan haalbare varianten (andere vormen) van "beleidsrijk" aanbesteden voor gemeenten. De VGN herkent in het rapport varianten, die deels ingaan op de ongewenste effecten voor zorgaanbieders in de gehandicaptenzorg, die in onze brief van 16 april 2007 staan (bijlage). De VGN bereidt een reactie voor naar de Vaste Kamercommissie van VWS voor het Algemeen Overleg van 4 oktober 2007 over de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), waarin dit rapport besproken wordt. Hierover informeren wij u nader op een later tijdstip.

  6. De kort geding rechter te Maastricht heeft op 30 augustus uitspraak gedaan in de zaak tussen een Limburgse thuiszorgorganisatie (COTL) en zorgkantoor CZ. De rechter heeft de eis van (COTL) dat zijn AWBZ budget opgehoogd moest worden - zijn overproductie betaald moest worden -afgewezen. De rechter kijkt naar het contract en de omstandigheden waaronder dit tot stand is gekomen via de aanbesteding. COTL had na de aanbesteding een bescheiden productieafspraak en deze was niet toereikend voor de nieuwe clienten die COTL daarna in zorg was gaan nemen. De rechter oordeelde dat de productieafspraak tussen partijen bindend is. Er zijn geen aanwijzingen dat CZ de overproductie hoeft te vergoeden. COTL had zich volgens de rechter moeten realiseren dat deze na de aanbesteding maar een bescheiden productieafspraak had en had maatregelen moeten nemen. De rechter staat COTL ook niet toe om de zorg aan de nieuwe cliƫnten af te breken. Zie in bijlage uitspraak rechtbank Maastricht

  7. Prestatie-eisen AWBZ

    Nieuws

    In dit document beschrijft het Bouwcollege de prestratie-eisen waaraan nieuwbouw in de AWBZ moet voldoen.