Blog

De ontroerende stalker

Leestijd: 3 minuten
woordvoerder VGN

De coronacrisis leidt ook tot nieuwe contacten. VGN-woordvoerder Johan van Ruijven vertelt hoe de doortastende Elly, die snakte naar bezoek, uiteindelijk zijn hart stal. 'Of het raadzaam of verstandig was om persoonlijke vraagbaak te spelen, weet ik niet. Maar wat is het heerlijk om haar blijdschap te voelen.'

De VGN als hulplijn

De VGN had al vele gezichten, maar er is er, dank zij corona een bijgekomen: we zijn hulplijn geworden. Het is inmiddels bijna alle medewerkers wel eens overkomen: zomaar belt een cliënt wanhopig op met een vraag. Of een verwant. Murw van de onvolledige antwoorden die ze hebben gekregen. ‘Dan maar die VNG gebeld. Of eh, VGN. Kan mij het schelen.’ 

Luisteren is het trefwoord

Maandenlang staan we inmiddels velen te woord. We luisteren, tonen begrip, verwijzen, spreken moed in, doen een voorzichtige belofte. De klassieke panelen in de zorg zijn stevig aan het schuiven gegaan. Daardoor groeiden we snel in onze nieuwe EHBO-rol. En, omdat we niet aarzelden en doorpakten, zijn we ook heel snel heel goed geworden in die 112-functie. Het nieuwe VGN-normaal, je kunt je er van alles bij voorstellen, maar het trefwoord van onze gekantelde praktijk is ‘luisteren’ geworden.

Een oor als logo

Die halve cirkel in ons logo zou eigenlijk de contouren van een oor moeten hebben. We hebben veel kennis en daarom hebben we veel antwoorden paraat. En weten we het niet, dan spreken we razendsnel onze netwerken aan. Misschien zijn we wat zakelijker dan de klassieke telefonische hulpverleners, maar dat vindt de cliënt juist prettig. Ik spreek uit ervaring…

‘Wanneer kan ik weer bezoek ontvangen?’

Zo’n anderhalve maand stalkt ze me nu, Elly (niet haar echte naam). Tijdens het eerste gesprek stelde ze zichzelf niet eens voor. Meteen slingerde ze haar vraag naar me toe. ‘Wanneer kan ik nu eindelijk weer eens bezoek ontvangen? Jullie weten dat toch? De begeleiders hier zeggen dat ik de VGN maar moest bellen, daar weten ze het wel! Nou, hoe zit het dan? Nou?

‘Die regeling gaat er echt snel komen’

In het begin van onze belrelatie was ik kortaf. Elly belde op de meest ongepaste momenten: tijdens het koken, een tukkie in de tuin, een wandeling met de hond. Maar al snel veranderde mijn houding en probeerde ik begrijpelijk uit te leggen ‘dat die bezoekregeling er nu toch echt wel heel snel gaat komen’.

Ze stal geleidelijk mijn hart. Omdat ze zo ongelofelijk duidelijk was, nooit in de ik-vorm sprak en een knokkersmentaliteit aan de dag legde. Nam ik de telefoon niet aan? Een appje. Ook geen respons? Een sms. Met de CAPSLOCK AAN. En die voicemails… Hartverscheurende kreten van een onbezochte.

‘De instelling is verantwoordelijk’

Ik bewonder haar doortastendheid. Rutte had op dinsdagavond nog niet zijn laatste woorden gesproken, of mijn telefoon ging. Elly. Wonend op een groep. Weken heb ik geprobeerd om haar - eerst koud/afstandelijk, later vriendelijk duwend – naar de instelling door te verwijzen waar ze aan verbonden is. ‘Daar hakken ze de knoop door. Daar zijn ze verantwoordelijk.’

Maar in die loket-strategie trapte Elly niet.
‘Jij moet het toch weten? Jullie weten veel meer!’
En in plaats dat ze boos werd, nam haar vriendelijkheid toe. Doorspekt met rake humor.
‘Ja, ja, daar trap ik niet in Johan!
Wat zeg je? O, je staat in de keuken. Oeps. Hihihi.
Nou dan bellen we straks toch even? Hoe lang eet je? Half uur? DOEI. ‘

‘Dank je voor je geduld’

Begin juni kwam de ontlading, waarvan ik wist dat ie zou komen.

‘Hoi. GOED NIEHIEUWS! Ik krijg binnenkort weer bezoek! Er mogen drie mensen komen. Leuk he? Hee, ik wil je wel even bedanken. Ook voor je geduld, hahaha.’ Ik begon nog eens uit te leggen dat het niet mijn verdienste was, maar stopte. Het is feest. De deur gaat open. Dat moet gevierd. ‘Geweldig Elly! Nou, jullie zullen elkaar heel wat te vertellen hebben.’

Het voelt goed. Onze klik heeft ergens toe geleid. Of het raadzaam of verstandig was om persoonlijke vraagbaak te spelen, weet ik niet. Maar wat is het heerlijk om deze blijdschap te voelen. Ik heb haar nog nooit in levende lijve ontmoet. Maar ooit reis ik af naar Brabant om haar te zien en haar te omhelzen. Voor nu: mission completed.

Voicemail.
‘Ja hoi. Nou, nou mag ik dus weer bezoek ontvangen hè.
Maarruh, IK WIL ZELF OOK OP BEZOEK! Wanneer kan dat?
En jij mag drie keer raden bij wie. Hihihi.
Hé, bel ff terug…’  
Klik.

Deze pagina is een onderdeel van: