Nieuws van leden

'Ik wil mijn zoon zó graag een knuffel geven'

Leestijd: 3 minuten
Interview Dichterbij

De coronacrisis heeft een enorme impact op het leven van de cliënten en medewerkers van zorgorganisatie Dichterbij. Bewoners kunnen niet naar hun dagbesteding, mogen er niet op uit en hun familie mag niet op bezoek komen. Moeder Thea Van Daal-Siebers deelt haar ervaringen van de afgelopen weken.

Haar zonen Ruud en Paul zijn allebei geboren met een verstandelijke beperking en epilepsie. Al toen zij vier waren, gingen zij hele dagen naar de kinderopvang van Dichterbij. ‘Bepaald niet zoals ik me het moederschap had voorgesteld, maar ik ben altijd trots geweest op mijn kanjers.’ Toen de jongens 11 en 13 waren, zijn ze permanent bij Dichterbij gaan wonen. Door een ernstige burn-out kon Thea thuis niet meer voor hen zorgen. ‘Ik vond het verschrikkelijk moeilijk, maar wist dat dit het beste was.’ De eerste jaren woonden Ruud en Paul samen in een woongroep, maar Ruud raakte er overprikkeld. Samen met Dichterbij heeft Van Daal-Siebers toen een rustigere omgeving voor hem gevonden waar hij weer helemaal opbloeide. ‘Ik haalde Paul elke week op om samen bij Ruud op bezoek te gaan. Ze konden niet zonder elkaar.’

Groot gemis

In het najaar van 2018 kreeg Van Daal-Siebers om half vijf ’s ochtends een telefoontje. ‘Mijn moeder was in die tijd ziek, ik dacht meteen dat het om haar ging.’ Maar ze kreeg een begeleider van Paul aan de lijn. ‘Ze hadden hem naast zijn bed gevonden, hij had twee epileptische aanvallen gehad, zijn hart had het begeven. Mijn altijd vrolijke zoon van 32 was dood. Ongelofelijk. Ook Ruud kon het eerst niet bevatten, wilde foto’s zien als bewijs. Ik heb hem nog nooit zo hard zien huilen. Het gemis is nog altijd onvoorstelbaar groot. Ruud roept weleens uit zijn raam: “Paul, hoor je mij? Je bent een vlegel. Je bent stout, je had dit niet moeten doen.” Toch gaat hij er op zijn manier heel goed mee om.’

Schatten

De coronatijd valt haar zwaar, vertelt Van Daal-Siebers. ‘Eerst verlies ik Paul, nu kan ik Ruud al twee maanden niet zien. Ik wil hem zó graag een knuffel geven. We bellen elke dag en steeds ben ik bang dat hij zal vragen of ik langskom, al heeft hij dat tot nog toe niet gedaan. Hij geniet van zijn coronavakantie, zoals we het zijn gaan noemen. Hij hoeft niets en zijn begeleiders pakken extra uit. Ontbijt op bed, de vuurkorf aan, film kijken, … het zijn schatten.' Hoewel Van Daal-Siebers Ruud vreselijk mist, maakt ze zich om hem geen zorgen. ‘Ik weet dat het goed met hem gaat en dat hij gelukkig is in zijn fijne huis. Dat is het allerbelangrijkste, dat maakt mij als moeder trots. Ik ben dolblij dat ik deze mooie plek voor hem heb kunnen regelen.’

Meer bijzondere verhalen leest u op de website van Dichterbij.

Bekijk ook de video van het interview.

Deze pagina is een onderdeel van: