Nieuws

De jeugdregio Noordoost Brabant hanteert Wlz-vervoersmatrix voor jeugd

Waar de NZa maximumtarieven voor prestaties binnen de Wlz vaststelt, geldt dat voor het sociaal domein niet. Toch maakt de jeugdregio Noordoost-Brabant voor jeugd gebruik van de matrix die de NZa heeft vastgesteld voor bekostiging van vervoer bij dagbesteding/dagbehandeling in de gehandicaptenzorg. Voor deze zorgaanbieders en gemeenten kent dat voordelen. Hoe is de jeugdregio tot het besluit gekomen?

Zowel in de Wmo als in de Jeugdwet zijn gemeenten gehouden reële tarieven te hanteren. Toen de jeugdregio Noordoost-Brabant per 2022 overstapte van populatiebekostiging naar inspanningsgerichte bekostiging (PxQ) moesten nieuwe prijsafspraken gemaakt worden met zorgaanbieders in de regio. Zo ook voor vervoer bij dagbesteding/dagbehandeling onder de Jeugdwet. 

Niet alle tarieven uit de Wlz zijn zomaar over te nemen voor het sociaal domein. Mogelijk dat inhoud van zorg anders gedefinieerd wordt (prestatie) of dat de zorgvraag/zorgzwaarte van jeugd- en Wmo-cliënten afwijkt van die van de Wlz. Echter, aanbieders in de regio gaven aan graag met de Wlz-vervoersmatrix te werken. Ook voor het sociaal domein. Dit betreft een fijnmazige matrix waarin factoren die het meest bepalend zijn op vervoerskosten zijn geïdentificeerd. Hierbij wordt onder andere onderscheid gemaakt naar volwassen cliënten of kinderen, rolstoel gebonden cliënten of niet rolstoel gebonden cliënten en vervoer in groep of vervoer individueel. Natuurlijk is ook de postcode-afstand van plaats verblijf tot plaats dagbesteding mede bepalend voor de vervoerskosten. Aan die matrix heeft de NZa tarieven gekoppeld. 

De jeugdregio Noordoost Brabant zag geen reden om te veronderstellen dat de prestatiebeschrijving en kostenstructuur voor vervoer bij dagbesteding/dagbehandeling in het sociaal domein zou afwijken van die van de Wlz. Het betreft veelal dezelfde busjes waarmee cliënten naar de dagbesteding/dagbehandeling gaan. Aansluiten bij de Wlz-vervoersmatrix was én gewenst door gehandicaptenzorgaanbieders in de regio (het voorkomt extra administratieve lasten) én zorgde ervoor dat er geen aparte onderbouwing van vervoerstarieven sociaal domein hoefde plaats te vinden. 

Wat wil deze jeugdhulpregio meegeven aan gemeenten/regio’s over het overnemen van de Wlz-vervoersmatrix voor het sociaal domein? 
De heer Ekamp (financieel adviseur van de jeugdregio Noordoost Brabant): “Je mag ervanuit gaan dat de prestatiebeschrijvingen met bijbehorende tarieven uitvoerig zijn onderzocht door de NZa. Dat werk in 42 afzonderlijke jeugdregio’s overdoen is echt zonde van tijd en geld en daar hebben kwetsbare inwoners niks aan. Nu we werken met de Wlz-matrix is het proces duidelijker en eenvoudiger geworden waardoor zorgaanbieders minder kosten maken. Dat is wat ons betreft maatschappelijke winst. Voor onze keuze was draagvlak essentieel. In onze jeugdregio heeft een dialoogaanbesteding tussen gemeenten en zorgaanbieders plaatsgevonden waar ruimte was gegeven dit soort keuzes samen met aanbieders te maken.”
 

Deze pagina is een onderdeel van: