Nieuws

Expertisecentrum verstandelijke beperking officieel van start

Kwaliteit bevorderen, kennis delen en samenwerken, dat is het doel van het Expertisecentrum Verstandelijke Beperking. Dat vertelde initiatiefnemer Brian Twint gisteren tijdens de oprichtingsbijeenkomst in Utrecht.

Het centrum wordt gevormd door 45 ‘vrijwilligers’ (pas afgestudeerden en werknemers bij verschillende organisaties), die met diverse partners samenwerken aan tot op heden twaalf projecten. Samen met de Universiteit van Amsterdam wordt bijvoorbeeld gewerkt aan een nieuw pictogrammensysteem voor communicatie met mensen met een verstandelijke beperking.

Voorzitter van de stichting is Jac de Bruijn, programmamanager bij Stichting Prisma. Tijdens de oprichtingsbijeenkomst presenteerde hij het boek Verstandelijke beperking, Definitie en context, dat zojuist verscheen bij SWP. Henk Nies, bestuurder van Vilans nam een door de samenstellers gesigneerd exemplaar in ontvangst.

Aan het boek, dat in een periode van verandering een toegankelijke beschrijving wil geven van het begrip ‘verstandelijke beperking’ werken meerdere auteurs mee. Tijdens de bijeenkomst vertelden zij over hun bijdrage.

Onderzoeker Wil Buntinx, die het boek samenstelde met Brian Twint en Jac de Bruijn, blikte daarbij ook in de toekomst. Over mensen met een verstandelijke beperking wordt al geschreven sinds de oudheid, vertelde hij. Sinds honderd jaar is het een ‘psychometrisch concept’ geworden: met behulp van tests proberen we de intelligentie en adaptieve vaardigheden van een persoon vast te stellen, om zo te bepalen of hij een verstandelijke beperking heeft.

Hij voorspelde dat ontwikkelingen in de neurobiologie de manier van kijken gaan veranderen. Inmiddels onderzoeken neurobiologen met behulp van MRI-scans hoe de hersens van baby’s zich ontwikkelen en wat verschillen daarin zeggen over hun leervermogen. Ook wordt onderzoek gedaan naar de manier waarop neuronen in de hersenen verbindingen maken. Bij kinderen met het fragiele X-syndroom blijkt de aanmaak van nieuwe verbindingen te zijn verstoord. Inmiddels is bekend welke stoffen daar een rol bij spelen. ‘Vroege interventies lijken nu nog science fiction’, zei Buntinx, ‘maar dat kan snel veranderen.’

Deze pagina is een onderdeel van: