Nieuws

Geen misstanden rond meerzorg; wel misverstanden

De VGN vindt het onterecht dat Omroep MAX suggereert dat zorginstellingen in de gehandicaptenzorg onzorgvuldig omgaan met extra geld voor hun meest kwetsbare cliënten. Die conclusie konden kijkers gemakkelijk trekken na het zien van een uitzending uit de serie ‘De Zorgwaakhond’, op dinsdag 16 april. Maar de VGN vindt dat de zorginstellingen met behulp van de huidige wetgeving en het financieringssysteem juist heel goed werk doen. Er zijn geen misstanden, maar wel misverstanden.

In de uitzending vertelden ouders verontwaardigd dat het extra geld voor de intensieve behandeling van hun zoon niet aantoonbaar aan hem ten goede komt. De VGN is bekend met dit soort misverstanden als het gaat om de besteding van de zogeheten ‘meerzorg’. Het begrip meerzorg dekt weliswaar de lading, maar door het complexe zorgsysteem ontstaan soms irritaties bij de naasten van de cliënt, soms met regelrechte vertrouwensbreuken tot gevolg.

Extra mogelijkheden

Voor een goed begrip van meerzorg is het belangrijk te weten waar de verstandelijke gehandicaptenzorg vandaan komt. In de afgelopen decennia is veel wetenschappelijk en praktisch onderzoek gedaan naar de oorzaken van gedragsstoornissen die voor de cliënt en zijn/haar omgeving schadelijk waren. Beelden zoals die van de vastgebonden Jolanda Venema en de jongen Brandon, lieten zien dat hun kwaliteit van leven moest worden verbeterd. De beelden versnelden de komst van nieuwe behandelmogelijkheden die tegenwoordig steeds vaker bemoedigende resultaten geven.

                                   Om extra duidelijkheid te geven over de oorsprong, de werking en
                                    de effecten heeft de VGN een korte animatie laten maken over                                                                              meerzorg https://youtu.be/JJ6HpFlzaAo

Dus: weg met die isoleercel en weg met de Zweedse banden, waarmee cliënten wel eens werden vastgebonden omdat hun behandelaars zich machteloos voelden en verwanten beschermd moesten worden. Om die positieve ontwikkeling te symboliseren, hebben ze in een van de zorginstellingen zelfs een hangmat laten vlechten van hun laatste Zweedse banden.

Altijd zorg

In Nederland zijn ongeveer 13.000 mensen voor wie dagelijks 24 uur verzorging  beschikbaar moet zijn, vanwege ernstige lichamelijke en/of geestelijk beperkingen. Bij een aantal van hen is zeer intensieve begeleiding, verzorging en gedragsregulering gewenst. Deze mensen vallen onder de Wet Langdurige Zorg (WLZ) onder het zwaarste ‘zorgzwaartepakket’. De meeste van hen krijgen die zorg in een instelling, maar soms kiest de familie ervoor om hun familielid thuis te houden en de zorg in te kopen via het persoonsgebonden budget. Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) bepaalt onder welk zorgzwaartepakket iemand valt, waarna het Zorgkantoor van de zorgverzekeraars de uitvoering ter hand neemt en dus het benodigde geld beschikbaar komt.

                                       VGN-directeur Frank Bluiminck geeft zijn visie via een
                                        blog op webplatform SKIPR: https://bit.ly/2UFTrrq

Niet alle mensen hebben dezelfde zorg nodig, daarom is voor deze categorie cliënten een gemiddeld aantal uren van noodzakelijke medische zorg en begeleiding vastgesteld, wat resulteert in een vast budget per cliënt. Voor driekwart van deze cliënten is dat budget toereikend.

Maar voor ongeveer 25 procent van hen schiet het vaste budget tekort, dit is de groep voor wie méér begeleiding nodig is. Dat kan van alles zijn: bijvoorbeeld extra orthopedagogische behandeling, medische ondersteuning of activiteitenbegeleiding. Bij de mensen met de meest ernstige gedragsproblematiek zijn de problemen divers. Cliënten zijn vaak psychotisch en angstig, lijden aan autistische aandoeningen en hebben niet zelden te maken met drugs-, alcohol- of medicijnverslaving. Soms zijn ze agressief naar zichzelf en/of de omgeving. Het vereist veel kennis en doorzettingsvermogen van de behandelaars om het gedrag van deze mensen te duiden en te beïnvloeden.

Meerzorg biedt met extra geld uitkomst. Daarmee kunnen de behandeling en verzorging van een cliënt worden geïntensiveerd en het gedrag gereguleerd. Dank zij meerzorg kunnen zorgprofessionals hun werk slimmer organiseren. Er komen meer mogelijkheden voor opleiding. En, met meerzorg kan bijvoorbeeld tijdelijk één op één zorg worden geleverd, of er komt  extra begeleiding voor dagbesteding. Waardoor het plezier van leven toeneemt. Meerzorg ontstond uit de gedachte: alles is beter dan onderdrukking van het gedrag door middel van medicatie (‘platspuiten) of vastbinden.

Misverstanden

Wat is dan het probleem? Soms ontstaan er misverstanden tussen de aanvrager van de extra zorg en de vertegenwoordigers (vaak familie) van de cliënt. Het zit zo: de zorginstelling is de formele aanvrager van meerzorg, op basis van de indicatie van een individuele cliënt. Dat gebeurt vrijwel altijd in nauw overleg met de familie, die gemakkelijk kan denken dat het extra geld exclusief en individueel ten goede komt aan het eigen familielid. Formeel gezien klopt dat zelfs: in principe ís meerzorg een individuele zaak.

Toch ligt dat in werkelijkheid vaak ingewikkelder. De cliënt woont vrijwel altijd in een groep met medebewoners. Soms is het voor de cliënt goed als de hele groep medebewoners in het behandelproces wordt betrokken. Gedragsbeïnvloeding staat of valt met de omgeving en gaat over reacties op anderen. Het is dus soms niet makkelijk om één op één te doorgronden hoe de euro’s aan meerzorg worden besteed aan die ene cliënt.

Vertrouwen

Dat is vrijwel nooit een probleem. Immers: tijdens het opstellen van het zorgplan hebben de partijen al onderling overlegd over de te bewandelen wegen. Op hoofdlijnen is de besteding van het extra geld - de gemiddelde meerzorg bestaat uit ongeveer 70.000 euro per jaar - vrij gemakkelijk te verantwoorden. Maar als het vertrouwen tussen de familie van de cliënt en de zorginstelling om welke reden dan ook weg is, kan dat misgaan. Meestal is niet ‘uurtje-factuurtje’ te herleiden hoe het zorggeld is besteed: een extra begeleider heeft ook interactie met andere cliënten, om een voorbeeld te noemen. Een meningsverschil over het geld van meerzorg gaat vrijwel altijd over gebrek aan vertrouwen. Dat is niet op te lossen met een overzichtje van gedeclareerde uren.

De VGN is dan ook blij dat de regels rond de toewijzing van de meerzorg vanaf 2019 zijn uitgebreid met ‘groepsmeerzorg’. Dat is de oplossing voor situaties waarbij bijvoorbeeld twee cliënten van een groep meerzorg nodig hebben en vier niet. Zaken als deskundigheidsbevordering voor medewerkers kunnen ook onder meerzorg vallen. En soms is fysieke herinrichting van de verblijfsruimte nodig: een woonomgeving kan agressie opwekken. Van meerzorg voor een of twee mensen kan dus een hele groep meeprofiteren. Dat is geen weggegooid geld, maar een kwaliteitsimpuls voor de groep. Het maakt de 200 miljoen euro die jaarlijks beschikbaar is voor intensieve zorg aan duizenden mensen met ernstige beperkingen dubbel en dwars waard.