Meer lef, minder aannames!
'Onbenutte talenten staan te springen om van betekenis te zijn', stelt Sofie Sergeant. 'We moeten weg van het zieligheidsdiscours en iemand met een handicap gaan zien als een persoon met kwaliteiten en potentie.'
'Ieder mens met een ondersteuningsbehoefte heeft recht op een betekenisvol leven.' Aan het woord is Sofie Sergeant, bijzonder lector Inclusie en Veerkracht in het Onderwijs aan de Hogeschool Utrecht. 'Het gaat echter al vroeg mis', stelt ze. 'We groeien niet samen op in diversiteit, ontmoeten elkaar niet, want in het basisonderwijs zijn jonge mensen ‘met een beperking’ al snel voorbestemd tot het speciaal onderwijs. Dat leidt tot segregatie in het onderwijs en vervolgens in de rest van hun leven.'
Vriendelijke handen
'Er wordt vroeg voorgesorteerd op een bepaalde route: je wordt opgeleid voor de dagbesteding en zie dan maar eens een andere weg in te slaan en door te stromen naar een betekenisvol leven en regulier werk midden in de samenleving. Ik ben enkele jaren coördinator geweest van een dagcentrum voor mensen met een meervoudige beperking en zogenaamd ‘ingewikkeld gedrag’ en heb dit vaak gezien. Terwijl er in de samenleving op veel plekken zoveel handen nodig zijn. We kunnen hun zachte, zorgzame en vriendelijke handen goed gebruiken in onder andere de zorg en het onderwijs. Daar kunnen mensen met een ondersteuningsbehoefte een belangrijke toegevoegde waarde leveren.
Ik pleit voor meer lef en minder aannames. Gelukkig zijn er initiatieven die een kantelbeweging in het starre systeem op gang brengen. Ik ben een van de onderzoekers die vanuit de Hogeschool twee projecten volgt die werken aan een inclusieve samenleving: Campus Woudhuis, een werkgemeenschap en stagehub in Nederland en Konekt VZW in Vlaanderen en Brussel. Eén van de deelprojecten van laatstgenoemde heet Brake-Out, een driejarig leertraject dat de transitie van onderwijs naar regulier werk mogelijk maakt voor getalenteerde jongeren en jongvolwassenen (16-30 jaar) met een cognitieve ondersteuningsbehoefte, zoals een verstandelijke beperking, autisme, of anderszins een afstand tot de arbeidsmarkt. Zij krijgen hier een School of Life en een springplank aangeboden. Met subsidie van het European Social Fund of Europees Sociaal Fonds (ESF) onderzoeken we deze projecten op werkzame bestanddelen en wat andere organisaties hiervan kunnen leren.'
Experimenteren en floreren
'Ik zie dat er voor deze groep jongeren in de huidige samenleving weinig in hun opleiding wordt geïnvesteerd èn dat de verwachtingen laag zijn. Arbeid is vooral aanbodgericht. Wat als je slechts de keuze hebt om te werken in de plantsoenendienst of de horeca, maar je iets anders wilt? Er wordt te weinig gekeken naar competenties, naar wat past. Zo missen teveel talenten aansluiting. Deze jongeren hebben vaak tijd nodig om te groeien. Geef ze de tijd om te proberen, te experimenteren en te floreren. Een zestienjarige die direct naar de dagbesteding gaat, is, met alle respect, nog een kind! Daarmee veronderstellen wij dat die jongere niet competent genoeg is om een bijdrage te leveren aan de wereld.
We moeten weg van het zieligheidsdiscours en iemand met een handicap gaan zien als een persoon met kwaliteiten en potentie. Want wanneer je wél competenties veronderstelt, hoge verwachtingen hebt van mensen en zij zelf ook uitstralen dat de wereld op ze wacht, dan gebeuren er wonderen, is mijn ervaring. Onbenutte talenten staan te springen om van betekenis te zijn. Omdat ze voortdurend alleen zorg mogen ontvangen, voelen ze zich vaak onzeker, ziek, slachtoffer of client. Als ze ook mogen geven, kunnen ze laten zien: ‘kijk, ik heb de wereld iets te bieden’.'
Passende stageplekken
'Om het huidige systeem te doorbreken, worden binnen de projecten van Campus Woudhuis en Konekt VZW zogenoemde 'Trojaanse paarden' getraind binnen het THIEA-project (Trojan Horses In Ecosystems of Appreciation). Teams in zorg, arbeid en onderwijs leren inclusieve werkmethoden, worden ondersteund met onderwijsmateriaal, trainingen en coaching. Er wordt intensief en interdiscplinair samengewerkt met sociaal werk, partners op de reguliere arbeidsmarkt en gemeenten in Nederland en België, zodat we nieuwe competenties in ons dna krijgen. Bij Konekt krijgen de jongeren een opleiding die past bij hun talenten en wensen en maatjes met wie ze een vertrouwelijke band opbouwen. Ouders worden betrokken en passende stageplekken worden gezocht. Dat zorgt voor inbedding. Wanneer het onderzoek, zowel in Woudhuis als met Konekt, aan het eind van het jaar is afgerond, verschijnt een wetenschappelijk artikel. Vervolgens worden de opgedane kennis en werkwijzen uitgerold naar andere organisaties, om zo duurzame, structurele veranderingen in beweging te brengen.'
Zachte aanwezigheid
'Soms schuurt het, is aansluiting moeilijk te vinden of zijn ouders bang dat het niet lukt. Maar over het algemeen zie ik een grote groep mensen, die met de juiste structuur, ruimte en vernieuwing, goed en hard kan en wil werken. Mensen die met hun zachte aanwezigheid toegevoegde waarde leveren. En ze zijn bovendien zo hard nodig op de reguliere arbeidsmarkt.
Ik ken tal van voorbeelden, zoals een jonge vrouw met een ondersteuningsbehoefte, die in haar eigen dorp in de kleuterklas naast de juf staat. Ze helpt met neuzen snuiten, veters strikken, voorlezen, neemt een kind op schoot of gaat mee naar het toilet. Deze vrouw gaat naar haar werk, wordt gewaardeerd, neemt steeds meer verantwoordelijkheid en groeit. De juf ziet haar als collega, de kinderen als juf en zelfs in de supermarkt wordt ze als juf aangesproken. Hoe mooi is dat? Zij, en met haar vele anderen, is minder vaak ziek, heeft een groter sociaal leven, ondersteunt de leerkracht en de samenleving wordt er mooier van.'