Trojaanse paarden in de zorg
In een metaforische kraamkamer wordt met Europese subsidie geëxperimenteerd met ander soort zorg en volwaardig meedoen aan de samenleving. Omdat vernieuwing moet. Maar de ambities schuren met de praktijk, en dat is onderdeel van de transitie.
‘Nederland heeft begeleiders met rock-'n-roll nodig’
De werkvloer als gezamenlijk speelveld
‘Geef me die spitsvork’, roept de boomlange 15-jarige Quin richting Jaap Berends, die net heeft uitgelegd hoe een baal hooi moet worden verdeeld over een boerenstal. Locatie: herenboer De Groote Modderkolk op de Veluwe. Het is maandagochtend. Berends is oprichter en bestuurder van Campus Woudhuis, een werkgemeenschap / stagehub / alternatief ecosysteem dat probeert zorg en meedoen voor ‘mensen met ondersteuningsbehoefte’ (in plaats van ‘met een beperking’) op een andere manier vorm te geven dan het traditionele systeem van dagbesteding en beschut werk, met alle hokjes, vinkjes en financiële potjes die daarbij horen.
De onderliggende filosofie: het huidige systeem is niet duurzaam maar de knop kan ook niet in één keer om. Daarom moet er worden geëxperimenteerd. Door zogenoemde common grounds te creëren: ‘De werkvloer als gezamenlijk speelveld van deelnemers en met gedeelde verantwoordelijkheid voor succes’, vertelt Berends terwijl het hooi ons om de oren vliegt.
'Protect the crop'
Vandaag doen Quin en zijn medescholieren van het speciaal onderwijs De Zonnehoek, Joshua en Amelie, een belevingsstage op de boerderij. Om op ‘reguliere werkplekken’ te ondervinden wat zij leuk vinden en waar ze talent voor hebben. Eerder deden ze ervaring op in de horeca en bij een sorteercentrum, vandaag is de sector ‘groen’ aan de beurt: werken op en rondom het land. De verslaggever die deze ochtend meeloopt is zelf nogal een stadsrat en verbaasd dat Quin de aanduiding weet van het stuk gereedschap waarmee hij het hooi te lijf moet gaan. Waar heeft hij deze spitsvorkkennis opgedaan? ‘Gewoon, met farmer games’, schokschoudert hij. Een uur geleden, voordat hij in de stal belandde, moest hij buiten bladeren van de broccoliplant knippen en verzamelen: varkensvoer. Maar alleen van de planten waar de bloemknop al is verwijderd. Want: ‘You have to protect the crop’, weet Quin, ook van zijn games.
Niemand onderschatten
Het is voor Berends illustratief: onderschat niemand, mensen kunnen op andere manieren aan kennis komen dan dat de traditionele samenleving verwacht. Terwijl Quin, Joshua en Amelie driftig het hooi verdelen zodat het niet op één plek gaat broeien, legt Berends uit: ‘Deze leerlingen voeren werk uit dat echt gedaan moet worden en geen speciaal bedacht klusje is. Ik houd me niet bezig met de juridische status van het werk: is het beschut werk, is het een betaald arbeidscontract, dagbesteding of loonkostensubsidie - dat interesseert me niet. Campus Woudhuis kijkt verwachtingsvol naar mensen en gaat uit van een relationele in plaats van een transactionele benadering. Hoe kunnen mensen een bijdrage leveren en werken binnen “gewone” teams. En dat proberen we dan gewoon te regelen.’
‘Veel mensen krijgen helaas nu niet de context om te kunnen floreren’
Trojaanse paarden
Hier wringt de praktijk van Berends met die van de school. Er zijn namelijk twee vrijwilligers met de leerlingen van de Zonnehoek meegekomen: de juffen Linda en Jasmijn. Zij leggen uit dat de belevingsstage plaatsvindt om te ondervinden naar welke vorm van dagbesteding (!) Quin, Joshua en Amelie na schooltijd het best kunnen doorstromen. Dagbesteding: dat is nou juist niet de bedoeling. ‘Ons systeem gaat uit van een economische waarde van mensen en dat uit zich in een arbeidscontract, en daar worden allerlei eisen aan gesteld’, legt Berends uit. ‘Voldoe je daar niet aan, dan sluit dit systeem mensen buiten. En je ontneemt mensen daarmee het recht om een bijdrage aan de samenleving te leveren op een gewone werkvloer. Wij proberen daarom bondgenoten te maken, die we onze Trojaanse paarden noemen: mensen van VSO-school De Zonnehoek en van lokale zorginstellingen als De Passerel. Om samen te kijken hoe we mensen op de voor hen juiste plek terecht kunnen laten komen en hen daar de ondersteuning te bieden die ze nodig hebben. Met een drastische hervorming van de huidige bedrijfseconomische kant. Dus in plaats van te denken “Ik heb drie dagbestedingslocaties, hoe houd ik die in de lucht?” naar: “Wat hebben mijn mensen nodig?” Als dit een plek bij de bakker om de hoek is, prima. Dan gaan we kijken of we de bakker om de hoek ook bondgenoot kunnen maken, in plaats van onderzoeken of je bij de eigen dagbestedingslocatie ook iets met bakken kunt doen. Ik zal niet ontkennen dat mensen ondersteuning nodig hebben, maar het huidige systeem zorgt ervoor dat gewone werkgevers denken dat het alleen maar ingewikkeld gedoe is om iemand met een beperking in dienst te nemen. En dat is niet zo.’
Eer aan het werk
Boer Rianne Joolink kijkt vanaf haar tractor glimlachend naar Quin, Joshua en Amelie die staan uit te puffen van hun noeste werk; Joshua heeft zelfs zweetplekken op zijn T-shirt. ‘Buiten op het land en met dieren werken, is goed voor het mentale welzijn’, is Joolinks overtuiging. Het is daarom haar uitdrukkelijke wens om met haar boerderij een sociale bijdrage te leveren. Elke maandag heeft ze klussen verzameld waar de boerderij om vraagt en die behapbaar zijn voor de mensen die ze die ochtend gaan uitvoeren; klussen die bijvoorbeeld binnen een ochtend klaar zijn zodat er eer aan het werk te behalen valt, de werknemers zien meteen resultaat. In dit geval: de varkens hebben weer voer en de stal is opgeruimd. Mochten Quin, Joshua of Amelie na hun stage bij een boer willen werken, dan hoopt Berends dat hij met de juffen van De Zonnehoek samen een constructie weet te vinden waarbinnen dat kan. Dan werken ze bij een boer en is het woord dagbesteding allang niet meer van deze wereld. Medewerkers van De Zonnehoek delen hun ervaringen met hun collega’s, en injecteren hopelijk nieuwe manieren van kijken en werken in het bestaande systeem.
Betaald, onbetaald, of ergens tussenin
Ook Mathilda Groenveld, manager zorg bij De Passerel, is een Trojaans paard. Zij rijdt met stevige vaart over smalle landelijke weggetjes naar Buurtwinkel Epe, een supermarkt in de wijk Burgerenk, voor het grootste deel gerund door mensen met een beperking. Een groepje bewoners van een van de zorglocaties van De Passerel drinkt koffie op het terras voor de winkel en hangt op twee duofietsen. De bewoners komen hier boodschappen halen, rusten even uit van de fietstocht en onderhouden sociale contacten. Ook het personeel van de winkel is in de ruststand: Erica achter de kassa heeft even geen klanten en bakker Bram pauzeert met een koffie. Het is twee uur ’s middags en Bram is vanaf vanochtend half negen in de weer met roombotercakes bakken. Zelfstandig. Want banketbakker Nico Bosch houdt weliswaar een oogje in het zeil, maar hoeft lang niet altijd bij te springen.
Er werken zo’n dertig mensen met een beperking in de winkel, samen met zeven begeleiders, van wie Bosch er één is. ‘De buurtwinkel is een centrale plek in de wijk waar iedereen mag zijn wie hij is’, vertelt Groenveld enthousiast. ‘Waar mensen verbinding vinden met elkaar, waar talenten worden ingezet en waar mensen ertoe doen. Ongeacht wie je bent, wat je achtergrond is, je mag er zijn en je hebt betekenis voor elkaar.’
Onmisbaar
Saillant detail: de begeleiders krijgen betaald, de rest van de werknemers niet. Dat strookt niet met de filosofie van Campus Woudhuis. Waarom is dit dan toch zo? ‘Omdat de dertig werknemers een indicatie hebben’, legt Buurtwinkelbegeleider Marieke Berkhoff uit. ‘Zo werkt het nou eenmaal.’ Er ontstaat een discussie, want Groenveld weet dat de Buurtwinkel begin dit jaar, toen het stevig had gesneeuwd, een mega personeelsprobleem had: de werknemers met beperking mochten om veiligheidsoverwegingen van hun zorglocatie de deur niet uit. Toen bleek dat de winkel niet te runnen is zonder deze werknemers met beperking.
Waarom mogen ze dan niet op de loonlijst, als ze zo onmisbaar zijn? ‘Omdat het risico bestaat dat zij hun uitkering kwijtraken wanneer ze volledig arbeidsvermogen hebben’, brengt Berkhoff in - een systeemwerkelijkheid dat mensen nu verhindert om voor hun werk betaald te krijgen. Nog een argument tegen volledige zelfstandigheid: soms heeft een van de koeriers van de winkel, die de boodschappen van de winkel naar verschillende zorglocaties rondrijdt, een botsinkje gehad, legt Berkhoff uit. En is daardoor dan even van slag, en dus niet ‘zelfstandig’ genoeg om als betaalde werknemer te worden gezien. ‘Onzin’, riposteert Groenveld. ‘Ik zou ook van slag zijn na een botsing.’
‘Wanneer je hoge verwachtingen hebt van mensen, krijg je wonderen’
Wonderen door hoge verwachtingen
Wanneer we wegrijden van de Buurtwinkel moeten we vaststellen dat we geen enkel valide argument hebben gehoord waarom bakker Bram en zijn collega’s niet als betaalde arbeidskracht kunnen worden gezien en behandeld. Het enige argument: omdat het systeem nu zo werkt. Het laat zien hoe taai de praktijk is. Ondanks beleidsinspanningen van de afgelopen vijftien jaar blijft de kloof in werkgelegenheid voor mensen met een beperking groot. Dat moet anders. Want: reguliere werkvloeren zijn een prima context waarin zorg, werk en leren gecombineerd kunnen worden, is de overtuiging van Wouter Hijweege, projectleider van het EU-project. ‘Daarom zijn wij als innovatieproject op zoek naar een ander verdienmodel, waarbij er niet wordt uitgegaan dat er iets mis is met mensen met een ondersteuningsbehoefte maar waarbij naar het potentieel wordt gekeken.’
THIEA-project
De EU heeft Campus Woudhuis twee jaar subsidie verstrekt, als onderdeel van het zogeheten THIEA-project, Trojan Horses In Ecosystems of Appreciation. De Hogeschool Utrecht volgt het project en doet onderzoek naar impact en de consequenties voor de opleiding van professionals in zorg en onderwijs. In totaal worden 170 jongeren actief betrokken op de werkvloer, vijfendertig professionals getraind en ten minste twintig regionale mkb’s zullen inclusieve werkpraktijken zoals job carving implementeren: het opsplitsen van bestaande functies in kleinere, op maat gemaakte taken. Door het trainen van 'Trojaanse paarden' introduceert het project inclusieve werkmethoden in organisaties om duurzame, structurele veranderingen te bewerkstelligen. Het traject loopt tot het einde van dit jaar. Sofie Sergeant, bijzonder lector Inclusie en Veerkracht in het Onderwijs aan Hogeschool Utrecht, is een van de onderzoekers. ‘Wanneer je competenties veronderstelt en hoge verwachtingen hebt van mensen, krijg je wonderen’, is haar overtuiging en ervaring. ‘Het spitsvork-voorbeeld aan het begin van dit verhaal toont dat aan. Veel mensen krijgen helaas nu niet de context om te kunnen floreren. Terwijl het een recht van ieder mens zou moeten zijn, dat je ‘mag geven’. Voor veel mensen geldt nu dat ze alleen zorg mogen ontvangen. Dan zeg je eigenlijk tegen deze groep: ‘de wereld zit niet op je te wachten.’
De kritische tussenstand: Campus Woudhuis heeft in de regio Apeldoorn voor tien mensen een mooie plek op de reguliere werkvloer opgeleverd, maar wel als werkervaringsplek, en nog geen betaald arbeidscontract, erkent Hijweege. Is het project daarmee mislukt? ‘Dat is niet de juiste vraag’, vindt hij. ‘Het is niet zwart-wit. Draagt het bij aan het vinden van nieuwe vormen van leren werken en zorg die duurzaam kunnen zijn in onze veranderende samenleving?, is een betere, maar ook veel moeilijker te beantwoorden vraag.’
‘De bedrijven zijn het probleem, zij hebben hulp nodig om een gastvrije context te creëren voor mensen’
Omarm onvoorspelbaarheid
Die mening deelt onderzoeker Sergeant. ‘De innovatie van Campus Woudhuis is dat er een netwerk van bedrijven wordt gecreëerd waarin de bedrijven en niet de mensen met een beperking worden ondersteund. De bedrijven zijn het probleem, zij hebben hulp nodig om een gastvrije context te creëren voor mensen.’
‘De grootste verandering die geleidelijk plaatsvindt is de verandering in waarden’, vult Berends aan. ‘Want de waarden bepalen onze mindset. Zie je mensen met een beperking vooral als kwetsbaar, zorgbehoevend, met wie je voorzichtig om moet gaan en die op een speciale beschutte plek werken, of zie je mensen met een ondersteuningsbehoefte als gewone mensen waar niets mis mee is, die van alles kunnen en vaak ook willen bijdragen.’ Sergeant stelt dat Nederland meer werkgevers en begeleiders met rock ’n roll nodig heeft: ‘Mensen die onvoorspelbaarheid durven te omarmen en op te zoeken.’
Een week later staan de juffen van De Zonnehoek met open mond te kijken naar wat de leerlingen op de boerderij aan werk verzet hebben: ze hebben een veld vrijgemaakt van giftig Jakobskruiskruid, twee kruiwagens vol, op een manier en tempo dat past bij hun kunnen. Berends: ‘Daar worden anders bedrijven voor ingehuurd.’
Dit artikel komt uit de derde editie van 2026 van Markant, het tijdschrift van de VGN.