Eerst werken, dan leren: begeleid je neus stoten
Eerst werken, dan leren. Het klinkt simpel, maar het effect is groot. In Amsterdam laten Cordaan en Sociaal Werkkoepel zien dat mensen met een licht verstandelijke beperking niet hoeven te wachten tot ze ‘klaar’ zijn voor een baan. Door hen direct te plaatsen bij een werkgever met de Amerikaanse IPS-methode (Individuele Plaatsing en Steun) groeit het vertrouwen, de motivatie en de kans op duurzaam werk. Met zichtbaar resultaat.
Nick werkt op een dynamische plek midden in Amsterdam: de brasserie van Internationaal Theater Amsterdam (ITA). Na een tijd thuis zitten, daalde zijn zelfvertrouwen en bleek een baan vinden lastig. Samen met een begeleider van zorgorganisatie Cordaan ging hij op zoek. ‘Ik kon bij de dagbesteding op een zorgboerderij werken, maar dat paste me niet’, zegt Nick. Vanwege zijn eerdere ervaring in de horeca, kwam hij terecht bij de dagbesteding in de kantine van ITA. ‘Ik deed ook weleens klussen voor de brasserie. De chef vond dat ik uitblonk.’ Dat leidde tot een leuke, onbetaalde baan in de brasserie voor één dag per week. Na een half jaar kreeg Nick een betaald contract en inmiddels werkt hij vier dagen.
Als hulpkok maakt Nick borrelhapjes en verzorgt hij de voorgerechten. Jolanda van Ommeren, IPS-coach bij Cordaan, helpt hem op weg om de regie te nemen en dingen bespreekbaar te maken, bijvoorbeeld als hij minder uren zou willen draaien. ‘Je kunt veel bereiken als je je honderd procent inzet’, zegt Nick. Zijn ambitie reikt verder: uiteindelijk wil hij zelfstandig kok worden, verlaat hij zijn woning bij Cordaan en gaat hij samenwonen. Volledige zelfstandigheid is zijn motto.
Eerst plaatsen, dan trainen
Vanuit de overtuiging dat Cordaan verplicht is om gemotiveerde mensen door te laten stromen naar betaald werk, startte de zorgorganisatie in 2018 met de IPS-methode om mensen naar betaald werk te begeleiden, vertelt Renata Wieringa, domeinmanager Werk & Dagbesteding van Cordaan. Deze uit Amerika afkomstige IPS-methodiek kenmerkt zich onder meer door mensen eerst te plaatsen in betaald werk en pas daarna te trainen. Bovendien integreert de methodiek de begeleiding op de werkvloer met begeleiding vanuit de zorg.
In de jaren daarvoor had Cordaan ondervonden dat de doorstroom van mensen met een licht verstandelijke beperking (lvb) naar betaalde banen stagneerde. Hoewel mensen met een lvb over het algemeen graag willen werken, moesten zij eerst van alles kunnen voor ze een baan kregen. Wieringa vertelt dat het daar stokte. ‘We waren in Nederland gewend om in “treintjes” te denken: vanuit de praktijkschool ga je naar de dagbesteding, en als je dat kan, ga je naar betaald werk. Maar je ervaart pas de noodzaak om alles te leren en te kunnen, als je bij een werkgever werkt. Daarom draaien wij het om: eerst plaatsen, dan trainen.’
De ambities waren in eerste instantie bescheiden, vertelt Wieringa: ‘We wilden dertig mensen aan betaald werk helpen, maar het groeide hard, omdat de IPS-methode precies aansloot bij de behoeften van de werkzoekenden. De ambities groeiden mee: vier IPS-coaches werden er dertien, en dertig kandidaten werden 240 mensen die begeleid zijn naar betaald werk, die anders in de dagbesteding terecht waren gekomen. Het slagingspercentage bij Cordaan is 45 procent, terwijl het landelijk dertig procent is. Het gaat dus goed in Amsterdam en andere dagbestedingsorganisaties volgen hun voorbeeld.
‘De belangrijkste voorwaarde is dat de kandidaat zelf gemotiveerd is’
Volwaardig werk, meedoen en leven
Via de website kunnen mensen met een beperking zich bij Cordaan aanmelden en kiezen tussen een leer-werkbedrijf, dagbesteding of betaald werk. In het laatste geval worden ze gekoppeld aan een IPS-jobcoach en stelt de instroomcoördinator een IPS-traject voor, zoals bijvoorbeeld bij Nick gebeurde. ‘Dat sluit aan bij de visie: alles zo regulier mogelijk. Mocht dat toch niet lukken, dan kijken we welke ondersteuning nodig is om waardevol werk en volwaardig meedoen te realiseren’, zegt Wieringa. IPS-coach Simone Bensdorp voegt daaraan toe: ‘De belangrijkste voorwaarde is dat de kandidaat zelf gemotiveerd is. Maar als een ambitie onrealistisch blijkt, gaan we samen op zoek in de stad of achter de computer naar wat wél past.’
Innerlijke drijfveer
Met Sociaal Werkkoepel, een netwerkorganisatie voor werkgevers en participerende organisaties, is de gemeente Amsterdam een belangrijke stakeholder. Projectmanager Anneke Broekman van Sociaal Werkkoepel: ‘In het kader van de Participatiewet is iedereen die wil en kan werken de doelgroep, waarbij de zorgorganisatie zich richt op de psychisch kwetsbaren. We zijn partners met een gezamenlijke missie en een innerlijke drijfveer om iedereen die wil, te laten deelnemen in de maatschappij door hen van dagbesteding naar betaald werk te begeleiden. Dit levert winst op: lagere zorgkosten, minder schulden en gezondere mensen. Werken biedt zingeving, structuur en meer autonomie over je eigen leven.’ Sociaal Werkkoepel bouwt gestaag aan een netwerk van inmiddels meer dan tweehonderd werkgevers, onderwijsinstellingen, het Regionaal Werkcentrum, gemeente Amsterdam met het Werkgeversservicepunt en Bureau Social Return, dagbestedingsorganisaties en sociaal-ontwikkelbedrijf Pantar. ‘Iedereen is welkom, mits er een intrinsieke motivatie is om mensen met een ondersteuningsbehoefte in dienst te nemen’, zegt Broekman.
Heel Amsterdam als werkveld
Cordaan doet aan proefplaatsing, zodat zowel de werknemer als werkgever kunnen wennen en kijken of het werk past. ‘Wij zijn nauw betrokken en evalueren met beiden. Het is echt maatwerk’, zegt Wieringa. ‘Sommige kandidaten willen na hun plaatsing helemaal niet meer dat je contact zoekt. Het kan dus zo intensief als je zelf wilt en de banen zijn zo gevarieerd als de maatschappij is. Heel Amsterdam is ons werkveld: van de kapper tot de bouw. We houden het aantal mensen dat we begeleiden bewust klein, zodat we veel aandacht kunnen besteden aan mensen met een lvb. Dat betekent dat we soms een ochtend meedraaien op de nieuwe werkplek of we fietsen de eerste dagen mee naar het werk.’
Loonkostensubsidie
Financiële regelingen zoals loonkostensubsidie maken het aantrekkelijk en haalbaar om mensen met een lvb in dienst te nemen. Of buddy’s op de werkvloer. Deze zogenoemde Harrie (Hulpvaardig, Alert, Realistisch, Rustig, Instruerend en Eerlijk) wordt door de gemeente gratis getraind. En wie van het UWV de indicatie beschut werk krijgt, kan in Amsterdam bij een reguliere werkgever aan de slag, bij de bakker op de hoek, als woonhulp bij Cordaan of in het Conscioushotel. Daarvoor ontvangt de werkgever een extra vergoeding. In Amsterdam is dat percentage hoog: vijftig procent werkt bij reguliere werkgevers.
‘Als iets niet goed gaat, leer je waar je grenzen liggen, je groeit’
Intensieve samenwerking en begeleiding
Wieringa: ‘De intensieve samenwerking betekent dat we regelmatig overleggen over wie we wel en niet gaan begeleiden, hoe die begeleiding eruit ziet en dat we die overdragen aan de consulent beschut werk van de gemeente. Soms heeft iemand tijdelijk extra ondersteuning nodig, vanwege privéomstandigheden bijvoorbeeld. Ook dan is het belangrijk dat we gezamenlijk optrekken. De werkbegeleider moet goed in de smiezen houden wat er speelt om iemand binnenboord te houden. Mocht iemand beter op een andere plek passen, dan begeleidt de consulent de overstap.’
In de praktijk blijken deze stappen vaak ingewikkeld door versnipperde regelgeving, onduidelijke verantwoordelijkheden en financiële onzekerheden. Broekman wijst op het landelijk programma Simpel Switchen, dat wordt ondersteund door het ministerie van VWS en waarvan de VGN een van de vele partners is. Dat programma heeft als doel: overgangen soepeler maken, zodat nog meer mensen een passende (werk)plek vinden. Bijvoorbeeld van beschut werk naar banenafspraak, of van betaald werk naar dagbesteding. ‘Het betekent dat wij streven naar betaald werk, maar dat werknemers óók een stap terug kunnen doen’, zegt Broekman. Bensdorp benadrukt: ‘We spreken altijd van geslaagd, omdat we alles wat de kandidaat probeert en bereikt bijzonder vinden.’ Begeleid je neus stoten, noemt Broekman dat. ‘Als iets niet goed gaat, leer je waar je grenzen liggen, je groeit. “Gun ons ook onze faalmomenten”, zei iemand met een lvb onlangs’, vertelt ze.
Trots op certificaten
Ook de leermethode, een soort drietrapsraket van vakvaardigheden, werknemersvaardigheden en veilig werken, speelt een belangrijk rol. Samen met ROC Amsterdam kunnen mensen met een lvb erkende praktijkverklaringen behalen. Wieringa: ‘Dat motiveert hen om het uiterste uit zichzelf te halen. Zo’n officieel certificaat geeft trots en bevestigt dat ze normaal meedoen.’
Chaymae Mellal is zo iemand. Op haar achttiende zou ze na de middelbare school naar de dagbesteding gaan, want leren uit boeken vond ze lastig. Via de opleiding van Cordaan en het ROC, haalde ze haar praktijkervaring, niveau 1. Binnen zes weken had ze al een betaalde baan bij Woonzorgcentrum De Buitenhof in Buitenveldert, waar ze inmiddels al zes jaar werkt. Chaymae begon met bedden opmaken en werkt nu drie dagen per week als gastvrouw in de keuken. ‘De IPS-coach hielp me om richting te geven aan mijn droom: werken met ouderen. Ik lever een bijdrage en verdien mijn eigen geld’, zegt ze enthousiast. Marc, haar werkbegeleider, komt alleen wanneer nodig. ‘Dat is precies zoals we het willen’, zegt Broekman.
Cordaan werkt samen met tien verpleeghuizen waar zeventig, vaak jonge woonhulpen, werken met dezelfde potentie en motivatie als Chaymae. ‘Het is belangrijk dat ze kunnen doorgroeien door een niveau 2 certificaat te halen’, motiveert Wieringa. ‘Het is een prachtige vorm van wederkerigheid: zij doen waardevol werk en de zorg wordt ontlast.’
Ook in een grote, meer stoere sector ontstaan nieuwe kansen. Amsterdam is de eerste gemeente die een overeenkomst heeft gesloten om mensen met een dagbestedingsindicatie structureel kansen te bieden in de bouw- en infrasector. Wethouder Sociale Zaken, Rutger Groot Wassink zei: ‘We hebben een groep mensen in beeld gebracht die normaal gesproken niet op een bouwplaats terechtkomt. Dat dit straks kan, is een groots moment.’ Met bouwbedrijven, VGN en Sociaal Werkkoepel, onderzoekt Cordaan wat werken in de bouw kan opleveren voor mensen die bij de zorgorganisatie aankloppen. Door een aangepaste vraagstelling is het VCA-diploma inmiddels toegankelijk voor mensen met een lvb. Met succes: het slagingspercentage is negentig procent.
Gebiedsgericht werken
Zo ontwikkelen de partijen voortdurend nieuwe initiatieven. Cordaan initieerde gebiedsgericht werken; dagbesteding buiten de muren van een traditionele dagbesteding, midden in de wijk, bij lokale ondernemers. Het Westerpark fungeert als prototype met werk bij een kinderboerderij en vuilophaaldienst Oscar Circulair, twee zogenoemde hubs binnen het gebiedsgericht werken. Deelnemers kunnen terecht bij reguliere werkgevers als Tony Chocolony, Alain Carons restaurant Cantine of Brouwerij Troost, terwijl een werkbegeleider tussen de locaties pendelt en zowel de werknemer als -gever begeleidt.
Ook dit is succesvol: Cordaan biedt maatwerk en werknemers leren hun vakvaardigheden direct van de werkgevers. Daarnaast is samen met de Hogeschool Utrecht een opleiding tot kwartiermaker ontwikkeld. Dat zijn jobcoaches die in een (nieuw) gebied (nieuwe) bedrijven benaderen en zoeken naar passende werkzaamheden. Zij begeleiden de deelnemers en onderhouden contact met de bedrijven. Zeven kwartiermakers zijn al actief in Osdorp en op de NDSM-werf in Amsterdam Noord. Op de laatste plek zijn Sociaal Werkkoepel en Cordaan een pilot gestart met gebiedsgericht werken, samen met Roott (GGZ), de Regenbooggroep en een kwartiermaker van Cordaan. ‘Ik wens dat de hele stad vol zit met hubs om een inclusieve arbeidsmarkt te realiseren’, droomt Wieringa. ‘Ook al zijn meer organisaties bezig om mensen met een lvb naar betaald werk te laten doorstromen, Cordaan is het beste voorbeeld voor Amsterdam en misschien wel voor Nederland’, meent Broekman. ‘We hopen dat nog meer organisaties en partnerwerkgevers het talent benutten van iedereen die kan en wil werken.’ De droom van Bensdorp is helder: ‘Zoveel mogelijk kandidaten helpen aan een duurzame, betaalde baan.’
Dit artikel komt uit de eerste editie van Markant 2026.