Nieuws

Persoonsgebonden budget (pgb) in de Wmo

Een persoonsgebonden budget (pgb) is een bedrag waarmee een cliënt zelf zijn ondersteuning, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, kan regelen en inkopen. Elke cliënt die een maatwerkvoorziening krijgt toegekend, heeft – als hij voldoet aan de voorwaarden – recht om te kiezen voor een persoonsgebonden budget.

De wet

Gemeenten mogen zelf bepalen welke pgb-tarieven ze hanteren. Bij een pgb is geen subsidie mogelijk (titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht). Gemeenten stellen de hoogte van het pgb in de verordening vast. Hier staat ook welke voorwaarden gelden voor het tarief als de cliënt bij zijn eigen sociale netwerk ondersteuning wil inkopen. Tijdens het verplichte onderzoek bij de maatwerkvoorziening, moeten gemeenten aangeven welke mogelijkheden er zijn om een pgb in te zetten. Als een pgb mogelijk is, verplicht de wet dat gemeenten vooraf toetsen of aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • De cliënt kan zelf, of met hulp uit zijn sociale netwerk, zijn pgb taken uitvoeren (juiste product inkopen, contract aangaan, zorgverleners aansturen etc.);
  • De cliënt kan goed onderbouwen waarom de maatwerkvoorziening ‘in natura’ niet past en waarom alleen een pgb de juiste oplossing is;
  • De kwaliteit van de ingekochte ondersteuning voldoet aan de eisen (veilig, doeltreffend, cliëntgericht) en past bij het doel van de maatwerkvoorziening.


In de wet is vastgelegd dat het college een aanvraag voor een pgb mag weigeren als de kosten van het in te kopen product hoger zijn dan van de maatwerkvoorziening. Weigeren mag ook als het college een eerdere beslissing voor het toekennen van een pgb of maatwerkvoorziening heeft herzien of ingetrokken, omdat:

  • De cliënt onjuiste gegevens heeft verstrekt;
  • De cliënt niet voldoet aan de voorwaarden die voor het pgb gelden;
  • De cliënt het pgb niet of voor een ander doel gebruikt.


Pgb-houders die in 2015 een beroep doen op het Wmo overgangsrecht, houden, gedurende de looptijd van het overgangsrecht, hetzelfde tarief als in de AWBZ.

De praktijk

Per gemeente kunnen de regels (en tarieven) waar iemand een pgb voor kan inzetten en bij wie dit kan worden ingekocht erg verschillen. Een cliënt kan meerdere pgb’s uit verschillende stelsels (Jeugdwet, Wmo, Zorgverzekeringswet) ontvangen. Het pgb van de gemeente kan iemand alleen besteden aan zorg en ondersteuning waarvoor de gemeente verantwoordelijk is. De sociale verzekeringsbank (SVB) betaalt het pgb van de gemeente uit aan de zorgverlener. Mensen krijgen het geld dus niet meer op hun eigen rekening.

Betekenis voor de aanbieder

Als aanbieder sluit je nog steeds een overeenkomst met de pgb-houder. Aanbieders zijn vrij om eigen tarieven af te spreken, maar de gemeente zal via de SVB alleen het maximale gemeentelijke tarief betalen. Door de beleidsvrijheid van gemeenten is het belangrijk de (verschillende) gemeentelijke tarieven te volgen. Als de aanbieder dat tarief onvoldoende vindt, kan hij ervoor kiezen geen overeenkomst te sluiten.   

Meer weten?

PGB is in de Wmo opgenomen onder artikel 2.3.6

De hieronder vermelde brochure geldt als een gedetailleerd naslagwerk met sprekende voorbeelden:

http://www.pgb.nl/per_saldo/up1/ZypgpveJC_Bijsluiter_EW_PS_DEF_lr.pdf

Voorts:

https://www.hoeverandertmijnzorg.nl/volwassenen/alle-grondslagen/het-pgb

http://www.invoeringwmo.nl/content/uitgangspunten-van-het-pgb-wmo

Wat mag en moet in de Wmo
Deze tekst is onderdeel van 'Wat mag en moet in de Wmo'. Hierin legt de VGN de wettekst van de Wmo aan de hand van tien thema's uit. Zie: www.vgn.nl/wmo/wat-mag-en-moet.

Deze pagina is een onderdeel van: