Het VN-verdrag voor de rechten van mensen met een beperking, dat onlangs door de Tweede Kamer werd geratificeerd, betekent een flinke uitdaging aan de samenleving. Veel partijen moeten aan de slag om Nederland toegankelijker te maken op gebieden als werk, vervoer en vrije tijd. Van de gehandicaptensector mag worden verwacht dat we die partijen aansporen om gebruik te maken van de expertise die we hebben opgebouwd.

Uit een artikel in deze Markant blijkt dat het VN-verdrag zorgorganisaties ook aanspoort om naar zichzelf kijken. Ze nemen hun eigen visie nog eens onder de loep en kijken naar de ondersteuningsplannen, de medezeggenschap en het personeelsbeleid: nemen we zelf ook mensen met een beperking in dienst?

Daarnaast is het ook belangrijk om oog te hebben voor wat er gebeurt in het dagelijkse contact tussen cliënten, hun begeleiders en hun omgeving. Want uit onderzoek van Gustaaf Bos komt een ongemakkelijke waarheid naar voren: vaak schermen we de mensen die we ondersteunen juist af van de samenleving. De kleine bruggetjes die spontaan ontstaan, breken we met de beste bedoelingen af. We willen voorzichtig zijn, steeds maar weer.

Het goede nieuws is, dat in de sector een cultuur is ontstaan, waarin zo’n onderzoek plaats kan vinden. Waarin organisaties naar hun eigen dagelijkse werkelijkheid durven kijken en bereid zijn om goede en slechte ervaringen met elkaar te delen. Dat lijkt mij een goede startpositie om - samen met maatschappelijke partners en de mensen over wie het gaat - aan de slag te gaan met het VN-verdrag!

Frank Bluiminck, directeur VGN
fbluiminck@vgn.nl
Twitter @FrankBluiminck