Achtergrond

Alle jeugdhulp in één wet

De transitie van de jeugdzorg moet een einde maken aan de versnippering van de geboden ondersteuning. Zorgaanbieders bereiden zich er al op voor, maar zijn bezorgd over de continuïteit. José Schilderinck van Ambiq: ‘Over een jaar moeten gemeenten al zelf zorg inkopen.’

In juni is de Jeugdwet ingediend bij de Tweede Kamer. Het is de bedoeling dat deze wet nog dit jaar wordt goedgekeurd, ook door de Eerste Kamer. Daarna duurt het nog maar een jaar totdat gemeenten per 1 januari 2015 bestuurlijk en financieel verantwoordelijk worden voor alle ondersteuning, hulp en zorg aan kinderen en jongeren tot achttien jaar. Inclusief een groot deel van de ondersteuning aan kinderen met een beperking.
De Jeugdwet moet een einde maken aan de huidige versplintering. Nu zijn provincies verantwoordelijk voor jeugdzorg en kinderbescherming en de gemeenten voor preventieve jeugdzorg. De geestelijke gezondheidszorg (ggz) draagt zorg voor behandeling van psychische problemen, doorgaans gefinancierd vanuit de Zorgverzekeringswet, en de gehandicaptenzorg voor de ondersteuning van kinderen en jongeren met een beperking, die grotendeels wordt gefinancierd vanuit de AWBZ.

Samen met de nieuwe Wmo en de Participatiewet maakt de Jeugdwet deel uit van drie grote decentralisaties die het Kabinet wil uitvoeren. Deze wetten beschrijven samen hoe gemeenten verantwoordelijk worden voor de ondersteuning van kwetsbare burgers.

Moties
Tijdens de voorbereiding van het wetsvoorstel voor de Jeugdwet leek het er lange tijd op dat deze wet binnen de gehandicaptensector alleen betrekking zou hebben op de behandeling en ondersteuning van jongeren met een lichte verstandelijke beperking en ernstige gedragsproblemen. Maar het was de vraag hoe je die groep moest afbakenen; de IQ-grens bleek geen goed criterium te zijn. In januari werd duidelijk dat de ondersteuning - onduidelijk is of dit ook geldt voor behandeling - van alle kinderen en jongeren met een beperking onder de Jeugdwet gaat vallen. Met één belangrijke uitzondering: kinderen en jongeren die levenslang intramurale zorg nodig hebben. Die zorg zal worden gefinancierd vanuit de nieuwe kern-AWBZ.

Waarschijnlijk gaat er toch nog iets meer onder de kern-AWBZ vallen. Tijdens de behandeling van de Wmo in de Tweede Kamer in juni, bleek al dat Kamerleden beseffen dat het onwenselijk is als kinderen met een ‘intramurale zorgbehoefte’ ook daadwerkelijk allemaal naar een instelling gaan. Om mogelijk te maken dat deze kinderen zolang mogelijk thuis kunnen wonen, werd een motie van D66 en de ChristenUnie aangenomen, die ervoor zorgt dat de financiering voor de ondersteuning van deze kinderen ook in de kern-AWBZ wordt opgenomen. Dit betreft vaak kinderen die overdag naar een kinderdienstencentrum (kdc) gaan. Een andere motie van de ChristenUnie en D66 om hetzelfde te regelen voor logeren is aangehouden.

Samenhang
Volgens projectleider Maartje van der Rijt is de VGN voorstander van invoering van de Jeugdwet, zij het onder een aantal voorwaarden. ‘De overheid wil met de nieuwe Jeugdwet de zorg dicht bij het kind organiseren. Dit sluit goed aan bij de visie van de VGN’, zegt zij. ‘Belangrijk is wel dat gemeenten en de eerstelijnszorg tijdig specialistische deskundigheid inschakelen. Bijvoorbeeld voor vroegsignalering, multidisciplinaire diagnostiek en ambulante begeleiding. ’
Om ervoor te zorgen dat verstandelijke of andere beperkingen in de nieuwe situatie daadwerkelijk tijdig worden herkend, pleit de VGN ervoor dat de front offices van gemeenten tijdig specialistische expertise inschakelen.
De VGN is er blij mee dat gemeenten inmiddels 41 samenwerkingsverbanden hebben opgezet om de Jeugdwet uit te voeren. Deze samenwerkingsverbanden moeten voor 31 oktober een zogeheten transitiearrangement opstellen. Het doel van deze arrangementen is dat in 2015 de continuïteit wordt gewaarborgd van de jeugdhulp aan bestaande cliënten door hun huidige zorgaanbieders.

Continuïteit
De VGN vraagt zich wel af of alles zo snel kan worden geregeld: al op 1 januari 2015 gaat de nieuwe Jeugdwet in. ‘Het zou beter zijn als de transitiearrangementen die voor eind oktober moeten worden opgesteld een breder perspectief  hadden’, zegt Van der Rijt, ‘met meer garanties voor de continuïteit van de zorg. Dat is ook belangrijk voor de organisaties die deze uitvoeren. Deze zijn vaak zo gespecialiseerd dat een bepaalde  schaalgrootte nodig is om de zorg en ondersteuning - en de expertise die ervoor nodig is - goed te kunnen organiseren.’

Bij de totstandkoming van de Jeugdwet zijn twee ministeries betrokken: VWS en Veiligheid en Justitie. Samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten hebben zij het Transitiebureau Jeugd opgericht. Dit bureau ondersteunt gemeenten bij de voorbereiding van de transitie. Het heeft een netwerk van transitiemanagers opgericht en een website: voordejeugd.nl. Ook heeft dit bureau een Transitiecommissie Stelselherziening Jeugd in het leven geroepen, die invoering van de Jeugdwet monitort en de transitiearrangementen beoordeelt.
Volgens Van der Rijt willen de verschillende branches die straks bij de jeugdhulp zijn betrokken - de ggz, de jeugdzorg en de gehandicaptenzorg - ook meer mogelijkheden krijgen om hun leden voor te bereiden op de komende veranderingen.

Ambiq
Een organisatie die zich al volop voorbereidt op de transitie in de jeugdzorg is Ambiq, het grootste orthopedagogische behandelcentrum voor Noord- en Oost-Nederland. Dit centrum biedt hulp aan mensen met een lichte verstandelijke beperking en bijkomende problematiek, zowel intra- als extramuraal. Het gaat om bijna duizend mensen van alle leeftijden, waarvan het grootste gedeelte jeugd is. De organisatie is vooral actief in Overijssel en Drenthe, maar begeleidt bijvoorbeeld ook cliënten in Gelderland. Voor de intensieve intramurale zorg heeft Ambiq een bovenregionale functie. Het centrum komt voort uit een fusie uit 2011 van meerdere orthopedagogische behandelcentra.
Het hoofdkantoor is gevestigd in een nieuw gebouw in Hengelo, waarvan een gedeelte wordt verhuurd aan een ggz-organisatie en een ander deel aan een huisartsenonderneming. Op het terrein staan verschillende gebouwen waar Ambiq cliënten behandelt en begeleidt, maar er zijn ook gebouwen van organisaties voor jeugdzorg en speciaal onderwijs. In het hoofdgebouw wordt gewerkt volgens de principes van Het Nieuwe Werken. Niemand heeft een eigen werkplek, ook bestuurder José Schilderinck niet, die me ontvangt in een ontmoetingsruimte.

Thuis
‘We omarmen de transitie’, zegt Schilderinck. ‘Er is veel meer mogelijk dan we vroeger dachten, door meer samenhang aan te brengen in hulp en financiering en door uit te gaan van de eigen kracht van het gezin en de kinderen. Het startpunt van onze behandeling ligt daarom in het gezin, zelfs als het gaat om cliënten met een 24-uursindicatie. We wijken daar alleen vanaf als de veiligheid in het geding is, of als er thuis geen enkel perspectief meer is. Het motto is “ja tenzij”. Als iemand niet thuis kan blijven, dan kan hij of zij tijdelijk verblijven in één van de groepswoningen.’
De thuissituatie is ook de plek waar cliënten hun nieuwe vaardigheden moeten toepassen. ‘Mensen met een lichte verstandelijke beperking hebben vaak moeite met de transfer: iets wat je leert in de ene situatie, passen ze niet automatisch toe in de andere.’
Ze vertelt over een groepswerker die thuis speltherapie gaf aan een jongen die zich teveel terug trok. ‘Eerst gingen ze in de woonkamer spelactiviteiten doen, maar de groepswerker verplaatste het spel al snel naar buiten. Daar kon hij er ook andere jongeren bij betrekken. Met als resultaat dat nu zelfs als de groepswerker er niet is, andere kinderen soms voor de deur staan om te vragen of de jongen wil meedoen. Ook heeft de groepswerker de andere kinderen uitgenodigd om binnen iets te komen drinken. Zo leert het hele gezin hoe je iets samen kunt doen.’

Vroegsignalering
Ambiq wil ook de eerste lijn versterken. Dat gebeurt door voorlichting te geven aan Centra voor Jeugd en Gezin, huisartsen en het onderwijs. Schilderinck: ‘We leggen uit hoe ze een kind met een verstandelijke handicap kunnen herkennen en geven aan wat dat betekent in contacten met hen. Bijvoorbeeld dat je hen op de goede manier van informatie moet voorzien: één onderdeel tegelijk, eenvoudig taalgebruik, herhalen, vragen of ze het aan je willen terug vertellen. Die deskundigheidsbevordering van de eerste lijn is heel belangrijk voor de vroegsignalering. Dat er sprake is van een lichte verstandelijke handicap wordt vaak te laat onderkend, waardoor niet de juiste aanpak wordt geboden en de problemen verergeren.’
Inmiddels werkt Ambiq ook nauw samen met verschillende organisaties voor jeugdzorg, ggz en verslavingszorg. Schilderinck: ‘Dit betekent ook dat we de werkprocessen op elkaar afstemmen. Het is belangrijk dat werknemers in de verslavingszorg signaleren dat er bij een cliënt sprake kan zijn van een lichte verstandelijke beperking en zo nodig ons inschakelen. Omgekeerd is het belangrijk dat wij nagaan of er sprake kan zijn van verslaving of een psychiatrische stoornis. In de regio Twente hebben de verschillende organisaties met elkaar een coöperatieve vereniging opgericht om vanuit een breed veld gezamenlijk de kwaliteit van de preventieve jeugdzorg te waarborgen. Als gemeenten zich aanmelden omdat ze expertise nodig hebben, maakt het niet uit of ze spreken met iemand uit de verslavingszorg of de gehandicaptenzorg.’
Kort voor de zomervakantie heeft een werkgroep van Ambiq een zogeheten ‘snelkooksessie’ gehouden. Daar zijn alle behandelmodules tegen het licht gehouden, vanuit het geven dat de zorg anders, slimmer en beter moet. Er kwam uit dat nog meer zorg ambulant gegeven kan worden en dat de duur van de intramurale zorg kan worden verkort. Schilderinck: ‘Dat betekent een krimp van de organisatie van 25 procent.’

Leeftijdsgrens
Ook al wordt de transitie hier omarmd, dat betekent niet dat dit zorgeloos gebeurt. Schilderinck: ‘In de Jeugdwet wordt een leeftijdsgrens gehanteerd van achttien jaar. Onze jongeren hebben meer tijd nodig, bijvoorbeeld in het toegroeien naar de arbeidsmarkt. Het zou beter zijn als ze tot hun drieëntwintigste onder de Jeugdwet bleven vallen.’
Ook moet er volgens Schilderinck meer duidelijkheid komen over de verplichte beroepsregistratie. ‘We krijgen een nieuw soort medewerker, die meer is gericht op samenwerking met de omgeving van de cliënt. In de registratie en de kwaliteitscriteria wil men aansluiten bij de jeugdzorg. Het is nog de vraag in hoeverre dat past bij de profielen die we zelf al hebben ontwikkeld.’
En het tempo ligt wel erg hoog. Schilderinck. ‘Gemeenten moeten voor 31 oktober hun transitiearrangementen gereed hebben. Om een beeld te krijgen van de hoeveelheid mensen binnen hun gemeentegrenzen die gebruik maken van ondersteuning, en het daarbij behorende budget, verzamelen ze nu gegevens bij zorgaanbieders. Ik merk dat ze dat op heel verschillende manieren doen. En volgend jaar rond deze tijd moeten zij zelf al zorg gaan inkopen. Ik denk niet dat zij daar al aan toe zijn. Het zou beter zijn als er een proces van een aantal jaren zou zijn, waarin continuïteit van zorg voorop staat en waarin gebruik wordt gemaakt van de huidige expertise van zorgkantoren.’

Harde afspraken
En dan is er het probleem van de schaal. Het terrein in Hengelo is één van de twee terreinen van Ambiq waar zogeheten Zeer Intensieve Behandeling plaatsvindt. Er zijn negen groepen waar zeven tot acht cliënten verblijven. De architectuur van de nieuwe gebouwen helpt een handje mee. Ze staan schuin op elkaar, zodat groepen wat minder op elkaar zijn gericht, er en ligt een mooie vijver voor, waar inmiddels de eerste viswedstrijd heeft plaatsgevonden.
Schilderinck: ‘Deze zorg is bovenregionaal. Er komen hier soms zelf cliënten uit Utrecht of Friesland. Dat betekent dat gemeenten straks ook moeten investeren in een voorziening buiten de regio waarvan zij deel uitmaken. Anders raakt dit soort specialistische voorzieningen, met de kennis en expertise die eraan verbonden zijn, verloren. Ik vrees dat gemeenten zich dat nog niet allemaal realiseren. Er moeten daarom harde afspraken worden gemaakt over het monitoren van de transitie.’


Fact sheet en filmpjes
De VGN heeft een factsheet samengesteld waarin de gevolgen van de Jeugdwet in kaart worden gebracht. Daarin staat dat de ondersteuning van 18.400 kinderen en jongeren met een beperking nu wordt gefinancierd vanuit de AWBZ. Van hen gaan er straks 15.300 onder de Jeugdwet vallen. Het overgrote deel dus. Met hun ondersteuning zal een bedrag van 643 miljoen zijn gemoeid. 

En de VGN publiceert binnenkort een serie portretten van kinderen en jongeren met een beperking van wie de zorg- en ondersteuning overgaat naar de Jeugdwet. Deze portretten bestaan uit een film van twee tot drie minuten en een geschreven interview met een ‘paspoortje’ met foto. In de filmpjes wordt aandacht besteed aan het kind of de jongere zelf (wie is hij of zij?), de beperking, de ondersteuning en het resultaat van de ondersteuning. De portretten zijn bedoeld als bijdrage aan de beeldvorming van deze jeugdigen bij gemeenten.