Achtergrond

Buren in voor- en tegenspoed

De tweejarige Diede weet niet beter dan dat buurvrouw Dori Elemans (40) altijd op de bank ligt. Ze kruipt er gewoon gezellig bij. Voor Diede is het de normaalste zaak van de wereld dat haar moeder hier vrijwel iedere dag even binnenwipt, regelmatig kookt voor Dori, thee en koffie zet, af en toe een was vouwt, de planten en wat bankzaken doet. En als papa boodschappen doet, neemt hij ‘natuurlijk’ ook meteen boodschappen mee voor de buurvrouw. Moeder Rosa Teunis (29) vindt het bijna net zo vanzelfsprekend dat ze dit doet, samen met negen andere buurtgenoten, al bijna anderhalf jaar lang. Zolang is Dori - die alleen woont - al aan de bank gekluisterd door versleten rugwervels. Vooralsnog is de remedie om haar weer op de been te helpen nog niet gevonden. Dori heeft nooit om deze hulp hoeven vragen. ‘Dat had ik denk ik ook wel moeilijk gevonden. Toen de problemen met mijn rug begonnen en ik steeds minder kon, werd dat gezien en boden mijn buren spontaan aan om de dingen te doen die ik zelf niet kon’, vertelt Dori.

Ze wonen in een typische Vinex-wijk waar het krioelt van de jonge kinderen. In dit hofje zijn alle huizen met hun grote glazen schuifpuien aan de voorkant ook visueel erg op elkaar gericht. Het buurtgevoel in de nog jonge wijk was er al voordat dit gebeurde. ‘We waren al hecht, met oog voor elkaar’, zegt Rosa. ‘En Dori was graag gezien. Ze was altijd met onze kinderen in de weer. Toen mijn dochtertje net was geboren stond ik wel eens jankend bij haar op de stoep omdat ik haar niet rustig kreeg. Dan nam Dori het even over en kreeg ik een rustig kind terug. Rosa: ‘Dus het is ook gewoon eigenbelang hoor. We moeten Dori hier houden. Als ze weer kan lopen, kan ze mooi weer oppassen. Ha, ha.’ De buurtgenoten hebben een digitale kalender aangemaakt zodat iedereen kan zien wat er op welke dag gedaan moet worden. Iedereen kan zo ook aangeven wanneer hij of zij tijd heeft om welke klus te doen. Gaten zijn er vrijwel nooit. Iedere dag lopen verschillende buren ook nog wel spontaan even binnen, zodat ook ad hoc klusjes gedaan worden.  Rosa: ‘Het is heel gewoon geworden om de keukenkastjes van Dori te checken. Het was wel een drempel om haar onderbroeken op te vouwen.’ Dori lachend: ‘Voor mij ook om dat door jullie te laten doen hoor.’ Dan serieus: ‘Dit huis is niet meer van mij, echt privé heb ik niet meer. Maar daar heb ik me overheen gezet.’ Vanuit haar woonkamer kan Dori alles volgen wat er in het hofje gebeurt. Als het lekker weer is, zetten buurtgenoten haar met een stretcher buiten, zodat ze er ook echt bij is. Ze hoeft voorlopig niet bang te zijn dat haar buren het nu wel lang genoeg vinden duren en afhaken met de burenhulp. Rosa: ‘Omdat we het met veel mensen doen, kunnen we het heel lang volhouden en is het voor niemand een grote belasting. Er is een periode geweest van drie maanden dat ik vier keer per week voor haar kookte. Dat was wel wat veel. Op dit moment ben ik zelf zwanger, zat een tijdje zelf niet lekker in mijn vel. Toen heb ik ook even wat minder gedaan, kon ik het niet opbrengen om bij haar binnen te lopen. Had ik even genoeg aan mezelf. Maar dat kan ook, omdat je weet dat een ander het wel oppakt.’ Sinds kort komt ook de thuiszorg vier uur per week over de vloer, waardoor de buurtgenoten vooral wat minder huishoudelijk werk hoeven te doen. Hoewel de buren de hulp vanzelfsprekend vinden, maakt het hun band toch nog wel  sterker. De digitale agenda voor Dori wordt inmiddels bijvoorbeeld ook gebruikt voor het aankondigen van feestjes. En de buren leren elkaar ook op een andere manier kennen. ‘Soms ben ik wel bang voor de toekomst, ik moet er niet aan denken dat dit nooit meer overgaat’, zegt Dori. ‘Maar mijn beperkingen brengen me ook veel. Voorheen had ik geen rust in mijn kont, was ik altijd bezig. Nu kan ik vanaf de bank blij zijn met wat er wel is, in plaats van met wat er niet is. En het beeld van een kille maatschappij waarin niemand omkijkt kun je niet overeind houden met zulke buren.’