Achtergrond

De betekenis van een lage hartslag

Als mensen met een verstandelijke beperking bewegen, blijft de hartslag relatief laag. Hoe komt dat? En wat betekent dat? Thessa Hilgenkamp gaat het onderzoeken.

In de GOUD-studie, die vorig jaar werd afgerond, werd de gezondheid van 1050 ouderen met een verstandelijke beperking onderzocht. Tot het brede scala aan onderwerpen behoorde onder andere het uithoudingsvermogen. Er was een groep mensen die de wandeltest niet kon volhouden en een groep die zich ongemakkelijk voelde zodra hun lichaam reageerde met verschijnselen die ze niet gewend waren, zoals een snellere adem, zweten, en een hogere hartslag.
‘Als je deze normale signalen van inspanning niet begrijpt, of nooit eerder ervaren hebt, kan dit natuurlijk ook oncomfortabel zijn’, zegt Thessa Hilgenkamp, bewegingswetenschapper aan het Erasmus MC en bij Abrona. ‘We stopten op dat moment de test.’ Maar er was ook een groep die zich wel in het zweet werkte en daar werd iets merkwaardigs bij ontdekt: ‘Ook deze groep had een lagere hartslag dan je zou verwachten.’

Chicago en Rotterdam
Om de oorzaak hiervan verder te onderzoeken heeft Hilgenkamp nu een persoonlijke Europese subsidie toegekend gekregen. Vanaf juli 2015 zal zij het eerste deel van dit onderzoek uitvoeren bij de afdeling Kinesiology and Nutrition van de University of Illinois in Chicago, VS. Volgend jaar volgt het tweede deel bij de leerstoel Geneeskunde voor Verstandelijk Gehandicapten in het Erasmus MC in Rotterdam.
Eerst gaat Hilgenkamp onderzoeken wat de maximale inspanningscapaciteit van mensen met een verstandelijke beperking is, en of hartslag en bloeddruk adequaat reageren op inspanning (de zogenaamde autonome regulatie). Dit gebeurt onder leiding van hoogleraar Bo Fernhall in Chicago, die eerder vergelijkbaar onderzoek heeft gedaan bij mensen met downsyndroom.
Vervolgens onderzoekt ze of dagelijkse activiteiten, zoals bijvoorbeeld gewoon wandelen, ook meer energie kosten dan verwacht. Misschien ervaren mensen met een verstandelijke beperking vaak lichamelijke of motorische problemen die een hoger energieverbruik tot gevolg zouden kunnen hebben.

Overschatting
Als het onderzoek uit zou wijzen dat het maximaal mogelijke inspanningsniveau lager ligt bij mensen met een verstandelijke beperking, en reguliere activiteiten zwaarder zijn dan voor mensen zonder een verstandelijke beperking, dan kan het zijn dat ze een veel hogere inspanning leveren dan wij denken.
Hilgenkamp: ‘Mogelijk wordt vaak overschat wat ze aankunnen. Dat kan leiden tot vermoeidheid, spierpijn en daardoor vermijden van activiteiten, met als gevolg de inactieve leefstijl die we veel zien bij deze doelgroep. Als de fysiologische reactie op inspanning daadwerkelijk anders zou zijn, zou dit grote gevolgen hebben voor de toepassing en interpretatie van testen en leefstijl- of trainingsadviezen voor mensen met een verstandelijke beperking.