Achtergrond

Eet, slaap, beweeg

Mensen met een verstandelijke beperking worden minder gezond oud dan anderen, blijkt uit het onderzoek GOUD. Om er iets aan te doen moet je aansluiten bij het dagelijks leven. ‘Ik weet best dat veel snoepen niet gezond is.’

Dat mensen met een verstandelijke beperking minder gezond oud worden, wisten we eigenlijk al. Maar hoe zit dat precies? Wat zijn oorzaken? Dat is, eenvoudig gezegd, het onderwerp van de studie Gezond Ouder met een verstandelijke beperking (GOUD), een samenwerking tussen Ipse de Bruggen, Abrona, Amarant en de Erasmus Universiteit. GOUD startte in 2008 en is afgelopen maand afgerond. Meer dan duizend cliënten met lichte tot ernstige verstandelijke beperkingen deden mee.
‘Een belangrijke uitkomst is dat het niet alleen met leefstijl te maken heeft’, vertelt hoogleraar Heleen Evenhuis, initiator van het onderzoek. ‘Mensen met een beperking hebben veel chronische ziekten. Vijftigplussers gemiddeld net zo veel als mensen zonder een beperking in het verpleeghuis. Vaak hebben ze die aandoeningen al vanaf hun kindertijd: epilepsie of visuele problemen bijvoorbeeld. Daarnaast hebben ze een verhoogd risico op ADHD en autisme. Op latere leeftijd komt daar nog van alles bij: hart- en vaatziekten en andere ouderdomsziekten. Daarmee hebben we dan ook meteen een belangrijk antwoord in onze studie: we kunnen oudere mensen met een beperking nooit zo gezond krijgen als de rest van de bevolking.’
Actiwatch
De resultaten van GOUD laten zien dat de oorzaken van slechtere gezondheid van oudere mensen met een verstandelijke beperking op allerlei manieren met elkaar samenhangen. Naast het meer voorkomen van chronische aandoeningen, worden er ook veel meer dan gemiddeld zware gedragsmedicijnen voorgeschreven, die weer een grotere kans op hart- en vaatziekten, diabetes en obesitas met zich meebrengen. En die kans was al groter, doordat mensen met een beperking minder fit zijn dan de rest van de bevolking en doordat ze ongezonder eten. Voeg daar nog bij dat depressies en slaapstoornissen vaker voorkomen, wat mensen weer extra kwetsbaar maakt voor andere aandoeningen. En het ingewikkelde beeld is compleet.
Thessa Hilgenkamp is bewegingswetenschapper en deed vanuit Abrona onderzoek bij GOUD: ‘Het mooie aan dit onderzoek is dat het vanuit de zorgorganisaties vormgegeven is. Onze zorgverleners, zoals fysiotherapeuten en diëtisten, beslisten samen met die van de andere organisaties welke onderzoeksinstrumenten we gebruikten. Dat had twee voordelen: ze konden de data voor ons verzamelen, waardoor we een veel grotere schaal hadden, en ze kunnen er nu, na afronding van GOUD 1, zelf mee verder werken. Wij hebben in de GOUD-studie bijvoorbeeld de actiwatch ingevoerd, dat is een soort horloge waarmee je activiteit en dus ook slaap-waakritme kunt monitoren. We hebben er bij Abrona zes continu in gebruik voor vragen vanuit de woningen.’
Ballon in de groep
Bovendien startte Hilgenkamp bij Abrona het programma Abrona Actief. ‘We zijn uitgegaan van het principe dat beweging moet aansluiten bij barrières in het dagelijks leven. Dat klinkt zó logisch, maar dat is het niet. Want tot nu toe werd er vooral in de aanbodzijde geïnvesteerd: met dingen als wandelclubs. Maar het aanbod was het probleem niet, het heeft te maken met iets niet weten of kunnen. Zo hadden sommige begeleiders het idee dat een bewegingsprogramma heel ingewikkeld is. Of dat het voor hun cliënten niet geschikt zou zijn. Dat hoeft niet zo te zijn: gooi een ballon in een kring en iedereen heeft het grootste plezier. En dat geeft weer een goed gevoel en motivatie voor de toekomst. Zo zit dat ook met eten. Als je wilt dat begeleiders gezond koken, moet je er ook voor zorgen dat dit kán: dat er goede recepten zijn van gerechten die je snel kunt maken, dat de boodschappen in huis zijn.’
Goede begeleiding en opleiding van de begeleiders. Dat is een van de speerpunten die uit GOUD naar voren komt. Evenhuis: ‘Er zijn allerlei onderwerpen die nu in de na- en bijscholing van medewerkers zitten. Het herkennen van slikproblemen bijvoorbeeld, of van symptomen van depressie. Dat type onderwerpen moet net zoals bewegen en voeding onderdeel worden van mbo-opleidingen. Dan kun je aandoeningen, of de samenhang tussen aandoeningen veel beter monitoren en er actie op ondernemen. In GOUD 2 gaan we met speerpunten verder. We voeren dan een interventieprogramma uit bij mensen met obesitas of diabetes. De interventies gaan over bewegen en voeding, staken van antipsychotica en verbeteren van slaap. Bovendien komen er verschillende zorgverbeteringstrajecten. We kunnen met de informatie uit GOUD echt jaren vooruit.’