De kunst van het blijven: ‘Wij zijn geen meteoriet die alleen maar inslaat'
Social designers Sjaak Langenberg en Rosé de Beer zijn geen kunstenaars die een mooi project achterlaten en weer verdwijnen. Het zijn mensen die blijven en van daaruit, stap voor stap, meer leven, verbinding en wederkerigheid op De Heygraeff brengen, een woonzorgpark van Reinaerde in Woudenberg. Wat begon met een tentje, groeide uit tot een beeldbepalend programma.
In de grote, kleurrijke zaal van De Heygraeff in Woudenberg ruikt het naar verse koffie. Sjaak en Rosé zitten alvast aan een tafel en ik schuif aan. Tiener Jordy rent vrolijk rond, een vliegtuig imiterend. Door de grote openslaande deuren naar buiten is er gepraat en gelach te horen. De zon schijnt naar binnen.
Terwijl we praten, komt Rob binnenlopen; op weg naar een vers bakje koffie. ‘Wil iemand een stroopwafel? 'Oh wacht, jullie zitten in gesprek en ik wil niet storen’, roept hij. Maar Sjaak slaat een stroopwafel niet af en terwijl Rob stroopwafels uitdeelt, vertelt Sjaak dat Rob éen van de smoestuiniers is: een particulier met een moestuin op De Heygraeff. ‘Ik heb altijd een paar pakken stroopwafels bij me als ik ga tuinieren’, zegt Rob, ‘want meestal komen Jos en Peter buiten zitten als ik aan het werk ben. En Marleen weet het ook precies. Als ze me ziet, roept ze: koek!’
‘Kijk, dit is precies wat we hier doen’, zegt Rosé. ‘Levendigheid op het woonzorgpark brengen.’ Het interview over het werk van Sjaak en Rosé is nog niet eens goed begonnen, of het onderwerp ervan speelt zich al live voor ons af.
Op zoek naar blinde vlekken
Sjaak en Rosé hebben als social designers verschillende grootschalige projecten in de gehandicaptenzorg gerealiseerd. Zo werken ze sinds 2019 aan het programma Re-creatie op De Heygraeff, het beschutte woonzorgpark van Reinaerde waar ruim 160 mensen met een ernstig verstandelijke beperking wonen. De Heygraeff ligt naast een camping, midden in een recreatieve omgeving. Reinaerde vroeg Sjaak en Rosé om meer dynamiek op het park te creëren en de verbinding met de omgeving te versterken, maar het mocht beslist geen tijd kosten van de medewerkers zelf.
Geen kleine opgave, blijkt als ik vraag wat een social designer eigenlijk doet. Sjaak en Rosé kijken elkaar aan en glimlachen. ‘Het is best ingewikkeld om ons werk uit te leggen’, vertelt Sjaak. ‘We zijn kunstenaars, maar we voldoen niet aan het traditionele beeld dat de meeste mensen van een kunstenaar hebben. Toen de term social designer opkwam, paste die beter: iemand die als ontwerper aan maatschappelijke vraagstukken werkt en nieuwe handelingsperspectieven biedt. Dat laatste is het belangrijkste verschil met een kunstenaar’, verduidelijkt hij. ‘Waar een kunstenaar iets agendeert, gaat een social designer net wat verder.’
Hij noemt het werk van kunstenaar en beeldhouwer Michelangelo als voorbeeld. ‘Er werd altijd gezegd: het beeld zit al in de ruwe steen, je hoeft het er alleen maar uit te hakken. Dat soort dingen doen wij ook, maar dan in de maatschappij. De ingrediënten om een plek of een organisatie anders te maken, bijvoorbeeld inclusiever of opener, zijn er wel, maar die zijn soms nog niet ontdekt. Wij zien de blinde vlekken, en gaan daarmee aan de slag.’
‘Met andere woorden: we willen geen meteoriet die alleen maar inslaat’, vult Rosé aan. ‘We zijn geen kunstenaars die even een mooi project komen doen en weer verdwijnen. We verbinden ons langdurig aan een plek, met blijvend resultaat. We willen de wereld een beetje mooier maken.’
Verwonderen vanuit een tent
Dat begon op De Heygraeff niet met een concreet plan, maar met een tentje. Letterlijk: Sjaak en Rosé kampeerden een dag en een nacht op De Heygraeff om te ontdekken wat er al was. Het weer viel tegen, en de toenmalige directrice maakte zich zorgen. ‘Ze kwam om elf uur ’s avonds warme chocolademelk brengen’, vertelt Sjaak. ‘Fantastisch.’ Rosé trekt de vergelijking meteen door naar de kern van hun werk: ‘Hoeveel is er nodig om contact te maken of iets te veroorzaken? We zetten een tentje neer en er gebeurde iets, want bewoners en medewerkers kwamen kijken, iedereen was nieuwsgierig wat er gebeurde.’
En daar in dat tentje ontstonden ideeën die uitmonden in het programma dat ze Re-creatie noemen, verwijzend naar de recreatieve omgeving van De Heygraeff en hergebruik van materialen. Een programma dat - kort gezegd - zorg, kunst en de omgeving met elkaar verweeft vanuit één simpele vraag: zou het niet mooi zijn om op deze plek mensen toe te voegen die de ruimte en tijd hebben om de plek te verrijken?
Sinds 2019 verblijven er daarom tijdelijk gastkunstenaars en ontwerpers in het voormalige portiersgebouw op De Heygraeff. Zij ontwikkelen workshops en activiteiten voor bewoners, familie en medewerkers, maar minstens zo vaak voor wie op de aansprekende activiteiten afkomt: buurtbewoners, campinggasten, studenten en andere geïnteresseerden. ‘Vanmorgen waren er ook weer mensen van de camping, een moeder met kinderen’, vertelt Sjaak. ‘Die deden gewoon mee. Hadden we niks georganiseerd, dan zouden ze ook niet op dit woonzorgpark komen.’
Via betrokken studenten van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht kwamen Sjaak en Rosé in contact met Popschool Heuvelrug, die een boerderij verderop gebruikte voor muzieklessen. ‘Ze ontdekten dat we hier het grootste zalencomplex van de regio hebben, met zelfs een zaal met een podium - een verborgen schat, vertelt Sjaak. ‘Dus zijn ze hier met bandcoaching gestart, onder voorwaarde dat iedereen bij de repetities kan komen kijken. De eindpresentatie geven ze ook hier, wat voor nog meer levendigheid en verbinding zorgt: bewoners, medewerkers, familieleden van bandleden, muzikanten en buurtbewoners komen kijken. Al die werelden komen dan gewoon samen.’ Inmiddels heeft de popschool zich definitief op De Heygraeff gevestigd.
Onderdeel van Re-creatie zijn ook de smoestuinen; grond die op wederkerige basis is weggegeven aan moestuiniers zoals Rob, om er naar hartelust te tuinieren en te ‘smoezen’ met bewoners en medewerkers. De opbrengst is in principe voor de moestuinier, maar de ervaring leert dat de komkommers, aardbeien en frambozen ook gedeeld worden met bewoners, die op hun beurt reuring ervaren van de werkzaamheden in en rond de tuin precies voor hun woning. Sommige bewoners helpen mee in de tuin, anderen komen langs voor een praatje.
Wederkerigheid als leidraad
Terwijl Sjaak en Rosé vertellen dat alles wat er binnen Re-creatie gebeurt, gericht is op wederkerigheid, komt een dame naar onze tafel toegelopen; onrustig, zoekend. ‘Lies, jij wilt zeker weer koffie’, lacht Sjaak naar haar. Ze knikt instemmend en trekt aan mijn arm om dit voor haar te regelen, maar haar begeleidster is al onderweg. Even later zit Lies buiten in het zonnetje, met haar koffie. Rosé pakt de draad weer op. ‘Met het programma Re-creatie als motor onderzoeken we in het hier en nu hoe we andere disciplines aan De Heygraeff kunnen verbinden en hoe we op basis van wederkerigheid een creatieve zorgcommunity kunnen vormen. Waar we voor elkaar klaar staan. We oefenen met elkaar in een andere toekomst.’
Overeenstemming, geen carte blanche
Hoe vrij zijn Sjaak en Rosé eigenlijk in wat ze doen? Op de vraag in hoeverre Reinaerde als zorgorganisatie leidend en bepalend is of dat zij carte blanche hebben gekregen, antwoordt het duo geen carte blanche te willen: ‘Ons werk krijgt echt betekenis als het geworteld is op de plek. Daarom werken we graag nauw samen met geestverwanten op meerdere lagen van de zorgorganisatie. We hebben hetzelfde doel en we zijn het gewoon heel erg eens over waar we samen naartoe willen’, vertelt Rosé.
Die ruimte is ook met de jaren gegroeid, vertelt Sjaak: ‘Een initiatief als de popschool die zich op het terrein vestigde, was in de beginjaren van Re-creatie ondenkbaar geweest. En medewerkers hadden trouwens ook koudwatervrees: betekent dit alles geen extra werk, al die extra mensen en activiteiten, vroegen zij zich af’, vertelt Sjaak. Maar het ijs brak. ‘Er zijn begeleiders die met bewoners naar de eindpresentatie van de popschool gaan. En er zijn begeleiders die er niks mee hebben. Dat is er ook. Je kunt niet iedereen meekrijgen.’
Ook financieel loopt Re-creatie voor een deel buiten de gebruikelijke lijnen van de zorg. Landelijke cultuurfondsen zoals het Mondriaan Fonds voor beeldende kunst en het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie voor ontwerp en vormgeving ondersteunden de gastateliers met een landelijke open oproep. Dat leverde niet alleen geld op, maar ook zichtbaarheid: het bracht goede kunstenaars naar Woudenberg en gaf het atelier landelijke bekendheid. Een manier om ambities door te zetten juist op momenten dat de zorgbegroting onder druk staat.
Kleine signalen, grote impact
Een formeel impactonderzoek is er niet, maar de signalen dat bewoners en medewerkers blij zijn met wat er gebeurt, zijn er wel. ‘Niet alles wat je ziet is meetbaar', zegt Rosé. ‘Het zit in kleine dingen: Stephanie die haar benen vanuit haar rolstoel in de lucht heft op de muziek van bandjes van de popschool, de reuring en de sfeer op het terrein rondom de smoestuintjes en de gastkunstenaars. De wereld van de bewoners is groter geworden. Ook voor begeleiders is de omgeving aantrekkelijker geworden en als een begeleider goed in zijn vel zit, zit een bewoner dat vaak ook. Andersom is het voor kunstenaars en ontwerpers een inspirerende omgeving.
Inmiddels is er een nieuwe stap gezet: op een woningcluster waar wonen en dagbesteding worden samengevoegd, gaat een kunstenaar tijdens die transitie onderzoek doen naar speelruimte samen met de begeleiders. ‘Dat raakt wel heel erg aan het Kleinkijkacademie-project’, zegt Sjaak, verwijzend naar hun werk bij een andere zorgorganisatie: Severinus.
De Kleinkijkacademie
Binnen de Kleinkijkacademie werden zes kunstenaars, ontwerpers en theatermakers gekoppeld aan verschillende woningen van bewoners met een ernstige verstandelijke en ernstige meervoudige beperking. Samen met begeleiders onderzochten zij hoe je van alledaagse, noodzakelijke zorgtaken een belevenis kunt maken voor bewoners, en het werkplezier van de medewerker kunt vergroten.
Zo deed een van de deelnemers een verrassende ontdekking: een zwenksproeier tegen het raam werkt heel meditatief voor bewoners. En glazenwassers die vaak onzichtbaar moeten blijven, omdat bewoners anders onrustig worden, kunnen ook tekeningen in het (gekleurde) sop op het raam maken en er een belevenis van maken voor bewoners.
'Een andere kunstenaar, die werk maakt over falen en mislukking, ontdekte dat bewoners een eigen mok hadden, met een uitsparing op maat voor hun neus of een rietje, terwijl begeleiders allemaal dezelfde, saaie beker gebruikten. Voor meer gelijkwaardigheid liet hij ook voor begeleiders unieke mokken maken, met een uitsparing die inschenken en drinken bewust lastiger maakt. Zo dwingen de mokken hen tot een rustig moment in hun drukke werkdag.'
Een andere kunstenaar zette muziek in als soundtrack bij het douchen van een bewoner die daar altijd veel moeite mee had. Tot hij wist: als dit muziekje komt, is het bijna voorbij. Om dit alles niet bij losse projecten te laten, zijn de door kunstenaars ontwikkelde werkvormen opgenomen in de online leeromgeving van de eigen opleiding van Severinus.
Terug op De Heygraeff, waar smoestuiniers groenten en gesprekken oogsten, muzikanten repeteren en kunstenaars bewoners betrekken bij hun werk, vatten Sjaak en Rosé de rode draad van hun werk bij Severinus en Reinaerde samen: ‘Het gaat er niet om of je een beperking hebt. We zijn allemaal mensen. En van daaruit spreken we dezelfde taal. Wij acteren vanuit nieuwsgierigheid om werelden aan elkaar te verbinden. Niet een kunstwerk achterlatend, maar blijven, kijken, uitproberen, improviseren en samen aan de slag gaan. Daar begint het.’
Meer informatie
Markant 3
Dit is een artikel uit de Markant 3. De nieuwe Markant gooit de samenleving én ons zorgsysteem op de schop. Hoe kunnen we die herontwerpen zodat we werkelijk samenleven: mensen met en zonder beperking? Zodat iedereen kan meedoen, zijn/haar talenten kan botvieren en waarin we zorg voor elkaar niet alleen overlaten aan professionals?