Babah Tarawally - 'Ik ben omdat wij zijn'

Kan de Afrikaanse Ubuntu-filosofie, gericht op een sterke gemeenschap waar niemand buiten de boot valt, bijdragen aan een betere positie van mensen met een beperking in de Nederlandse samenleving? Schrijver en columnist Babah Tarawally weet: ‘Ware menselijkheid ontstaat niet in isolatie, maar in relatie.’

Fotograaf: Yasemin Demirözcan

Tarawally werd in 1972 geboren in Sierra Leone. In 1995 moest hij vluchten. Vanwege een burgeroorlog in zijn land van herkomst kwam hij naar Nederland. Het land van kou en kleigrond. En met mensen die vooral op hun eigen ontwikkeling gericht zijn. Maar ook: waar je je dagelijkse bestaan zelf kunt inrichten zonder dat je hele familie continu aan de deur rammelt. Tarawally heeft nu wortels in beide continenten en schakelt tussen twee culturen: die van het westen, met focus op autonomie en individualisme, en Sierra Leone, waar alles om het collectief draait. 

Hij publiceert in dagblad Trouw en schreef recent het boek Ik ben geen mango, ik ben een mens. Hierin verkent hij aan de hand van zijn levensverhaal de Ubuntu-filosofie, die in veel Afrikaanse landen wordt nageleefd. Ubuntu betekent: ik ben omdat wij zijn. Oftewel: 'Ons menszijn is verbonden met dat van anderen.’ Deze filosofie is geen abstract gedachtegoed, Ubuntu is ‘wat je doet en niet wat je denkt’. Wanneer het gaat om mensen die zorg nodig hebben, wordt dat al snel concreet. ‘In veel Afrikaanse tradities is de zieke nooit alleen. Ziekte wordt gezien als een beweging die de hele gemeenschap raakt. Men komt samen; kookt, bidt, zingt, vertelt. De patiënt wordt gedragen door collectieve energie’, schrijft Tarawally.

Het ontbrekende dorp

In een Utrechts café licht hij dit verder toe. ‘In veel Afrikaanse landen zijn er geen instituten voor mensen met een beperking, de zorg vindt daar binnen de gemeenschap plaats’, vertelt hij, nippend aan een vers gemaakte ijsthee met munt en gember. ‘Hun bestaan is er afhankelijk van de empathie van de samenleving. Iedereen heeft een verantwoordelijkheid om iets voor hen te betekenen. Nederland heeft dat aan instituten overgelaten, en daardoor hebben veel mensen het idee dat het hun verantwoordelijkheid niet is. Nederland wil mensen die zorg nodig hebben wegstoppen zodat de rest van de samenleving geen last van hen heeft. Onder het motto: bescherming. Maar bescherming is vaak een vals argument. Er is angst dat mensen met een beperking net als ouderen met dementie een gevaar zijn voor de samenleving. Maar het lost vooral praktisch ongemak op, want wanneer ze verdwaald raken heeft niemand tijd om hen te helpen. Zorg is hier aan professionals overgedragen. In Sierra Leone helpen mensen elkaar gewoon in de samenleving.’

Het is een bekend adagium: it takes a village to raise a child. Veel Nederlandse gezinnen die een kind met een beperking hebben, staat het water tot aan de lippen. Zij moeten worden ontzorgd. Als het hele netwerk van familie, vrienden en buurtgenoten je daarbij assisteert, heb je vanzelf minder professionals en instellingen nodig, stelt Tarawally.

‘Veel Nederlanders zijn empathisch genoeg om iets voor een ander te doen, maar zien er nu geen tijd en ruimte voor omdat iedereen zo’n druk leven heeft. De nabijheid van mensen is het beste medicijn. In Nederland vinden we optimalisatie van de eigen vrijheid erg belangrijk. Wanneer iemand een last is voor de familie, zoek je een instituut die de last van je overneemt. Maar we moeten accepteren dat je niet altijd je maximale vrijheid kunt hebben. Iets voor een ander doen, hoort bij het leven. We moeten beseffen dat we interconnected zijn.’

Fotograaf: Yasemin Demirözcan

Samenlevingspunten en buddy's

‘Mijn pleidooi is niet om het Nederlandse zorgsysteem af te schaffen’, nuanceert hij, ‘maar om een tussenvariant te zoeken, waarbij de samenleving meer individuele verantwoordelijkheid krijgt om iets voor een ander te doen. Ga experimenteren met maatregelen die voor een ander zorgen samenlevingsbreed stimuleren. Ik denk aan het uitreiken van “samenlevingspunten”, waar een financiële vergoeding aan vasthangt. Zodat je minder kunt werken wanneer je iets maatschappelijks doet. Of: gratis entree voor jongeren voor festivals en culturele instellingen, wanneer je samenkomt met iemand met een beperking. Je wordt buddy van iemand, en hebt daar zelf voordeel van. Cynisch zou je kunnen denken: dan ga je mensen met een beperking gebruiken. Maar: so what? Geen probleem, want in het proces veranderen mensen. Je creëert een aanleiding waardoor relaties ontstaan. Toenadering wordt gezocht, en dat is waar het om gaat.’ De overheid kan hierbij sturen. Ook dat is Ubuntu: ‘In de politiek betekent Ubuntu dat besluiten niet worden genomen om de enkeling te verhogen maar om de gemeenschap te versterken.’

Tarawally wijst erop dat er in Afrika anders wordt gedacht over ziektes en beperkingen – en dat dit een ander fundament onder de samenleving legt. ‘Bij ons in het westen hebben mensen een beperking of een ziekte: het is iets van het individu, iets autonooms. In Sierra Leone is de ziekte of beperking een collectieve zaak omdat iedereen onderdeel is van alles: van de natuur, van een familie- of bloedlijn. Daarmee is het ook een collectieve verantwoordelijkheid.’

Maar hoe schud je een systeem en een cultuur op dat decennialang is gevormd? Heel simpel, stelt Tarawally: door het te doen. En door klein te beginnen. ‘Zeg hallo, nodig iemand uit voor een maaltijd, sluit je aan bij een buurtinitiatief’, schrijft hij in zijn laatste boek. ‘Wie een dorp kan bouwen, kan een stad bouwen. Een land. Een wereld. Als we onze gewoontes niet opschudden, wordt samenleven stroef, zonder adem.’

Vertrouwen als medicijn

Een gewoonte waar we mee moeten breken, is het mijden van risico’s en de juridische aansprakelijkheidstelling die veel persoonlijk initiatief in de kiem smoort. ‘Het leven is risico nemen’, zegt Tarawally. ‘Zelfs mensen die gezond zijn, komen onder de bus. Zorgprofessionals zouden verantwoordelijkheden makkelijker moeten kunnen overdragen aan anderen die een stuk zorg willen overnemen. Wees niet bang dat hierbij fouten gemaakt kunnen worden. Ga uit van het goede van de mens, wantrouw niet. Vertrouwen is de ziel van samenwerking. Het hele Nederlandse systeem is helaas gebaseerd op wantrouwen. Maar de meeste mensen deugen, willen goed doen voor een ander en moeten daartoe gestimuleerd en geholpen worden. In veel Afrikaanse landen gaat het niet om hoe lang je leeft, maar hoe intensief je leeft; of je geniet van het leven. Hoe ouder hoe gelukkiger – geldt lang niet altijd. Je kunt ook een kort, mooi leven hebben.’

‘We moeten gemeenschappelijke doelen creëren, waardoor we onszelf kunnen wegcijferen omdat alles wat we doen in dienst is van de wij’, concludeert Tarawally. ‘Als ik beter word en het collectief gaat erdoor achteruit, dan gaat er iets niet goed.’ Ter geruststelling: dit betekent niet dat er geen ruimte meer is voor individualiteit. ‘In het ontmoeten van elkaars anders-zijn schuilt ware menselijkheid’, schrijft Tarawally in zijn boek. ‘Niet in het opgeven van wie we zijn, maar in het erkennen van wat we samen kunnen worden.’

Deze pagina is een onderdeel van