De Waaier in beweging: wat deelnemers belangrijk vinden voor de toekomst
De VGN-Waaier met cliëntervaringsinstrumenten staat op een kruispunt. Twee masteronderzoeken vormden de aanleiding om tijdens de bijeenkomst ‘Het Kwaliteitskompas in beweging: samen de koers uitzetten’ op 27 januari 2026 met elkaar in gesprek te gaan over de toekomst van de Waaier. Centraal stond de vraag: hoe gebruik je cliëntervaringen zó dat ze echt bijdragen aan de dagelijkse praktijk?
De sessies, verzorgd door prof. dr. Kees Ahaus, prof. dr. Hennie Boeije en prof. dr. Petri Embregts (de Commissie van Deskundigen), begonnen met een korte toelichting op de belangrijkste onderzoeksbevindingen. Daarna gingen deelnemers met elkaar in gesprek over hun ervaringen, aan de hand vragen als:
- Wanneer is een instrument voor cliëntervaringen écht van waarde?
- Hoe borg je een goede inbedding in het zorgplan en het ECD?
- Welke minimale ondersteuning is nodig om ermee te werken?
- Wat helpt medewerkers om het instrument goed te gebruiken?
- Welke keuzes zijn nodig om de Waaier toekomstbestendig te houden?
- Welke rol verwachten organisaties van de VGN en de Commissie van Deskundigen?
Van meten naar betekenis
In de gesprekken kwam één duidelijke lijn steeds terug: meten alleen is niet genoeg. Metingen krijgen pas waarde wanneer de uitkomsten terugkomen in het multidisciplinaire overleg (MDO) en het zorgplan, door teams zelf worden geduid en logisch zijn ingebed in werkwijzen en het elektronisch cliëntendossier (ECD). Zonder die borging voelt meten al snel als ‘iets erbij’ of zelfs als een verplichting.
Daarnaast noemden de deelnemers de druk van verschillende domeinen, zoals Wlz, Wmo, Jeugd en GGZ. Daardoor moeten organisaties vaak meerdere instrumenten naast elkaar gebruiken. De behoefte ligt daarom bij kortere, eenvoudiger en – waar mogelijk – domeinoverstijgende instrumenten, zodat meten werkbaar blijft en minder stapeling vraagt.
‘Als het van het team zelf is, moet je er ook wat mee. Als het van de afdeling kwaliteit is, kun je het parkeren.’
Wat werkt in de praktijk?
Het gesprek begon bij de bedoeling: wanneer is het meten van ervaringen van mensen met een beperking echt waardevol? Deelnemers noemden het moment waarop een cliënt kan aangeven wat goed gaat en wat beter kan, én dat die opbrengst vervolgens zichtbaar terugkomt in evaluatie en zorgplan.
Tegelijkertijd werd ook een belangrijke vraag gesteld: meet het instrument wel écht de ervaring van de cliënt zelf? Wanneer een vragenlijst samen met een begeleider wordt ingevuld, kan de afhankelijkheidsrelatie immers een rol spelen. Sommige organisaties kiezen daarom voor anonieme invulling. Anderen vinden juist dat dan de koppeling met het zorgplan ontbreekt. Deze spanning werd open besproken.
Goede inbedding in de praktijk
Daarna verschoof het gesprek naar inbedding. Teams vertelden dat wanneer meten vast onderdeel is van de methodische cyclus, in het ECD en met een plek in het MDO, het als logisch werk voelt en de opbrengst beter wordt benut. Duiding door teams zelf werkt beter dan ‘iets van de afdeling kwaliteit’, dan blijft het niet liggen, maar doen teams er ook echt iets mee.
Over het gebruik van resultaten op organisatieniveau waren deelnemers nuchter. De uitkomsten zijn vooral nuttig voor teams en locaties zelf. Op organisatieniveau zeggen de cijfers pas echt iets wanneer ze worden bekeken in samenhang met andere factoren, zoals personeelsbezetting of verzuim.
Werkbaarheid in de dagelijkse praktijk
Tot slot ging het over werkbaarheid en ritme. Meerdere deelnemers pleitten voor lichtere varianten van instrumenten, bijvoorbeeld korter, modulair en met een passende frequentie, om de belasting te beperken zonder de bedoeling te verliezen. Reflectie kreeg aandacht: consolideren mag—je hoeft niet na elke meting een actielijst te formuleren; even stilstaan en herkennen “wat goed is” werd gezien als opbrengst op zich.
Ook klonk de behoefte aan uitwisseling tussen organisaties. Hoe pakken anderen het aan? Hoe borg je het in de PDCA-cyclus (Plan-Do-Check-Act)? En wat werkt in de praktijk?
En nu verder?
De Commissie van Deskundigen neemt de volgende inzichten mee in het vervolg:
- Werkbare instrumenten, lichter waar het kan en passend in het werk
- Goede inbedding in zorgplan, MDO en ECD
- Domeinoverstijgende toepasbaarheid waar mogelijk
Zo blijft de stem van mensen met een beperking leidend en ligt de nadruk op leren en duiden, in plaats van op meten als verplichting.