Achtergrond

'Detachering vraagt om duidelijkheid'

Terwijl het onduidelijk is of de Participatiewet standhoudt in de onderhandelingen over een sociaal akkoord, werpt die wet in de media zijn licht - of schaduw - vooruit. En dan vooral de quotumregeling. Als de wet inderdaad per 1 januari 2014 ingaat moeten bedrijven in 2021 minimaal vijf procent arbeidsgehandicapten in dienst hebben. Anders betalen ze jaarlijks vijfduizend euro boete voor iedere werknemer die ze tekort komen.

Uit een onderzoek van dagblad Trouw blijkt dat veel bedrijven vooral de schaduwzijde zien: zij zouden er financieel door in de problemen komen. Toch zijn er ook bedrijven die op zoek gaan naar de zonnige kant. De directeur van Microsoft Nederland vertelde in EenVandaag dat hij een Raad van Anders heeft geïnstalleerd die onderzoekt hoe mensen met een beperking binnen het bedrijf kunnen worden ingezet. En PostNL blijkt al te experimenteren met postbezorgers met een fysieke of verstandelijke beperking. Op 27 maart berichtte de Volkskrant als eerste dat deze werkgever in totaal vijfhonderd arbeidsgehandicapten en twaalfhonderd mensen met een bijstandsuitkering wil inzetten. PostNL wil ze echter niet zelf in dienst nemen, maar laten werken met behoud van uitkering, of gedetacheerd vanuit de sociale werkvoorziening of Wsw.
‘Dat laatste geeft me wel een raar gevoel’, zegt Mireille de Beer van de landelijke vereniging voor belangenbehartiging voor en door mensen met een verstandelijke beperking LFB. Zelf was ze in het verleden ook gedetacheerd vanuit de Wsw. ‘De sociale werkvoorziening kreeg geld om mijn ontwikkeling te begeleiden’, zegt ze, ‘maar deed daar in feite niets aan, want je ontwikkelen doe je op je werk. Wat zou mooier zijn dan dat PostNL die mensen gewoon in dienst nam?’ Haar collega Ellis Jongerius ziet echter ook voordelen aan detachering. ‘Als een bedrijf je in dienst neemt en failliet gaat, dan is het lastig om aan ander werk te komen’, zegt ze. ‘Dan moet er een vangnet zijn. Zelf ben ik bij de LFB gedetacheerd. Mocht mijn baan hier ophouden, dan zorgt de sociale werkvoorziening voor ander werk.’
De Beer en Jongerius pleiten ervoor dat er bij constructies zoals PostNL nu toepast contracten worden afgesloten tussen het bedrijf, de sociale werkvoorziening en de werknemer. De contracten moeten in twee opzichten duidelijk zijn: de taal is begrijpelijk en het is duidelijk welk geld waar terecht komt. Jongerius: ‘Het is best redelijk dat een sociale werkvoorziening wat geld krijgt om begeleid werken mogelijk te maken, maar het moet wel duidelijk zijn hoeveel dat is en waarvoor het wordt gebruikt.’