Financiering en bekostiging: drie keer goed nieuws
Een goede en duurzame gehandicaptenzorg kan niet zonder passende financiering en bekostiging. En omdat de realiteit van de gehandicaptenzorg continu verandert, zet de VGN zich voortdurend in om het systeem van bekostiging mee te laten veranderen. In 2025 boekten we op verschillende vlakken succes: het lukte om een aantal grote bezuinigingen in de ijskast te zetten, én het lukte om twee langslepende dossiers tot een voorlopig einde te brengen.
Bezuiniging van 140 miljoen in de ijskast
Goed nieuws! Voor 2026 is een bezuiniging van 140 miljoen euro op de gehandicaptenzorg afgewend. De VGN heeft vanaf het moment dat de verkiezingen werden aangekondigd, stevig gelobbyd om voorgenomen bezuinigingen op de gehandicaptenzorg te bevriezen. We hebben immers goede hoop dat een ander kabinet andere keuzes zal maken. En begin juli kwam het verlossende bericht: de Tweede Kamer heeft een bezuiniging van 52 miljoen euro op de gehandicaptenzorg controversieel verklaard voor 2026. Ook een bezuiniging van 88 miljoen werd al geschrapt.
Het eerlijke verhaal is ook dat de bezuinigingen nog wél in de begroting staan. De VGN vreest een verschraling van de zorg als ze na 2026 alsnog doorgezet worden. Of zoals VGN-directeur Theo van Uum zei over de verschraling: ‘Dat kan in de praktijk betekenen dat mensen minder aandacht krijgen dan ze nodig hebben. Dat ze niet zelf kunnen bepalen wanneer ze uit bed gaan, dat ze minder vaak kunnen douchen. Maar ook dat medewerkers, ouders en andere familieleden zwaarder belast gaan worden, terwijl die vaak al op de toppen van hun kunnen zitten. Daarnaast zien we dat er zorgaanbieders zijn die het onderhoud aan panden al langere tijd uitstellen, omdat ze dat geld gebruiken voor de zorg. Maar dat is niet houdbaar. Goede zorg staat onder druk als het dak lekt.’
Stijn Verbruggen, coördinator public affairs, schreef op de site van de VGN over hoe de vereniging wil voorkomen dat deze bezuinigingen alsnog doorgevoerd worden. Lees hierover het artikel over de succesvolle lobby en het artikel met de oproep om te stoppen met financieel jojo-beleid.
Een doorbraak voor de vg7
Ook voor het tarief voor de meest complexe zorg hebben we een prachtige stap gezet. Er komen voor 2026 twee prestaties: vg7 en vg7plus. Die laatste heeft een hoger tarief. Aanbieders kunnen aan de hand van de prestatiebeschrijving vg7plus toetsen voor welke cliënten ze het vg7plus-tarief kunnen declareren. Het zorgkantoor zal zich ervan moeten vergewissen dat dat terecht is.
Het besluit van de NZa volgt op jaren van problemen met het tarief. De zorg die nodig was werd wel geleverd, maar dat leidde structureel tot financiële tekorten, en veel meerzorgaanvragen. De afgelopen jaren kwam er af en toe een tijdelijke oplossing, en werden er veel onderzoeken en overleggen gewijd aan een definitieve oplossing. Dat had een lange adem nodig.
Renate Reusch, senior beleidsadviseur bij de VGN: ‘Het probleem zat hem vooral in de grote verschillen tussen cliënten met een vg7-indicatie. Het is de zwaarste VG-indicatie die er is, maar toch heeft de een veel meer zorg nodig dan de ander. De oplossing lijkt dan simpel: de indicatie opknippen. Maar puur en alleen op basis van cliëntkenmerken kon dat niet. Uiteindelijk bleek dat je wel onderscheid kunt maken op basis van cliënt- én contextkenmerken. Dan kijk je bijvoorbeeld ook naar hoe de zorg daadwerkelijk is ingericht, en hoe een cliënt woont. Maar ja, dat neemt het CIZ niet mee bij het indiceren voor een zorgprofiel.’
‘Uiteindelijk hebben alle betrokken partijen hun nek uitgestoken: de VGN, Zorgverzekeraars Nederland, het ministerie van VWS én de NZa. Het is een bekostigingswijze waar we nog weinig ervaring mee hebben, maar die wel een beter passende bekostiging oplevert. En dat we de komende jaren goed gaan monitoren om het fijn te slijpen.’
Wlz-tarieven eindelijk herijkt
We werken al sinds 2022 met verschillende partijen, onder leiding van de NZa, aan een herijking van de Wlz-tarieven. Concreet: de personele en de materiële component. Het doel is voor iedereen hetzelfde: beter passende tarieven voor geleverde zorg. De deadline die de NZa gesteld had, was 1 januari 2025, maar die deadline werd niet gehaald. En dus zetten we in 2025 alles op alles om de klus wél te klaren voor 1 januari 2026. En dat is gelukt.
Reusch: ‘Hier was de crux dat de NZa wilde herijken op de werkelijke kosten die aanbieders maken. Heel logisch natuurlijk, maar ook een enorme exercitie. Alle aanbieders hebben immers hun eigen administratie. De NZa heeft enorm veel details uitgeplozen. Uiteindelijk resulteerde dat in concept-kostprijzen, die we als VGN samen met onze leden in duidingssessies hebben besproken. Daarin stond de herkenbaarheid centraal. Dat waren ingewikkelde, maar vruchtbare gesprekken. Uiteindelijk heeft de NZa de meeste prestaties 2026 kunnen herijken, waarbij de tarieven beter aansluiten op de kosten van de zorg. Daarmee komt het geld beter op de juiste plek terecht. Een klein aantal onderdelen is nog niet herijkt, daarvoor is meer onderzoek nodig waarvoor de VGN zich hard blijft maken.’
‘Al met al zijn we goed te spreken over de herijking die er nu staat. Ook omdat het ons in de gesprekken met de NZa óók is gelukt om een deel van het tijdelijke budget uit het coronajaar 2022 te behouden. Toen kregen onze leden extra financiering in verband met het ziekteverzuim, en dat wilde de NZa nu terugdraaien: ze wilde terug naar het niveau van 2019. Terwijl het verzuim sindsdien altijd hoger gebleven is. Uiteindelijk zijn we uitgekomen op het ziekteverzuimniveau van 2024. Dat scheelt onze leden tientallen miljoenen euro’s per jaar. En dat is mooi, want die kosten zijn er ook gewoon. Per saldo heeft de NZa becijferd dat de gehandicaptenzorg 112 miljoen euro meer aan kosten maakt voor het leveren van zorg dan voorheen in de tarieven zat. Het ministerie van VWS heeft bij Prinsjesdag besloten die middelen toe te voegen aan het Wlz-kader.’