Achtergrond

‘Fitte mensen met een dwarslaesie zijn gelukkiger’

Mensen die in de eerste vijf jaar na het ontstaan van een dwarslaesie in staat zijn hun fitheid te verbeteren, zijn waarschijnlijk ook in staat hun welbevinden te verbeteren. Dat is de belangrijkste conclusie van revalidatie- en sportarts Casper van Koppenhagen. Hij promoveerde onlangs op het onderzoek Welbevinden en inspanningscapaciteit in de rolstoel in de eerste jaren na een dwarslaesie.

Van Koppenhagen onderzocht het beloop van de revalidatie van ruim tweehonderd mensen met een dwarslaesie. Zoveel patiënten met een dwarslaesie werden niet eerder tegelijk onderzocht. Sommigen kwamen er mentaal goed bovenop en leerden omgaan met hun beperking. Anderen zakten weg in somberheid en raakten afhankelijk. Mentale en lichamelijke fitheid blijken met elkaar samen te hangen.

Blaasontsteking
‘De meeste mensen die revalideren gaan in fitheid en welbevinden vooruit’, zegt Van Koppenhagen. ‘Hoe groot de vooruitgang is, is van heel veel factoren afhankelijk. Pijn, blaasontsteking en decubitus maken het lastiger, dus daar moeten wij artsen heel goed op letten. De hoogte van de dwarslaesie is ook van belang. Of je makkelijk beweegt, uit jezelf een actief leven leidt en je zonder moeite aanpast aan een nieuwe situatie, is voor bijna de helft afhankelijk van genetische factoren. Gelukkig niet helemaal. Daar liggen de mogelijkheden voor revalidatie op maat.’
In een vervolgonderzoek wil Van Koppenhagen kijken welke beweegprogramma’s en therapie voor welke persoonlijkheidsstructuur en beweegcapaciteit het beste aanslaat. ‘We weten dat een kleine dagelijkse inspanning al voldoende is om de conditie van hart en bloedvaten vooruit te helpen. Ook het welbevinden neemt daardoor toe’, zegt Van Koppenhagen. Voor het verbeteren van de mentale weerbaarheid is een psychosociale training op maat in voorbereiding, speciaal voor mensen met een dwarslaesie.
Binnen de medische wetenschap is onderzoek naar het verband tussen geestelijke weerbaarheid en lichamelijke fitheid iets van de laatste decennia, vertelt Van Koppenhagen. ‘Maar de gedachte dat er een verband bestaat, dateert al van de eerste eeuw na Christus: Mens sana in corpore sano – een gezonde geest in een gezond lichaam, stelt de dichter Juvenalis.’