Achtergrond

Het runnen van een gezinshuis: ‘Het voelt niet als werk’

Leestijd: 7 minuten
Markant_Gezinshuizen_nummer52019

Het aantal gezinshuizen groeit, ook voor kinderen met een beperking die niet langer thuis kunnen wonen. Nieuwe kwaliteitscriteria maken duidelijk wat deze gezinshuizen onderscheidt van andere woonvormen. ‘Het is geen kwestie van alleen maar lieve kinderen opvangen.’

Door Ronella Bleijenburg

‘Je mag zijn wie je bent. Daarover zijn we heel duidelijk tegen de kinderen. Wat je ook doet, je mag blijven. Laatst werd er weer een kledingkast kapot geslagen. Nou ja, het zijn maar spullen. We kopen gewoon een nieuwe’, zegt Sammy Vermeulen. Samen met haar man Ricardo van der Els runt ze een gezinshuis. Naast hun eigen zoon Edin (2) voeden zij nog drie kinderen op: Alyssa (17 jaar), Matthan (12 jaar) en Rosa (12 jaar). Dit gebeurt in afstemming met de biologische ouders en de (gezins)voogd. Het zijn kinderen met complexe problematiek die nu respectievelijk vier, viereneenhalf en een half jaar in het gezinshuis wonen. ‘We weten nog niet de helft van wat ze hebben meegemaakt’, zegt Ricardo. ‘En dat is misschien maar goed ook.’

Bij Sammy en Ricardo kregen de kinderen een tweede thuis. Met hun zessen vormen ze een op het oog heel normaal gezin dat woont in een ruim vrijstaand huis met grote tuin in Dalfsen in Overijssel. Het is een van de laatste zomervakantiedagen en het gezin is al vroeg in de morgen up and running. Alyssa is op paardenkamp. Rosa springt op de trampoline in de voortuin. Het kan nog net voor Sammy haar en ook Matthan naar de agrarische dagopvang brengt. Matthan zit in de woonkamer televisie te kijken. Kleine Edin dartelt met een tuitbeker in zijn mond rond in de tuin. ‘Kom jongens, we moeten gaan’, roept Sammy. ‘Jongens?! Ik ben helemaal geen jongen’, roept Rosa.

Dynamiek

Op het oog een heel normaal gezin dus, alleen is de dynamiek wat anders. ‘Het is wel eens lastig hoor’, zegt Sammy. ‘Het zijn beschadigde kinderen die soms heel heftig gedrag vertonen.’ Elke ochtend werd Matthan met een taxibusje naar school gebracht, maar dat escaleerde regelmatig. ‘Hij kan niet veel prikkels verdragen, helemaal niet 's ochtends vroeg. Die stuiterende kinderen in de bus zijn echt te veel. Regelmatig werd hij uit de taxi gezet. Dan zijn we dagen bezig om hem rustig te krijgen’, zegt Ricardo.
Inmiddels is er individueel vervoer met een vaste chauffeur geregeld. ‘Dat geeft zoveel rust.’ Sammy en Ricardo zien dergelijke escalaties als iets dat erbij hoort. ‘Je leert ermee omgaan. Er komt altijd weer een nieuwe dag en dan beginnen we gewoon opnieuw. Bovenal hebben we het fijn samen, met meer mooie dan minder mooie momenten. Het is ontzettend waardevol en dankbaar “werk” - tussen aanhalingstekens, want het voelt niet als werk’, zegt Sammy.

Jeugdwet

Steeds meer kinderen met complexe problematiek of een (licht) verstandelijke beperking die tijdelijk of langdurig niet thuis of bij familie kunnen wonen, vinden een veilige plek in een gezinshuis. ‘Uitgangspunt is dat kinderen zoveel mogelijk in de eigen thuissituatie kunnen opgroeien. Als dat echt niet meer kan, willen we dat deze kinderen kleinschalig, gezinsgericht en perspectiefbiedend worden opgevangen met zo min mogelijk doorplaatsingen. Daarbij vinden we het heel belangrijk dat hun ouders en familie waar mogelijk in beeld blijven’, vertelt Theo van Dam, gedragswetenschapper en systeemtherapeut bij 's Heeren Loo.
De wens om kinderen liever in gezinnen dan in woongroepen te plaatsen, tenzij dit niet in het belang van de jeugdige is, is ook verwoord in de Jeugdwet van 2015. In de twee jaar na de inwerkingstelling van de Jeugdwet is het aantal in een gezinshuis geplaatste kinderen met maar liefst met 25 procent gestegen en het aantal gezinshuizen met 30 procent, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Groei

Uit een 'verkenning van het landschap van gezinshuizen van jeugdigen met een beperking' in 2018 uitgevoerd in opdracht van de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN), blijkt dat er 478 gezinshuizen met samen 1456 jeugdigen binnen de gehandicaptensector vallen. Een kleine honderd daarvan maakten op dat moment deel uit van 's Heeren Loo, met in totaal zo'n 267 kinderen. Daarmee is 's Heeren Loo een van de koplopers.’

‘De groei van gezinshuizen ging ineens heel hard’, vertelt Van Dam. Dat ging gepaard met de vraag of de kwaliteit van de hulpverlening voldoende geborgd is. Landelijke richtlijnen en kwaliteitseisen waren er niet, terwijl de complexiteit binnen de doelgroep alsmaar groter wordt. ‘Met de leefgroepregels van instellingen onder de arm, stapten we over naar gezinshuizen. Dat werkt niet. Binnen woongroepen gelden veel striktere leefregels over bijvoorbeeld het gebruik van mobieltjes en televisie. Dat kan niet in een gezin, want het laatste wat je wil is een onderscheid tussen de geplaatste en de eigen kinderen.’

Voor en door het werkveld

's Heeren Loo had zijn eigen richtlijnen voor gezinshuizen opgesteld, maar de behoefte aan landelijke criteria werd groter. In 2016 deden de inspecties Jeugdzorg en Gezondheidszorg de aanbeveling om specifieke kwaliteitscriteria voor gezinshuizen te ontwikkelen. Een formele opdracht vanuit het ministerie van VWS volgde.
‘Concreet werd er gevraagd om een beschrijving van kwaliteit en veldnormen, op basis waarvan een toetsingskader geschreven kan worden door de inspectie’, aldus Van Dam. Medio 2016 werd een kernteam geformeerd met als deelnemers Gezinshuis.com, Present 24×7, Driestroom, Jeugdzorg Nederland, Keurmerk Gezinshuizen, ’s Heeren Loo, de Hogeschool Leiden en het Nederlands Jeugdinstituut. Gedurende de totstandkoming van de Kwaliteitscriteria werden ook andere partijen geraadpleegd en was er een duidelijke rol voor gezinshuisouders. In juni 2019 werden de Kwaliteitscriteria Gezinshuizen officieel gepresenteerd. Het is een document geworden dat de kwaliteit van de dagelijkse begeleiding en zorg voor kinderen in gezinshuizen beschrijft, maar ook een bijdrage levert aan de definiëring, positionering en professionalisering van deze vorm van jeugdhulp.

Kleinschalig

De Kwaliteitscriteria zijn ontwikkeld vanuit de visie dat de zorg en hulpverlening in gezinshuizen niet alleen kwalitatief goed, maar ook transparant en navolgbaar dient te zijn. Het begon met het formuleren van de definitie: ‘Een gezinshuis is een kleinschalige vorm van jeugdhulp - georganiseerd vanuit een natuurlijk gezinssysteem - waar gezinshuisouders volgens het 24x7-principe opvoeding, ondersteuning en zorg bieden aan bij hen in huis geplaatste kinderen en jongeren die tijdelijk of langdurig zijn aangewezen op intensieve en professionele hulpverlening als gevolg van beschadigende ervaringen en/of complexe problematiek.’
De term kleinschalig was een discussiepunt, vertelt Van Dam, die namens 's Heeren Loo betrokken is bij de realisatie van de criteria. ‘Het gaat om kinderen die veel aandacht nodig hebben. Hoe meer kinderen in een gezin, hoe meer dat ten koste gaat van de verbinding en ontwikkeling. Daarom wonen in gezinshuizen voor jeugdigen met een beperking relatief vaak maar een beperkt aantal kinderen. Het totale aantal kinderen (geplaatste en eigen kinderen) mag in principe niet boven de acht uitkomen om het kleinschalige karakter te behouden.’

Bouwstenen

De in de Kwaliteitscriteria geschetste definitie van het gezinshuis, wordt vervolgens uitgewerkt in vier bouwstenen: de bekwame gezinshuisouder, het leefklimaat in gezinshuizen, de positie van het kind en diens ouders, en de organisatie van transparante en navolgbare goede zorg.
Per bouwsteen worden de context geschetst, de kwaliteitsuitgangspunten beschreven en heel praktische veldnormen geformuleerd. Bijvoorbeeld dat minimaal een van de gezinsouders een professional moet zijn en dat er altijd ondersteuning is door een stabiel en multidisciplinair team van hulpverleners. Er wordt ingegaan op de omgangsvormen binnen het gezinshuis, de basisrechten van de kinderen, duidelijkheid over gezag en regie ten opzichte van de eigen ouders, passende zorg en over de transparantie die nodig is als je kinderen van een ander opvoedt en er sprake is van een hulpverleningstraject.

‘Deze criteria zijn nog niet op alle gezinshuizen van toepassing, maar dit is een belangrijke stap in de professionalisering en positionering van deze unieke vorm van jeugdhulp.’ Daarom, benadrukt Van Dam, is in de criteria beschreven wat er georganiseerd, geïmplementeerd of gerealiseerd dient te zijn, maar niet hoe. ‘Hiermee doen we recht aan de professionele autonomie van gezinshuisouders en de eigenheid van gezinnen. Het principe is: pas toe of leg uit.’
‘Daar zijn wij heel blij mee’, zegt Sammy. ‘Wij zijn een typisch “leg-uit-geval”. Natuurlijk, kaders zijn er nodig, maar de opvoeding en ontwikkeling van kinderen met complexe problematiek is niet puntsgewijs vast te leggen. Het is ook gewoon een kwestie van risico's durven nemen.’

Professionals

De Kwaliteitscriteria benadrukken het onderscheid tussen gezinshuizen en pleeggezinnen, termen die vaak door elkaar gebruikt worden. Het verschil is dat binnen een gezinshuis altijd minimaal een van de ouders een professional is. In het geval van Sammy en Ricardo is dat Sammy. Zij heeft de opleiding Sociaal Pedagogisch Werk gevolgd en werkte jarenlang in woongroepen met kinderen met een licht verstandelijke beperking. Ricardo heeft er nog een 36-urige baan bij in de ICT. Sammy is in dienst van 's Heeren Loo, want dat is de constructie van deze instelling ten aanzien van gezinshuizen. Minimaal een van de ouders is in dienst en daarmee onderdeel van het multidisciplinaire team dat bij het gezinshuis is betrokken. Dat team bestaat uit professionals die allemaal bij het expertisecentrum Advisium van 's Heeren Loo werken. ‘Het is erg prettig om te weten dat je een heel team achter je hebt staan en dat je het samen doet’, vertelt Sammy.

Sammy schetst de meerwaarde van een gezinshuis: de focus ligt op zowel de warme, veilige omgeving als op de behandeling. Hier mogen de kinderen zichzelf zijn en hun vrolijke buien hebben, maar ook hun uitspattingen. ‘Binnen de veiligheid van een gezin kunnen de kinderen zich ontwikkelen en ontplooien.’ Rosa woont sinds een half jaar bij Sammy en Ricardo. Nu valt pas echt op hoe erg Alyssa en Matthan zijn gegroeid, geven zij aan. ‘Het stiekeme is eraf. De boze buien zijn minder en ze durven vriendschappen aan te gaan. Het vertrouwen in ons groeit en ze vertellen ons steeds meer over hun verleden. Matthan werd vroeger onpasselijk van lichamelijk aanraking. Nu kruipt ie lekker tegen me aan om te kroelen. Die ontwikkeling is fantastisch’, aldus Sammy.

Waardering

Of Sammy en Ricardo kwaliteitscriteria misten toen ze zo'n vijf jaar geleden begonnen met hun gezinshuis? ‘Ja. Ze geven duidelijkheid over wat er van je gevraagd wordt en wat je kan verwachten. En het geeft waardering en erkenning.’ Dat laatste vindt ook Theo. ‘Het runnen van een gezinshuis wordt nog wel eens onderschat. Nee, het is geen kwestie van alleen maar lieve kinderen opvangen. Het gaat om opvoeden en behandelen. Je hebt te maken met allerlei dynamieken die veel impact hebben. De omgang tussen het geplaatste kind en zijn eigen ouders bijvoorbeeld, tussen de gezinsouders en de ouders, en tussen de geplaatste kinderen en de eigen kinderen die hun opa en oma ineens moeten delen. We hebben het over positioneren, hechten en identiteitsvragen. En dan komen er ook nog eens therapeuten, gezinsvoogden en gedragswetenschappers over de vloer die overal iets van vinden. We mogen ontzettend trots zijn dat zoveel mensen hun leven en huis openstellen voor kinderen met ernstige complexe problematiek. Je gunt elk kind een gezin. Met deze Kwaliteitscriteria kunnen we iets meer richting geven aan deze professionele vorm van kleinschalige opvang.’

Vanwege de privacy zijn de namen van de drie geplaatste kinderen gefingeerd.

> NJI.NL

Foto's: Martine Sprangers

Deze pagina is een onderdeel van: