Het VGN-bureau in 2025
Het VGN-bureau bouwde in 2025 verder aan een stevige, wendbare organisatie. Dat deden we door scherper te sturen op resultaat én zichtbaarheid. Tegelijkertijd kregen we te maken met dreigende bezuinigingen. Intussen werkten we met leden en partners verder aan de realisatie van de Visie 2030.
Scherper sturen op resultaat
In 2025 kozen we bewust voor meer resultaatgericht werken. Met de introductie van het OKR-model (Objectives and Key Results) verbinden we ons dagelijks werk directer aan concrete resultaten. Dat helpt ons prioriteiten te stellen en scherper te focussen op wat het meeste bijdraagt aan de Visie 2030.
We brachten meer samenhang aan tussen thema’s door te werken met vier pijlers. Daarmee versterken we de inhoudelijke verbinding binnen het bureau. In 2026 geven we hier verder vorm aan met onze bureaubijeenkomsten, met meer ruimte voor samenwerking binnen en tussen pijlers. Medewerkers nemen daarin zelf initiatief.
Samenwerking en kernwaarden versterken
We onderzochten afgelopen jaar ook hoe we werken met onze kernwaarden. Medewerkers zijn overwegend positief over de ontwikkeling die we doormaken. Vooral nieuwe initiatieven en werkvormen met leden en externe partners worden als vooruitgang gezien. Voorbeelden daarvan zijn Lab 2030, het festival, en bijeenkomsten met toezichthouders over de Visie 2030. In 2026 blijven we de kernwaarden actief en praktisch onder de aandacht brengen.
We evalueerden ook de honken (intervisiegroepen). Omdat de meerwaarde wisselend werd ervaren en de overlegdruk hoog is, stoppen we hier per 1 januari 2026 mee. De focus verschuift naar samenwerking en intervisie binnen (thema)teams, met ruimte voor eigen initiatief.
Investeren in ontwikkeling en vitaliteit
We investeerden in de ontwikkeling van medewerkers. Dat deden we onder meer met trainingen over lobby, AI, het faciliteren van bijeenkomsten en visueel werken. Het aanbod sloot goed aan bij de behoefte van nieuwe collega’s, bij actuele thema’s én bij verdere professionalisering. Met Insights Discovery kregen medewerkers meer inzicht in werkstijlen en samenwerking.
Ook op het gebied van vitaliteit namen we initiatieven, zoals trainingen over stress en werkbalans, mindfulness en het aanbieden van stoelmassages. Zo versterken we duurzame inzetbaarheid.
Blijven verbeteren
We scherpten onze HR-processen verder aan, onder meer in de samenwerking tussen HR en Finance, en in werkprocessen zoals declaratiestromen. Deze verbeteringen zetten we in 2026 voort.
Uit het Medewerkersonderzoek blijkt een hoge algemene tevredenheid. Op vrijwel alle thema’s is vooruitgang zichtbaar. Werkdruk blijft een aandachtspunt.
De OR behandelde in 2025 enkele advies‑ en instemmingsaanvragen. In september liep de zittingstermijn van alle OR‑leden af. Enkele leden stelden zich opnieuw kandidaat en nieuwe medewerkers meldden zich aan, waardoor verkiezingen niet nodig waren en de continuïteit geborgd bleef.
De agendagroep – een teamoverstijgende groep medewerkers waarbij de OR aansluit – kwam in 2025 meerdere keren bijeen om de samenhang te bewaken tussen kernwaarden, honken, bureaubijeenkomsten en het OKR‑model. De groep monitorde de ontwikkeling van het bureau en adviseerde het MT over vervolgstappen.
2025 in cijfers
- Eind 2025 telde de VGN 57 medewerkers (47,06 fte). Het aantal medewerkers bleef gelijk aan 2024, het aantal fte nam licht toe door tijdelijke vervanging en extra inzet.
- Ongeveer de helft van de medewerkers werkt als (senior)beleidsadviseur. Ruim een vijfde vervult een communicatiefunctie. Ongeveer een vijfde werkt in ondersteunende functies. Een kleinere groep heeft managementtaken.
- De gemiddelde medewerker is 48,9 jaar, werkt 8,7 jaar bij de VGN en gemiddeld 29,7 uur per week. Van alle medewerkers is 70% vrouw, en heeft 86% een vast contract. Binnen vijf jaar bereikt circa 10% de AOW-gerechtigde leeftijd.
- In 2025 kwamen 7 medewerkers in dienst en vertrokken er 7. Het verlooppercentage bedroeg 12%. Eind 2025 stond één vacature open, voor een senior beleidsadviseur.
- Het ziekteverzuim kwam uit op 4,43%. Dat is hoger dan in voorgaande jaren, maar ligt onder het landelijke gemiddelde van circa 5%. Het verzuim bestaat grotendeels uit langdurig verzuim.
- We investeerden 2,44% van de loonsom in ontwikkeling.