Achtergrond

'Je verliest je kind en krijgt een ander kind terug'

Andreas Wielenga (22) maakt zich op voor zijn laatste roeiwedstrijd van de dag. Het goud op de Special Olympics kan hem en zijn roeimaatje eigenlijk niet meer ontgaan. ‘Misschien roeien we een nóg snellere tijd’, hoopt Andreas.

Vader Rob (59) is apetrots op zijn zoon. Hij houdt met zijn mobiele telefoon het thuisfront en de flinke supportersschare op de hoogte. De groeiende wedstrijdspanning is merkbaar bij zowel vader als zoon. ‘Af en toe moet ik opletten dat ik niet zo’n sportvader uit de SIRE-campagne ben’, zegt Rob lachend. ‘Maar ik heb ook moeite met de softe gedachte dat voor mensen met een beperking alles alleen maar leuk en gezellig moet zijn. Ik zie hoe Andreas geniet van het leveren van een prestatie, van het winnen, van tijden verbeteren. Net als ieder ander.’

De eerste jaren van zijn leven was Andreas net als ieder ander kind. Nou ja, eigenlijk was hij een opvallend slimme kleuter en ook motorisch heel begaafd. De jongste van de vier kinderen in het gezin Wielenga leek alles mee te hebben. Tot hij uit het niets op zijn vijfde epileptische aanvallen kreeg. Naast de lichamelijke problemen, ging zijn IQ met sprongen achteruit. ‘In het begin werd steeds tegen ons gezegd: “Het zijn bijwerkingen van de medicijnen. Als hij goed is ingesteld, zal het weer veel beter met hem gaan.” Maar als het IQ van je  kind zes jaar lang ieder jaar tien punten lager wordt, dan weet je op  een gegeven moment wel dat het niet meer goed komt.’
Epilepsie is bij Andreas niet het hoofdprobleem, maar de uiting van een onderliggende neurologische aandoening. Welke aandiening is niet precies bekend.

‘Eigenlijk ben je chronisch aan het rouwen. Eerst denk je: “Oh, dan wordt hij maar geen piloot”. Maar langzaam zie je steeds duidelijker hoeveel hij moet inleveren. Je moet je steeds aanpassen aan een nieuwe situatie, terwijl je hoop blijft houden. Je raakt op een bepaalde manier je kind kwijt en krijgt er een ander kind voor terug’, schetst vader Rob het moeilijke proces van jaren.
Een intense band tussen vader en zoon is er altijd geweest, maar ook die band heeft moeten meeveren. ‘Ik ben blij met wie Andreas nu is. Het is een warm en lief kind’, zegt Rob. ‘En we zijn vrienden he, Andreas?!’ ‘Eens!’, is het antwoord met een grijns.

De passie voor roeien delen ze sinds een tijdje. ‘Door mij ben jij ook gaan roeien, ik heb jou besmet’, vertelt Andreas enthousiast. Rob: ‘We haalden en brachten Andreas altijd en het zag er zo heerlijk ontspannen uit. Ik beleef er veel plezier aan voor mezelf, maar vind het ook leuk om samen met Andreas in de boot te stappen.’
Vader en zoon spelen daarnaast veel spelletjes, schaken en backgammon vooral. Dat gaat er fanatiek aan toe. ‘Ik win bijna altijd’, roept Andreas. ‘Nou, nou, dat is niet waar’, sputtert zijn vader tegen.

Sinds anderhalf jaar woont Andreas begeleid op zichzelf, op een paar kilometer afstand van zijn ouders. Ieder weekeinde komt hij thuis. Hij heeft het erg naar zijn zin op zijn werk in een restaurant en sinds het begin van dit jaar heeft hij een vriendin. ‘Nu vertel ik niet meer alles aan papa en mama, maar aan haar.’ Langzaam is Andreas zich meer van zijn ouders aan het losmaken. Een gezonde ontwikkeling, maar wel ook weer even wennen, erkent vader Rob.

De band tussen vader en zoon zal de komende tijd van extra grote waarde zijn. De moeder van Andreas, de vrouw van Rob, is ongeneeslijk ziek.  Op een dag als vandaag, samen op en rond het water, lukt het vader en zoon om hier heel even niet aan te denken.