Achtergrond

‘Maken we het niet te ingewikkeld?’

‘We hebben de scherpe kanten van het regeerakkoord afgehaald’, zegt Tweede Kamerlid Vera Bergkamp van D66. ‘Daardoor is het socialer en realistischer geworden.’ Nu is het volgens haar de vraag of de decentralisatie gaat werken.

‘Ik zet me graag in voor de persoonlijke vrijheid van mensen’, zegt Vera Bergkamp. ‘Voor mensen met een beperking is het belangrijk dat zij zo goed mogelijk kunnen participeren in de samenleving. En dat is niet altijd het geval. Ik wil me daarom graag voor hen inzetten.’
In de Tweede Kamer is ze woordvoerder van D66 voor langdurige zorg, jeugdzorg en cultuur. Tijdens de behandeling van de Wmo in juni bleek dat ze goed op de hoogte is van wat er speelt in de gehandicaptenzorg. Via een motie over ‘behandeling groep’ zorgde ze ervoor dat de ondersteuning vanuit kinderdagcentra van kinderen met ernstige beperkingen deel gaat uitmaken van de kern-AWBZ. In augustus was ze te zien in de tv-uitzending van Nieuwsuur over ‘Roelie’, de cliënte van Novo die overleed nadat vier medewerkers haar tegen de grond hadden gedrukt. Ook dat ging over persoonlijke vrijheid.
Bergkamp: ‘Toen ik in de studio die beelden zag, vond ik ze heel heftig. De dag erna was ik bij mijn ouders en heb ik samen met hen die uitzending nog een keer bekeken. Toen kwam het nog veel meer binnen.’

In uw Kamervragen vraagt u om een onderzoek. Dat deed de Tweede Kamer ook in 2011 tijdens het debat over Brandon. Daar kwam een Dentank uit voort en het actieplan ‘Onvrijwillige zorg’ dat in mei is gepubliceerd. Moet dat nu niet eerst worden uitgevoerd?
‘Uit onderzoek van Nieuwsuur bleek dat er vaker ten onrechte vrijheidsbeperking wordt toegepast. Dan wil ik weten wat de staatssecretaris daarvan vindt. Hoe vaak komt dit voor? De discussie over vrijheidsbeperking loopt al vanaf 2007, nu is het 2013. Juist omdat dit heel emotioneel ligt, wil ik weten wat de feiten zijn. Ik wil ook weten hoe het zit met de deskundigheid van het personeel. Ik ken heel veel instellingen die daar mee bezig zijn. Dan zie je dat onderzoek van Nieuwsuur en dan denk je: wat is dit? Voordat je meegaat in allerlei sentimenten, vind ik het belangrijk om als volksvertegenwoordiger te weten: hoe zit dat dan?’

Wat vindt u van het actieplan ‘Onvrijwillige zorg’? Is het niet te vaag?
‘Er staat in dat er methodisch moet worden gewerkt, dat het personeel deskundig moet zijn, en dat iedereen zijn verantwoordelijkheid moet nemen. Laten we er alsjeblieft mee van start gaan. Als onderdelen van het plan in de praktijk niet blijken te werken, moeten we bijsturen.’

En het wetsvoorstel Zorg en Dwang?
‘Het uitgangspunt van het wetsvoorstel Zorg en Dwang is: Nee, tenzij. Dat vind ik goed, maar ik heb nog wel vragen. De wet is gericht op mensen in een instelling, maar wat betekent zij voor mensen die thuis wonen en straks onder de Wmo vallen? Ook vraag ik me af waarom er niet één wet komt, die ook voor de ggz geldt. Je krijgt natuurlijk situaties waarin mensen die dementeren of mensen met een verstandelijke beperking last krijgen van psychische problemen. Onder welke wet val je dan? En ik vind het belangrijk dat er een landelijke registratie komt, zodat we kunnen volgen wat het effect is en niet steeds hoeven te vragen om onderzoek.’

In uw reactie in Nieuwsuur en in de Kamervragen over Novo legde u direct de nadruk op de verantwoordelijkheid van bestuurders. Kunnen zij wel weten wat er altijd en overal speelt in hun organisaties?
‘Als bestuurder ben je eindverantwoordelijk. Daarom moet je de organisatie zo vormgeven dat je voorkomt dat je onderzoek moet uitvoeren. Ik ben directeur human resource geweest bij de Sociale Verzekeringsbank, een grote organisatie waar drieduizend mensen werken. Reken maar dat de raad van bestuur wist wat er speelde. Je moet het werk zo organiseren dat je daarvoor geen onderzoek hoeft te laten doen.’

Sommige organisaties in de gehandicaptensector zijn nog groter en de cliënten zijn kwetsbaar. Dan kan er toch ieder moment iets gebeuren?
‘Het blijft mensenwerk, maar je kunt er wel voor zorgen dat je weet of je mensen voldoende zijn opgeleid en hoe groot het verloop is. De kwaliteit van de mensen bepaalt de kwaliteit van je dienstverlening en je cliënten hebben baat bij vaste contacten. Bij Novo begreep de raad van toezicht niet hoe het kon dat er ondanks een verbeterplan toch weer een negatief rapport van de inspectie kwam. Vervolgens moest dat weer worden onderzocht. Dat vind ik zorgwekkend. We hebben het in Nederland ook wel heel ingewikkeld gemaakt. We hebben veel regelgeving en als we niet oppassen, maken we het nog ingewikkelder door die hele decentralisatie.’

Ook D66 is toch voorstander van die decentralisatie?
‘Net als staatssecretaris Martin van Rijn vinden wij dat er veranderingen nodig zijn omdat de zorg betaalbaar, kwalitatief goed en toegankelijk moet blijven en omdat mensen langer thuis willen wonen. Maar de afgelopen maanden heeft D66 verschillende onderdelen uit het regeerakkoord gecorrigeerd. We vonden direct al dat er naast een Zorgverzekeringswet en een Wmo een kern-AWBZ moet blijven. Als je een kind hebt dat vanwege ernstige beperkingen levenslang en levensbreed op zorg is aangewezen, moet je niet steeds naar de gemeente hoeven te gaan. Ik was daarom ook heel blij dat mijn motie over “behandeling groep” werd aangenomen. Die zorgt ervoor dat deze kinderen overdag naar een kinderdagcentrum kunnen, waardoor ze niet permanent naar een instelling hoeven.
In het regeerakkoord stond ook dat de ondersteuning van mensen op basis van zorgzwaartepakket 3 en 4 zou worden geëxtramuraliseerd. Daarvan hebben we gezegd dat het alleen voor bepaalde mensen kan. Maatwerk dus. En we hebben er met de ChristenUnie en GroenLinks voor gezorgd dat het 10-uurscriterium voor het persoonsgebonden budget werd geschrapt. Dat is een zinloze bezuiniging; het gevolg ervan zou kunnen zijn dat mensen veel duurdere zorg nodig hebben. En we hebben aandacht gevraagd voor de mantelzorg.
We hebben de scherpe kanten van het regeerakkoord afgehaald en daardoor is het socialer en realistischer geworden. Maar wij zouden niet hebben gekozen voor vijfentwintig procent bezuiniging op de dagbesteding en begeleiding en vijftien procent op de verzorging. Wij zouden alleen een efficiencykorting hebben opgelegd, omdat de zorg naar de gemeenten gaat.’

Kan D66 als oppositiepartij meer dan het beleid corrigeren?
‘Ik ben organisatieadviseur geweest en dit is een megaproject: de grootste reorganisatie in de zorg in tijden. Dan hoor je eerst te kijken of de huidige situatie op orde is. Is er sprake van fraude? Is de efficiency optimaal? Daarna kijk je of de uitvoerende eenheden, in dit geval de gemeenten, de juiste schaalgrootte hebben. Daarna ga je pas decentraliseren. Staatssecretaris Van Rijn doet alle drie in één. Normaal gesproken zou je geen project op die manier aanpakken. Er wordt natuurlijk tempo gemaakt omdat er de afgelopen tien jaar te weinig is hervormd. Wat opvalt is dat een heel groot gedeelte van de gedecentraliseerde taken wordt gecentraliseerd naar de regio, of zelfs bovenregionaal wordt georganiseerd. Aan de ene kant willen we de zorg eenvoudiger maken, dichtbij de mensen. En aan de andere kant maken we een lappendeken aan samenwerkingsverbanden. Ook de Raad voor het Openbaar Bestuur, de Raad voor de financiële verhoudingen en de Algemene Rekenkamer constateren dat er bestuurlijke drukte ontstaat. Met andere woorden: bureaucratie. En ze vragen zich af hoe het zit met de democratische legitimiteit. Waar is de gemeenteraad straks verantwoordelijk voor?’

Wat gaat u hieraan doen?
‘Ik wil die drie organen vragen wat voor oplossing zij hebben, want ik wil niet verantwoordelijk zijn voor een bouwwerk waarvan we ons over een paar jaar afvragen waarom we dat op deze manier hebben gemaakt.  Mijn wake up call is: drijven we nu niet af van de essentie? Dat is: zorg dichtbij de cliënt. Decentralisatie is op zichzelf goed, want de zorg is nu te ingewikkeld en er zijn vaak teveel hulpverleners bij één gezin betrokken. Maar de voorstellen zijn nog teveel geschreven vanuit het overheidsdenken en te weinig vanuit de burger. Maar dat wil niet zeggen dat je dingen die je decentraliseert weer moet centraliseren.’

Sommige vormen van ondersteuning en behandeling kunnen toch alleen bovenregionaal worden georganiseerd? Ze zijn gespecialiseerd en gericht op een kleine doelgroep.
‘Dat heeft er zeker mee te maken, maar straks heb je naast de gemeente, de provincie en het rijk, de regio als extra bestuurslaag. Straks zijn gemeenten alleen nog bezig met samenwerken, visie formuleren en inkoopdocumenten maken. Dat gaat allemaal af van de tijd waarin zij bezig kunnen zijn met burgers die zorg nodig hebben. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de justitiële jeugdzorg, dan hebben gemeenten daar niets direct over te zeggen. Hoe gaat dat straks in de praktijk? Neemt het vertrouwen in de jeugdzorg ook toe door de nieuwe constructie?
Iedereen gaat mee in de slogans: dichterbij, één regisseur, maatwerk, vraaggericht - dat wil iedereen, maar laten we goed met elkaar kijken of de uitwerking daar ook echt aan bijdraagt.’

Wat wordt de oplossing?
‘In de Kamerdebatten hebben we het tot nog toe te weinig gehad over de vraag of we het niet te complex maken en hoe we omgaan met die samenwerkingsverbanden.
Dat snap ik ook wel, want we hadden het eerst over de bezuinigingen en daarna kreeg je de correcties. Maar nu krijg je de vraag: gaat dit werken?’

In Scandinavië heeft de deconcentratie eerder plaatsgevonden. De Noorse onderzoeker Jan Tossenbrø constateert dat daar nieuwe instituten in de samenleving zijn ontstaan, waar de zorg verschraalt.
‘Je kan van Noorwegen leren dat je goede indicatoren moet hebben om de prestaties te monitoren. Dat onderdeel heeft in de debatten nog geen rol gespeeld, maar daar moeten we het wel over hebben. Wat zijn de normen op basis waarvan je als rijk de systeemverantwoordelijkheid op je kunt nemen?’

Gaan indicatoren geen eigen leven leiden? Als ze worden gehaald, kunnen zich nog slechte situaties voordoen.
‘Die zul je als rijk moeten loslaten. Je kunt niet meer op alle individuele situaties reageren. Daar heb je straks de gemeenteraad voor, die is verantwoordelijk voor de kwaliteit en de financiering.’

Trekt u straks niet meer bij de staatssecretaris aan de bel als er in een gemeente iets gebeurt?
‘Soms moet je even op je handen gaan zitten. We zijn als Kamer nu nog geheel verantwoordelijk, maar we zullen moeten leren dat we veel moeten loslaten. Dat kan je alleen doen als je een goede constructie hebt. En die is er nu nog niet.’

Naschrift
Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel Zorg en Dwang, die na dit interview plaats vond, heeft Vera Bergkamp een amendement ingediend, dat ervoor zorgt dat bepaalde vormen van zorg, waaronder medicatie, niet als onvrijwillige zorg worden aangemerkt als de cliënt er zelf mee instemt. Ook heeft ze een amendement ingediend dat leidt tot een landelijke registratie van onvrijwillige zorg. En de staatssecretaris heeft ingestemd met haar verzoek om de wet na twee jaar te evalueren.

Kader

VERA BERGKAMP

Geboren 1 juni 1971 in Amsterdam

1990-1994     Personeel en Arbeid aan de Hogeschool van Amsterdam
1994-1996     Bestuurskunde/politicologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam
1994-1996     Extern organisatieadviseur bij de DIN Adviesgroep in Baarn
1997-1999     Extern organisatieadviseur bij United Consultants to
                     Management in Amsterdam
1999-2001     Manager Organisatie en Management Development bij het
                     Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen in Rijswijk
2001-2004     Adjunct directeur Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen
2005-2008     Directeur Ondersteuning  Amsterdam Thuiszorg
2008-2012     Directeur Human Resource, Sociale Verzekeringsbank
2010-2012     Raadslid gemeente Amsterdam
2008-2012     bestuursvoorzitter COC Nederland