‘Meedoen met een beperking begint op school’
Een samenleving waar iedereen erbij hoort, begint bij het onderwijs. Dat stellen de deelnemers aan de Markante Avond, onderdeel van de Dutch Design Week. Maar hoe zorg je dat kinderen met en zonder beperking elkaar tegenkomen? Een discussie over eigen initiatief versus wettelijke verplichting.
Om de positie van mensen met een beperking te verbeteren, moeten zij veel meer zichtbaar zijn. Dat begint bij kinderen, is de overtuiging van de bezoekers van de Markante Avond op 22 oktober. Dit onderdeel van de Dutch Design Week heeft als doel een zorgzame, inclusieve samenleving te ontwerpen.
Elkaar tegenkomen
‘Het begint al in de kinderopvang’, stelt Sofie Sergeant, bijzonder lector ‘Inclusie en Veerkracht in het Onderwijs’ aan de Hogeschool Utrecht aan het begin van de avond. Schooldirecteur Martin Heeffer deelt die mening. Hij leidt in Son en Breugel de Emiliusschool voor kinderen met ernstige meervoudige beperkingen. ‘Ik denk dat je al heel vroeg moet zorgen dat kinderen elkaar tegenkomen, dat dat normaal is.’
Samen theater maken
Kinderen met een beperking gaan nu vaak naar speciaal onderwijs. Scholen bepalen zelf of kinderen met en zonder beperking elkaar ontmoeten, in de klas of daarbuiten. De Emiliusschool werkt samen met basisschool De Harlekijn, dansgezelschap De Stilte en het Parktheater Eindhoven. Leerlingen van beide scholen doen samen dans- en theateractiviteiten, met als slot een gezamenlijk optreden. De scholen wonnen hiervoor in 2025 de Nationale Onderwijsprijs.
Inspireren versus verplichten
De vraag is: moet dit soort verbinding landelijk verplicht worden? Heeffer denkt van niet. ‘Ik geloof niet in opleggen, maar in inspireren en kansen creëren. Op een andere plek kunnen de talenten en mogelijkheden op een ander vlak liggen. Als ik tegen jou zeg: “Je moet iets gaan doen met cultuur”… dat werkt niet.’ Onderzoeker Gustaaf Bos denkt anders over een verplichting. Hij wijst erop dat Nederland ook een leerplicht heeft tot 16 jaar. ‘Je kunt een verplicht kader hebben waarbinnen je geïnspireerd wordt. In onderzoek zie ik dat inspiratie en spontane ontmoetingen tot op zekere hoogte kunnen werken, maar lang niet altijd.’
Voorbeeld uit Schotland
Sofie Sergeant noemt Schotland als een goed voorbeeld. Het ministerie van onderwijs hanteert daar een pedagogische visie, ‘getting it right for every child’. Deze houdt in dat elk kind thuis krijgt wat nodig is en opgroeit in de eigen gemeente, licht de lector naderhand toe. Elk kind in Schotland gaat naar een reguliere school, zo nodig in combinatie met een gespecialiseerde plek.
Opgroeien als cliënt
De realiteit in Schotland is niet perfect, weet Sergeant. ‘Soms lukt het niet om kinderen substantieel aanwezig te laten zijn op reguliere scholen en verbrengen ze veel tijd op speciale plekken. Maar de situaties waarmee ze in Schotland struggelen, dat zijn kinderen die bij ons niet eens naar het speciáál onderwijs gaan. In Nederland stromen heel veel kinderen direct door naar zorg.’ Het gaat Sergeant niet per se om onderwijs op zich, maar om hoe kinderen opgroeien. ‘Als je op je vierde hoort: “Met jou is veel aan de hand, maar we hebben goede zorg”, dan groei je van kleins af aan op als cliënt. Dat doet iets met je veerkracht.’