Achtergrond

'Moeten mensen altijd huilen als er een baby wordt geboren?'

Drie jaar was Carlijn Geenen (nu 14) toen haar zusje Lara (11) werd geboren. Dolgelukkig was ze. Ze wilde zo verschrikkelijk graag een zusje en nu had ze een zusje! En Lara was ook nog eens verschrikkelijk lief.

Terwijl Carlijn bijna dansend door het huis ging, worstelden haar ouders met heel andere emoties. Zij moesten de grote schok verwerken dat Lara het syndroom van Down bleek te hebben. ‘Moeten mensen altijd zo vaak huilen als er een baby is geboren?’, vroeg Carlijn verbaasd aan haar ouders. Met haar onbevangen en onvoorwaardelijke liefde voor Lara vanaf het allereerste moment, heeft ze haar ouders zonder het zelf te weten enorm geholpen om te accepteren dat hun leven opeens een heel andere wending had gekregen.

Voor Carlijn is het tot op de dag van vandaag geen seconde een issue geweest dat Lara downsyndroom heeft. ‘Ik denk er eigenlijk nooit over na dat ze anders is. Ze is gewoon mijn zusje, ik weet niet anders en ik ben super blij met haar.’ De veertienjarige straalt als ze naar haar zusje kijkt, als ze over haar vertelt. En dat is duidelijk wederzijds. Lara heeft zich lekker op de schoot van haar grote zus genesteld. ‘Wij doen altijd leuke dingen samen’, vertelt Lara. ‘Dan ga ik bij haar in het grote bed slapen. We dansen met de Wii, we bakken cupcakes en we moeten heel vaak lachen’, noemt Lara een paar voorbeelden. ‘Ja, we kunnen echt enorm de slappe lach hebben met elkaar’, vult Carlijn aan. ‘Lara kan heel grappig lachen, dat werkt zo aanstekelijk.’ Soms maken ze ook maffe foto’s samen, die Carlijn dan via Twitter met haar vrienden deelt.

Ruzie? Dat kennen ze eigenlijk niet. ‘Ik vind het wel leuk om Lara te plagen omdat het zo schattig is als ze boos is’, zegt Carlijn lachend. En Lara weet goed dat ze haar zus een beetje op stang kan jagen als ze een keer niet door haar geholpen wil worden met iets. Carlijn: ‘Ik vind het leuk om voor haar te zorgen. Als papa en mama weg zijn vind ik het leuk om op te passen. Dan kijken we samen bijvoorbeeld naar The Voice of Holland, help ik Lara met tanden poetsen, uitkleden en naar bed gaan. Om me heen zie ik dat broers en zussen heel onaardig tegen elkaar kunnen doen. Dan ben ik blij dat ik Lara heb. Van vriendinnen hoor ik zelfs dat ze een beetje jaloers zijn op de band die wij hebben.’

Juist omdat het voor Carlijn zo vanzelfsprekend is dat haar zusje is hoe ze is, heeft ze er veel moeite mee hoe er soms over mensen met een beperking gesproken en gedacht wordt. ‘Kinderen zeggen soms mongool als scheldwoord. Daar kan ik echt boos om worden en daar ga ik dan ook tegenin. En een lerares had het een keer over “de gehandicapte mens versus de gewone mens”. Dan voelt het alsof het over Lara gaat, of zij in een hokje wordt gestopt en dan voel ik dat ik voor Lara moet opkomen.’

Carlijn weet goed dat zij en Lara nooit zussen zullen zijn die bijvoorbeeld goede gesprekken met elkaar voeren, problemen met elkaar kunnen delen. Lara zal altijd het kleine zusje blijven die steeds meer met haar in leeftijd verschilt dan de officiële drie jaar. ‘Maar voor die goede gesprekken heb ik vriendinnen en ook in andere gezinnen delen zussen niet altijd alles’, redeneert ze nuchter. Waar ze zich nu al op kan verheugen is dat Lara later lekker veel bij haar komt logeren als ze op zichzelf woont of met een vriend.

Lara kan moeilijk in woorden uitdrukken wat Carlijn voor haar betekent. ‘Ze is heel lief’, is de duidelijke samenvatting van de jongste van de twee zussen. Carlijn haalt een kettinkje tevoorschijn dat haar gevoel voor Lara symboliseert. ‘Dat had ik op internet gezien en hoort bij het verhaal van het haasje Hazeltje die op het geboortekaartje van Lara stond. I love you to the moon & back, staat erop. Het is het mooiste cadeau dat ik voor mijn laatste verjaardag heb gekregen. Als er iets bijzonders is, draag ik het altijd. Het hoort voor mij helemaal bij mij en Lara omdat het precies uitdrukt wat ik voor mijn zusje voel.’