Achtergrond

Nee tegen ‘al dat participeren’

Het doe-het-zelfprincipe van IKEA geldt nu in de hele samenleving. Dat betoogt bijzonder hoogleraar Margo Trappenburg in een opiniestuk in NRC, gebaseerd op haar oratie. Daardoor verdwijnen banen èn lopen we met zijn allen het risico overbelast te worden door de combinatie van werk, ouderschap en mantelzorg. Hoog tijd dus, vindt Trappenburg, om nee te zeggen tegen ‘al dat participeren’.    

Xavier Moonen, lector Zuyd Hogeschool reageert: ‘Trappenburg heeft een punt. En daar komt nog iets bij. Als wij het over participatie hebben, bedoelen we dat mensen met een beperking op de door hen gewenste wijze aan alle aspecten van de samenleving kunnen en willen meedoen. Als de overheid praat over de participatiesamenleving, heeft ze heel andere doelen voor ogen: kostenbesparing, marktwerking en zorg zo laag mogelijk in de samenleving organiseren. De overheid heeft die twee betekenissen heel sluw aan elkaar gekoppeld. Terwijl bijvoorbeeld bezuinigingen de participatiesamenleving zoals wij die bedoelen, juist ondergráven. Mensen met een beperking krijgen in feite te weinig ondersteuning in de participatiesamenleving.’

Waarborgstaat
Daar is lector Lineke Verkooijen van Windesheim Flevoland het mee eens: ‘We zijn van een verzorgingsstaat naar een participatiestaat gegaan. Ik noem het geen ‘participatiesamenleving’, dat zou een ópbrengst zijn. Wat we nu zien, is dat er nog steeds geclaimd wordt. Eerst claimde de burger zorg bij de overheid, nu claimt de overheid dat de burger participeert. Met een participatiesamenleving is niks mis, maar dan heb je een andere staat nodig: een waarborgstaat, waarin de overheid het mogelijk maakt dat mensen kunnen participeren. De paradigmashift is dus niet: vroeger zorgden we voor de burger, nu zorgen we dat de burger participeert. De bedoeling is juist dat mensen niet gehinderd worden om te participeren. Daarvoor moet je mogelijkheden creëren op het gebied van arbeid, zorg en hulpverlening.’

Spiegel voorhouden
Ook Aly Waninge, lector aan de Hanzehogeschool, ziet een kern van waarheid in het verhaal van Trappenburg. Maar, zo stelt ze: de situatie zoals die nu is, is ook nodig om ontwikkeling in gang te zetten. ‘Ik werk met mensen met een ernstige verstandelijke en visuele beperking. Ik zie dat de nadruk op participeren al veel veranderd heeft in de manier waarop zij begeleid worden. Het is heel goed dat we minder voor hen bepalen en dat ze zelf verkennen welke wegen ze willen bewandelen. Tegelijkertijd is het belangrijk dat er opiniestukken zoals deze zijn, waarin we een spiegel voorgehouden krijgen. Want we moeten heel zorgvuldig in de gaten blijven houden wat er goed gaat en wat minder goed. Een omwenteling als deze vraagt veel zorg voor het individu.’