Achtergrond

Praten over gevoelens

Gevoelens herkennen en ze kunnen uiten, is dé basis van weerbaarheid. Tegelijkertijd is het voor veel mensen met een beperking moeilijk. Daarom ontwikkelde Philadelphia Het Communicatieboekje.nl.

Trainer Geraline Groenewegen zit diep voorovergebogen op haar stoel, haar handen heeft ze om haar middel geslagen, haar gezicht in een grimas. ‘Vertel eens Theo, wat zie je nu?’ Theo van Londen bekijkt Groenewegen van top tot teen. ‘Pijn, jij hebt pijn.’ Groenewegen knikt: ‘Precies! Dat is een gevoel. En als je wilt, gaan wij vandaag praten over gevoelens.’ Groenewegen schuift een vrolijke map die op tafel ligt, dichter naar hen toe. De map heet Het Communicatieboekje. Dit hulpmiddel wordt de komende maanden, na een pilotperiode, verspreid over alle vestigingen van Philadelphia. Hoofd zorg en ondersteuning Janny Voorhout: ‘Bij Philadelphia vinden we weerbaarheid van onze cliënten enorm belangrijk, omdat deze mensen niet altijd gehoord of gezien worden voor wat ze kunnen en werkelijk willen zeggen, door de maatschappij, door ons of door hun familie.’ Vandaar dat de organisatie al jaren de training Leerbaar en Weerbaar aan haar cliënten geeft.

Prettig of niet?
Trainer Groenewegen legt uit: ‘In Leerbaar en Weerbaar leren cliënten over hoe ze kunnen omgaan met zichzelf en de ander. Hoe ga je relaties aan en hoe houd je ze ook? Onderdeel van deze training is het praten over gevoelens. Want het herkennen en kunnen uiten van gevoelens is de basis van weerbaarheid. Je moet kunnen aangeven of je iets prettig vindt of juist niet. En het uiten van gevoelens bleek met name voor cliënten met een auditieve beperking en cliënten met een laag taal- of spraakniveau heel moeilijk. Zeker als ze daarbij een verstandelijke beperking hebben. Ze missen heel veel informatie. Mensen zonder beperking hebben tijdens hun jeugd al veel meegekregen. Om hen heen werden woorden als trots en teleurgesteld gebruikt, waardoor die woorden veel meer betekenis krijgen. Mensen met een auditieve beperking kennen het gebaar voor de emotie meestal wel, maar weten lang niet altijd wat die emotie inhoudt. Vandaar dat we dachten: daar moet eigenlijk een hulpmiddel voor komen.’

Boos zijn mag
Dat hulpmiddel werd Het Communicatieboekje. Het is samen met cliënten en professionals opgezet en maakt het praten over moeilijke onderwerpen gemakkelijker. De indeling van het boekje is eenvoudig. Allereerst zijn er de basisemoties, zoals blij, boos, bang, en verdrietig en vervolgens de varianten erop. Bijvoorbeeld trots, teleurgesteld, verliefd en eenzaam. Per emotie is er een plaatje, dat de emotie visualiseert in gebarentaal of in gezichtsuitdrukking en houding. Bovendien staat er bij elke emotie een meter waarmee cliënten kunnen aangeven of ze een emotie een beetje, gewoon, of heel erg ervaren. Daarnaast bevat het boekje insteekvellen waar cliënten eigen foto’s kunnen toevoegen en stickervellen die cliënten kunnen gebruiken in bijvoorbeeld hun agenda. Ten slotte staan er tips. Groenewegen: ‘In de tips leren we cliënten hoe ze kunnen omgaan met bepaalde emoties. Belangrijk is daarbij dat we vooraf altijd zeggen dat elke emotie mag. Je mág boos zijn. Maar hoe ga je ermee om, zodat je er zo min mogelijk last van hebt? Bijvoorbeeld door even weg te lopen of door aan iets anders te denken. We hebben het boekje eerst uitgeprobeerd in een pilot van twintig vestigingen en het bleek enorm goed te werken. Cliënten waren enthousiast en ook begeleiders gaven aan dat ze veel gemakkelijker en beter konden praten dankzij het boekje.’

Bredere doelgroep
Bovendien werd al vrij snel duidelijk dat het boekje ook handig zou zijn voor een bredere doelgroep. Esther Primowees, beleidsmedewerker zorg en kwaliteit: ‘Er zijn namelijk veel cliënten die best goed kunnen communiceren, een goed taal- en communicatieniveau hebben en niet auditief beperkt zijn, maar die wel moeite hebben met communiceren over gevoelens. Want gevoelens lopen met regelmaat door elkaar heen, zijn ingewikkeld en het is lastig om daar de juiste woorden voor te vinden. De gevoelens die zijn afgebeeld in het boekje, zijn dan zeer behulpzaam. Precies omdat bleek dat het toepassingsgebied veel breder is dan alleen de doelgroep van cliënten met een auditieve beperking, hebben we gekozen voor een landelijke implementatie. Er zijn inmiddels vier verschillende boekjes ontwikkeld: met en zonder gebaren en met plaatjes van vrouwen en plaatjes van mannen.’ Theo van Londen is een  cliënt die geen auditieve beperking heeft, redelijk goed uit zijn woorden komt, een matige verstandelijke beperking heeft en zelfs een beetje kan schrijven. Samen met trainer Geraline Groenewegen gaat hij aan de slag met het communicatieboekje. Groenewegen slaat het boekje open. ‘Wat is hier aan de hand, Theo?’ Theo scant het hele plaatje. ‘Ze is blij.’ Groenewegen knikt: ‘Hoe zie je dat?’ Van Londen drukt zijn neus bijna in het boekje: ‘Haar mond is blij en haar ogen zijn blij’. Groenewegen: ‘Ben jij ook wel eens blij?’ ‘Ja, dan ga ik naar Leidschenhage, dan drink ik een koppie thee en dan ben ik blij. Soms voel ik me een beetje blij.’ Groenewegen kijkt hem aan: ‘Wanneer dan?’ ‘Gisteren’. ‘Ik bedoel, heb je daar een voorbeeld van’. ‘Nee, dat is moeilijk.’

Nuanceren
Nuances aanbrengen is lastig voor veel cliënten. Ze vinden het ingewikkeld om aan te geven hoe veel of weinig emoties ze voelen, maar ook om het onderscheid te zien tussen verschillende afgeleide emoties. Groenewegen gaat ermee werken met Van Londen. ‘Kijk, blij noemen we een basisgevoel. En je hebt ook gevoelens die daar een beetje op lijken. Die staan hier. Kun jij er eens een paar opnoemen en erover vertellen?’ Van Londen: ‘O ja, hier hebben we trots. En teleurgesteld. Dat heb ik soms ook wel eens. Als iemand zegt dat hij komt, en hij komt niet. Dan ben ik teleurgesteld. Ik speel toneel. Ik ben de postduif in de Sound of Music. En als het dan is afgelopen en ik krijg applaus, dan voel ik me trots.’ Van Groenewegen: ‘Heel goed. Nu gaan we naar de eerste bladzijde van het boekje. Want daar staat iets belangrijks. Daar staat: jij mag kiezen: ja, ik wil praten, of nee, ik wil niet praten. Begrijp je dat?’ Van Londen: ‘Soms als ik moeilijkheden heb, dan zegt de leiding: Wat is er? Wat ben je stil! Dan voel ik me, hoe zal ik het noemen. Ja, nou. Het is moeilijk.’

Statement maken
En precies in die situaties, als een cliënt wel wil praten, maar niet weet hoe, biedt het boekje uitkomst, ervaart begeleider Angela van der Waal. ‘Op heel veel plekken in huis liggen de boekjes. Bovendien hebben cliënten allemaal hun eigen exemplaar. We gebruiken het boekje op verschillende manieren. Allereerst kunnen cliënten er op eigen initiatief dingen in aanwijzen. Onze cliënten zijn doof, vaak begrijpen mensen hen niet. Met dit boekje kunnen ze echt een statement maken. Dat gebeurde laatst nog. Kwam een cliënt naar mij toe, wijzend op het plaatje boos: Kijk, ik ben boos. Vervolgens konden we daarover het gesprek aangaan. Bijvoorbeeld door te proberen te nuanceren met de meter die in het boekje zit. Je zegt nu dat je boos bent, is dat heel erg boos, omdat een medecliënt iets zegt dat niet aardig is, of een beetje boos omdat je veter kapot is?’ Het boekje wordt bovendien op initiatief van begeleiders gebruikt. Van der Waal: ‘We hebben de plaatjes ook op het bord, en die gebruiken we soms voor een dagstart. Hoe voelen we ons vandaag? Cliënten én begeleiding. Het helpt de dag goed en echt samen te beginnen er later weer op terug te komen: hoe is het nu? Ten slotte gebruiken we het boekje ook in de persoonlijke begeleidingsgesprekken, of zomaar door er op een rustig moment door heen te bladeren.’

Bijzondere gesprekken
Waar het uiteindelijk om gaat, is dat cliënten zich beter begrepen voelen en dat hun omgeving meer rekening met hen kan houden. En daar draagt het boekje aan bij, geven betrokkenen terug. Of het nu begeleiders, ouders of werkgevers zijn. Groenewegen: ‘De positieve reacties die we krijgen, gaan bijvoorbeeld over het gebruiksgemak: de map is heel handzaam, en over de laagdrempeligheid. Collega’s geven aan dat ze heel bijzondere gesprekken met cliënten hebben, alleen al door samen door het boekje te bladeren. En als begeleiders een verdiepingsslag willen maken, kunnen ze altijd de workshop volgen.’

Kracht van de eenvoud
De eenvoud van het boekje is de grote kracht ervan. Hoofd zorg en ondersteuning Janny Voorhout: ‘De plaatjes zijn voor iedereen te begrijpen. En dat is goed, want zodra je dingen moet uitleggen, wordt het multi-interpreteerbaar. Kijk, iedereen heeft gevoelens, ook onze cliënten. Wat doen we veel als ouders, begeleiders en werkgevers: we observeren gedrag, soms zonder dat we dat even navragen: ik zie dat je boos bent, wat is er aan de hand?’ Cliënten nemen dan snel een houding aan van ach, laat ook maar. Met behulp van visueel materiaal kun je wél praten. En dat hoeft heus niet met ingewikkelde taal. Juist liever niet. Bij ons komen cliënten die de grootste mooie zinnen uitspreken, maar niet weten wat het betekent, daarom is het juist zo belangrijk om iets tastbaars te hebben.’ Het Communicatieboekje is een losbladig systeem. Begeleiders kunnen zelf bepalen hoe ingewikkeld ze het boekje maken: alleen de basisemoties of ook de afgeleide emoties? Begeleider Angela van der Waal: ‘Het is wel een kunst om het gesprek goed te laten aansluiten bij het niveau van de cliënt. Boos en bang kennen de meeste wel, maar teleurgesteld of eenzaam is voor sommigen een ander verhaal. Ik gebruik plaatjes niet als de cliënt ze niet gebruikt. Dan zeggen we bijvoorbeeld: je bent verdrietig omdat je alleen bent. In plaats van eenzaam. En dat werkt prima. Ik ervaar dat je door te praten over gevoelens, aan de hand van het boekje, werkelijk dichterbij de cliënt kunt komen. En dat is uiteindelijk waar het om gaat.’

Het Communicatieboekje is tegen kostprijs te koop. Voor meer informatie: philadelphia@trainingsmiddelen.nl.