Sterk gedragsgestoord en licht verstandelijk beperkt: zorg die niet in hokjes past

De forensische kliniek van Behandel Centrum Middenweg behandelt mensen met een lichte verstandelijke beperking, een psychiatrische stoornis en ernstige gedragsproblematiek. Ze zijn veroordeeld voor kleine of grote vergrijpen. Deze cliënten passen niet in de hokjes van het versnipperde zorgstelsel.

Marjan van Eijk en Henrieke Lamers
Marjan van Eijk en Henrieke Lamers

Behandel Centrum Middenweg (BCM) is onderdeel van Ipse de Bruggen, een zorgorganisatie voor mensen met een verstandelijke beperking in Zuid-Holland. De forensische kliniek van de organisatie ligt in Poortugaal, een dorp onder de rook van Rotterdam. Bezoekers moeten zich identificeren en hun tas wordt doorgelicht om te voorkomen dat er verboden middelen of materialen worden binnengesmokkeld. Marjan van Eijk is regiomanager: “Voor onze cliënten is in het verleden alles geprobeerd: gehandicaptenzorg, psychiatrie, forensische zorg, reclassering, verslavingszorg. Elke benaderingswijze, behandeling, therapie en opname is ontoereikend gebleken. Cliënten zijn steeds weer teruggevallen in destructieve gedragspatronen. Ze hebben zelden een helpend netwerk voor ondersteuning. Soms zijn hun ouders eveneens zwakbegaafd of verstandelijk beperkt. Als alles is mislukt komen ze uiteindelijk bij ons voor tijdelijke klinische of ambulante zorg op het snijvlak van drie verschillende sectoren: gehandicapten-, psychiatrische- en forensische zorg. Het is altijd zoeken: wat hebben zij nodig en hoe kunnen we dat bereiken? Onze cliënten passen in geen enkel hokje.”

Expertisecentrum SGLVG

Cliënten van BCM vallen onder de doelgroep SGLVG (Sterk gedragsgestoord en licht verstandelijk beperkt). Nederland telt vier expertisecentra voor specifieke SGLVG-zorg. Zij werken steeds volgens dezelfde principes, met 3 B’s als leidend motief: Behandeling, Bejegening, Beveiliging. In de forensische kliniek komen cliënten altijd binnen via justitie en reclassering. Ze zijn veroordeeld geweest voor vergrijpen als continu zwartrijden of wildplassen tot straatroof, inbraak, zeden- of levensdelicten. Bijna iedereen heeft trauma’s, hechtingsproblematiek en is alcohol- of drugsverslaafd. Henrieke Lamers is GZ-psycholoog en manager behandeling bij BCM. Ze vertelt: “Zodra ze zijn opgenomen, starten we een uitgebreide kennismaking. Veel mensen zijn verslaafd: wie zit er achter het rookgordijn? We proberen te achterhalen of de gedragsproblemen voortkomen uit de psychiatrische problematiek, de verstandelijke beperking of vanuit beide. Omdat de doelgroep zo complex is, passen wij bestaande behandelinterventies aan. We leveren voortdurend maatwerk.”

Op zoek naar het gezonde stukje mens

Cliënten leren bij BCM onder andere de basisprincipes van zelfstandigheid: Hoe ruim je op en doe je de was? Er zijn basismodules om meer te leren over bijvoorbeeld internet, emoties, de maatschappij en seksualiteit, en er zijn behandelmodules om te werken aan bijvoorbeeld agressie-, middelen- en zedenproblematiek. Ze volgen schema- en cognitieve gedragstherapie, en traumatherapie. Ze krijgen arbeidsvaardigheidstraining en leren sociale vaardigheden op de groep. Lamers: “Wij kijken naar hen, luisteren aandachtig en nemen hen serieus. We sluiten aan bij hun leefwereld en bieden veiligheid. Als hun kamer niet is opgeruimd, worden wij niet boos, maar gaan we samen met hen zoeken hoe het een volgende keer wél lukt. Soms kunnen mensen niet klokkijken, of lezen of schrijven. Dan plakken we pictogrammen op hun kamerdeur. Wij leren hen mild naar zichzelf te kijken: zij zijn niet slecht, maar wat ze als kind hebben meegemaakt was slecht. Bij alles wat wij doen, zoeken wij naar het gezonde stukje mens dat zij óók in zich dragen. Wij helpen hen dat zélf te vinden.” 

Jennifer, Donny en Patrick

We lopen naar een van de gezamenlijke huiskamers van BCM. Daar ijsbeert Jennifer door de ruimte met een spiegel in haar hand. Ze kijkt naar haar mond, wimpers, make-up en haren, herschikt een en ander en kijkt weer opnieuw. Aan een tafel verderop zitten Donny en Patrick te kaarten, Donny met een opvallende geplastificeerde groene duim voor zich: het teken dat hij zich goed voelt. Terwijl hij de kaarten schudt, vertelt hij over zijn verblijf bij BCM. “Je kunt je hier maar beter aan de regels houden”, zegt hij. “Dan laten ze je eerder gaan.” De motivatie van zijn medespeler Patrick komt uit een andere bron. Hij legt zijn kaarten neer en vertelt over de zorginstellingen waar hij sinds zijn tiende heeft gewoond. Daarna heeft hij regelmatig vastgezeten. Bij BCM ervaart hij voor het eerst dat begeleiders écht belangstelling hebben. “Hier zien ze je”, zegt hij. “Ze hebben inzicht.”

Hamid

Aan een andere tafel zit Hamid in zijn eentje gebogen over de module Maatschappij. Hij is al eens eerder opgenomen bij BCM. Toen heeft hij zestien certificaten gehaald, voor modules over bijvoorbeeld drugsgebruik en agressiehantering. Toch ging het weer fout, dus hij is weer terug bij BCM. “Ik leer hier om op het rechte pad te blijven”, zegt hij. “En dat je op straat niet iedereen kunt vertrouwen.”

Helpend begrenzen

Het vraagt veel van begeleiders om te werken bij BCM. Marjan van Eijk: “Wat doe je als een kerel tegenover je staat te schreeuwen of dreigt om de zaak kort en klein te slaan? Of dreigementen persoonlijk maakt: ‘Ooit weet ik je thuis te vinden.’ Ook wij kunnen weerstand voelen en angstig worden. Wij trainen begeleiders om achter de agressie het gekwetste kind te zien dat boos, verdrietig en onmachtig is. Dat is de uitdaging. Daarvoor moeten begeleiders óók naar zichzelf durven kijken: wat heb ik onbewust gedaan of uitgelokt waarom deze cliënt nu zo boos is?” Begrenzing is uiteraard óók een item binnen BCM. Van Eijk: ‘Wij noemen het helpende begrenzing. Als een cliënt bijvoorbeeld heeft gegooid met spullen, dan geven wij geen straf, zoals zij gewend zijn, maar zoeken we naar passende consequenties die aansluiten bij behandeling en ontwikkelingsleeftijd. Bijvoorbeeld even rustig worden op de kamer. Wij leren hen om het daarna weer goed te maken. Want iedereen maakt fouten. Daar leer je van.’ De meeste cliënten hebben volgens Lamers en van Eijk het sociaal-emotioneel ontwikkelingsniveau van een driejarige. Van Eijk: ‘Om hun dankbaarheid te tonen, maken ze soms een tekening voor ons.’ 

Versnipperd zorgstelsel

Volgens Van Eijk en Lamers schiet de zorg voor mensen met SGLVG-problematiek tekort. Oorzaak: versnippering van het zorgstelsel. Lamers: “Als onze cliënten klaar zijn om terug te keren naar de samenleving, krijgen zij vaak zorg uit slechts één van de sectoren, bijvoorbeeld alleen gehandicaptenzorg. De aanvulling vanuit de andere twee sectoren – psychiatrische en forensische zorg – ontbreekt. Daardoor lopen problemen uiteindelijk weer op. Het is voor ons heel ingewikkeld om voor cliënten een goede plek te vinden met de zorg die zij nodig hebben. Wij schakelen daar zoveel mogelijk iemands netwerk voor in.” Mensen vallen óók na de klinische of ambulante behandeling bij BCM nog regelmatig terug in oude gedragspatronen. Lamers: “Een van onze cliënten is vanuit de kliniek, tegen ons advies in, teruggegaan naar zijn eigen woning. Zijn motivatie om te leren is beperkt en hij overschat zichzelf; hij heeft meer zorg nodig dan hij in ambulant kader kan krijgen. Al snel is hij weer gaan blowen en drinken, en heeft hij zich opgedrongen aan zijn ex-vrouw en kinderen, en aan zijn ouders. Hij gedraagt zich dwingend en agressief. Hij heeft een contactverbod gekregen, maar het reclasseringstoezicht schiet tekort. Uiteindelijk komt hij weer bij ons en krijgt hij weer de zorg en structuur die hij nodig heeft. Binnen onze muren functioneert hij best goed. Hier is hij helemaal niet zo’n moeilijke man. Je gunt dit type cliënten permanent de juiste zorg.”

BCM (Ipse de Bruggen) is onderdeel van expertisecentrum De Borg, een samenwerkingsverband van de vier door de overheid erkende SGLVG-instellingen.

Deze pagina is een onderdeel van