Buiten de lijntjes kleuren: ‘Het risico om níet te doen wat nodig is, is groter dan de boete’
Als je doet wat nodig is voor een cliënt, maar daar vervolgens een officiële waarschuwing of zelfs een boete voor krijgt: bij zorgorganisatie Ipse de Bruggen weten ze hoe dat voelt. In de zorg op het snijvlak van de gehandicaptenzorg, psychiatrische zorg en forensische zorg kleuren professionals dagelijks buiten de lijntjes, om te voorkomen dat mensen tussen de systemen verdwijnen.
Zorg op het snijvlak
In een interview in Markant pleit directeur Karen van Oudenhoven van het Sociaal Cultureel Planbureau voor meer discretionaire ruimte: professionals moeten meer mogen dan strak de regels volgen. Binnen zorgorganisatie Ipse de Bruggen werd die uitspraak met gemengde gevoelens gelezen. Dat vertellen Ilse van Esch, directeur volwassenzorg, Marjan van Eijk, regiomanager van het behandelcentrum Middenweg en Anneke Anker, zorgmanager van de locatie Rijksstraat voor intensieve behandeling en begeleiding.
Zij leveren zorg aan cliënten met een verstandelijke beperking en bijkomende psychiatrische problematiek, en in sommige gevallen ook behandeling en forensische zorg. Daarmee valt hun werk precies op het snijvlak van gehandicaptenzorg, psychiatrische zorg en forensische zorg, en daarmee onder drie verschillende kwaliteitskaders. ‘Dus als het gaat over kaders en lijntjes: die zijn hier veelvuldig aanwezig’, zegt Van Esch.
‘We voldoen net niet, terwijl we het juiste doen’
Vanuit die verschillende kaders is op papier de ene keer de verstandelijke beperking voorliggend, de andere keer de psychiatrie en weer een andere keer de forensische zorg’, zegt Van Esch. ‘Maar bij ons is de mens voorliggend, met al die drie aspecten bij elkaar. Wij doen wat in het belang is van de cliënt. Als we aan inspectie, reclassering of zorgkantoor uitleggen dat deze groep iets anders nodig heeft dan het standaardaanbod, snappen ze dat meestal wel. Tegelijkertijd vinden ze het heel lastig om over die sectoren heen te kijken. Zodra we langs één kwaliteitskader of kwaliteitsnorm worden gelegd, is het rode vinkje er weer. We voldoen dan net niet, omdat we níet in één jasje passen.’
Om duidelijk te maken hoe dat uitpakt, geeft Van Eijk een voorbeeld. ‘In de forensische zorg moeten we aantonen dat de zorg binnen de forensische titel (de periode waarin iemand forensische zorg krijgt), wordt afgeschaald. Lukt dat niet, dan volgt een boete. Voor onze cliënten is dat bijna niet haalbaar. Vanwege hun verstandelijke beperking leren zij trager, waardoor behandelingen vaak anderhalf tot tweeënhalf jaar duren, terwijl een titel soms maar een half jaar loopt. Dan moet je binnen zo’n veel te korte periode óók nog zorg afschalen. Onmogelijk. We zijn hiervoor al meerdere keren beboet, terwijl we precies doen wat deze mensen nodig hebben. Dat we bewust kiezen voor een andere route omdat de doelgroep dat vraagt, wordt niet meegewogen.’ Ze geeft aan dat er vanaf 2026 aanpassingen in de regelgeving zijn geweest, waardoor het risico op een boete als je niet afschaalt, verkleind is. ‘Af en toe zijn er dus bewegingen in de lijntjes. En dat is wat ons betreft nodig.’
‘Er zijn teveel lijntjes’
Ze snappen de uitspraak van Van Oudenhoven, maar voelen hem óók anders. ‘Eerlijk gezegd werd ik er ook een beetje boos van’, zegt Van Esch. ‘Met zoveel lijntjes kan het niet anders dan dat je elke dag wel ergens buiten de lijntjes komt. Het echte probleem is dat er zó veel lijntjes zijn, en dat ze niet op elkaar aansluiten. Ik zou liever minder lijntjes willen, zodat professionals vanzelf meer ruimte krijgen om naar de mens te kijken. Als wij sommige dingen níet doen of juist wel doen, hebben deze cliënten gewoon geen zorg. Dan vallen ze echt buiten de boot.’
Dat buiten de lijntjes kleuren gaat zelden over spectaculaire acties, maar over continu puzzelen. Anker vertelt dat Ipse de Bruggen een waarschuwing kreeg van het zorgkantoor omdat zij een cliënt opnamen op een IBS-bed (een bed dat is gereserveerd voor een opname in het kader van een inbewaringstelling), terwijl die persoon geen Wlz-indicatie had. ‘Van het zorgkantoor mogen we die persoon daarom niet opnemen. Maar ja, het zorgkantoor gaat om vijf uur naar huis en wij worden zaterdags gebeld door de burgemeester met een dwang dat ik die cliënt op moet nemen. Dat hebben we gedaan. De volgende dag krijgen we een waarschuwing van het zorgkantoor en de opmerking dat we dit nooit meer mogen doen.’
‘Als we strikt zouden handelen volgens elk kader, zouden sommige cliënten hier niet terechtkunnen’
‘Het risico om níet te doen wat nodig is, is groter dan de boete’
Zo zijn er meer voorbeelden. Van Esch, Van Eijk en Anker vertellen dat ze er wat recalcitrant van worden. ‘Deze voorbeelden gebruiken we om te laten zien dat het huidige systeem niet werkt, dat er echt te veel lijntjes zijn’, aldus Van Esch. ‘Tot nu toe leidt het overigens nog niet tot structurele oplossingen, dus het voelt ook wel als vechten tegen de bierkaai. Maar we moeten dit doen, omwille van de cliënt, welke consequenties het ook heeft. Niet roekeloos, maar wel gedegen, want we kunnen het uitleggen.’
‘Als we strikt zouden handelen volgens elk kader, zouden sommige cliënten hier niet terechtkunnen’, zegt Anker. ‘Met alle gevolgen van dien. Het risico om níet te doen wat nodig is, is voor ons groter dan het risico op een waarschuwing of een boete.’ Richting cliënt voelt het daarom eerder als eerlijk dan als ongehoorzaam. ‘Als ik samen met een team kan zeggen: deze cliënt is er aantoonbaar beter van geworden, dan hebben we goede zorg geleverd. Dan is dát uiteindelijk het belangrijkst.’
Doeners op de groep, rugdekking erboven
Op de groepen werken vooral doeners: begeleiders die goed zijn in contact maken, signaleren en in heftige situaties direct handelen. Ze doen dat in een context waarin agressie, ontregeling en crisis geen uitzonderingen zijn. ‘Wij willen niet dat begeleiders op zo’n moment vanwege kaders terughoudendheid voelen om te handelen’, benadrukt Van Esch. ‘In een spannende situatie moeten ze direct kunnen handelen. Achteraf reflecteren we: wat heb je gedaan, wat maakte dat je deed wat je deed en wat kunnen we leren? Maar we rekenen ze er niet direct op af. Dat is echt iets wat in onze organisatiestructuur zit.’
Die houding vraagt veel van het leiderschap. Managers en gedragsdeskundigen zijn dagelijks op de locaties aanwezig, schuiven aan bij overdrachten en staan naast de teams. Zij vangen de gesprekken met inspectie, politie en zorgkantoren zoveel mogelijk af, zodat begeleiders zich op het werk met cliënten kunnen richten.
Gedogen kost tijd
Er is ook een keerzijde: elke keer buiten de lijnen kleuren vraagt achteraf extra registratie, rapportage en verantwoording. ‘Het moet uiteindelijk wel op papier, anders kun je nooit laten zien dat je zorgvuldig hebt gehandeld’, zegt Van Eijk. ‘En dat drukt op teams die toch al te maken hebben met krappe bezetting en complexe casuïstiek. Dus ja, al met al frustreert het wel.’ Voor Van Esch in elk geval geen reden om wat ‘niet helemaal volgens de regels’ was te verstoppen. ‘Wees eerlijk, leg uit, blijf in de spiegel kijken. Alleen dan kunnen anderen uiteindelijk begrijpen waarom je buiten de lijntjes kleurde.’
Ondertussen hopen de drie dat er óók aan de lijntjes zelf wordt gesleuteld. Want zolang de jasjes niet passen, zullen zij ze blijven oprekken, in het belang van cliënten die anders nergens meer terechtkunnen.
Dit artikel is een follow-up op het interview Een vergezicht op de zorg voor en de positie van mensen met een beperking met Karen van Oudenhoven, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, en Daan de Kort, tweede kamerlid voor de VVD. Dit artikel verscheen in Markant nummer 1, 2026.