Sylvana Simons en de strijd voor radicale gelijkwaardigheid
Het is tijd om de handschoen op te nemen en een vuist te maken voor de emancipatie van mensen met een beperking, vindt Sylvana Simons. ‘Elke emancipatoire groep heeft een Malcolm X nodig.’
Strijd voor gelijkheid in de Kamer
Sylvana is boos, is de titel van een 45 minuten compilatie op YouTube van momenten waarbij Sylvana Simons in de Tweede Kamer van leer trekt tegen verschillende vormen van racisme en uitsluiting. Ze heeft het als fractievoorzitter van Bij1 aan de stok met onder anderen de Kamervoorzitter en politieke kopstukken als toenmalig premier Rutte, Dilan Yeşilgöz en Ferdinand Grapperhaus - destijds aan het roer van het ministerie van Justitie. Simons, die Bij1 heeft opgericht, wijst hen erop dat belangrijke instituten in Nederland mensen ongelijk behandelen, haalt schrijnende voorbeelden daarvan aan, dwingt onderzoek af, vangt bot en beent gefrustreerd de kamer uit. ‘Er worden mensen weggezet’, briest ze in de interruptiemicrofoon voordat ze wegloopt. ‘Wat is er in vredesnaam voor nodig dat er hier eens iemand het lef heeft om te zeggen “ja, daar gaan we onderzoek naar doen want in het eerste artikel van de Grondwet staat dat wij discriminatie niet accepteren”.’
Radicale gelijkwaardigheid is het doel, validisme staat daar haaks op
Discriminatie gaat bij Simons niet alleen over huidskleur of etnische achtergrond. Vanaf het moment dat ze zich politiek is gaan roeren, zet ze zich in voor gemarginaliseerd Nederland: of het nu mensen van kleur, de LHBT+-gemeenschap of mensen met een beperking betreft. Ze introduceerde de Haagse kaasstolp begrippen als intersectionaliteit en validisme, of haar collega’s daar nu ontvankelijk voor waren of niet. Ze verliet de Kamer eind 2023. Tegenwoordig is ze columnist bij het tijdschrift OneWorld en politiek duider bij talkshow Pauw & De Wit. Aan de maatschappij blijft ze morrelen. Het doel: radicale gelijkwaardigheid.
Validisme staat daar haaks op. Dat is namelijk ‘het systeem van structurele uitsluiting, waarbij mensen zonder beperking als superieur worden gezien boven mensen met beperking’, legt ze uit. Met alle gevolgen van dien. ‘Het gaat er hierbij om hoe het leven in Nederland maatschappelijk en sociaal is ingericht en hoe de politiek met deze mensen omgaat’, verklaart Simons. ‘Alles is gericht op de meerderheid zonder beperking. Het uitsluitingsmechanisme voor degenen die afwijken, is hetzelfde als bij andere ismes, of het nu racisme of seksisme is. Er is een onnadenkendheid over de aanwezigheid van mensen met een beperking. Bij stedelijk ontwerp en de inrichting van de openbare ruimte wordt er bijvoorbeeld onvoldoende of geen rekening met hen gehouden. Ga in binnensteden maar eens de ribbelstenen voor mensen met een visuele beperking volgen, dan kun je in een steeg bij een willekeurig iemand voor de deur belanden. Ook veel gebouwen zijn ontoegankelijk. Wat ik zeker weet: als het systeem zich meer zou openen, gaan er vanzelf meer mensen met de maatschappij meedoen. Mensen gaan meedoen omdat het kan.’
Als het systeem zich meer zou openen, gaan er vanzelf meer mensen met de maatschappij meedoen. Mensen gaan meedoen omdat het kan.
'De huidige participatiewet legt mensen op hoe ze moeten participeren'
Simons gruwelt van de term ‘participatiesamenleving’. Die is volgens haar gestoeld op een verkeerde aanname. ‘Participatie faciliteer je en maak je mogelijk; je dwingt het niet af bij wet. De huidige participatiewet legt mensen op hoe ze moeten participeren en als ze dat niet kunnen, vallen ze buiten de boot en zijn ze een bedreiging voor het systeem. Het kabinet Jetten gaat opnieuw bezuinigen. Er ligt een regeerakkoord waarbij mensen met een beperking opnieuw worden gehinderd in hun emancipatie, terwijl er juist in hen geïnvesteerd zou moeten worden. Het is verdrietig dat deze doelgroep zichzelf moeilijk kan verdedigen, ze hebben juist onze hulp nodig. Mensen zonder beperking vinden het soms moeilijk om in verbinding te treden met mensen die anders zijn en in te zien: “jij bent exact hetzelfde als ik maar in een andere huls”. Het gemak waarmee we in Nederland over deze mensen heen kunnen kijken is bizar. Het is de taak van de overheid om het maatschappelijke systeem zo in te richten dat we allemaal gefaciliteerd worden om het beste uit ons leven te halen. Dat is iets anders dan economische belangen vooropstellen. Je kunt bijvoorbeeld enorm van maatschappelijk belang zijn wanneer je goed fluit kunt spelen en daar mensen gelukkig mee maakt. Bijdragen aan de maatschappij is niet alleen deelname aan de arbeidsmarkt. Maar het aantal muziekscholen dat nog over is, is de helft van wat we tien jaar geleden hadden. Wat zijn de plekken waar mensen hun talent kunnen uitbotten?’
Onderschatting
Voor mensen met een beperking die wel willen en kunnen meedoen met de arbeidsmarkt, liggen de kansen niet voor het oprapen. Simons pleit daarom voor een bredere blik op wat ‘talent’ is. ‘Wanneer we talent en kunde anders waarderen, kunnen meer mensen meedoen’, is haar overtuiging. ‘Er zijn mensen die prachtige dingen met hun handen kunnen maken die niet naar een mbo kunnen’, illustreert ze. ‘We moeten af van gebaande paden en onze aannames van wat vanzelfsprekend is oprekken. Natuurlijk moet het bedrijfsleven óók gaan werven bij mensen die nu in instellingen leven; op alle plekken waar talent zich kan bevinden. En bij uitstek op plekken waar creativiteit en innovativiteit en street smart belangrijke skills zijn. Er zijn andere manieren om je talenten te ontplooien dan op een universiteit of mbo, wat nu de norm is.’
Ze spreekt uit ervaring. ‘Bedenk dat ik op papier niets waard ben’, zegt ze, en laat een betekenisvolle stilte vallen. ‘Ik heb namelijk geen enkele diploma. Nou, ga dat idee over jezelf maar eens internaliseren. Ik heb gelukkig genoeg aan mijn CV kunnen toevoegen en wist mijn talenten in eerste instantie te botvieren in de entertainmentsector waarbij de proof is in the pudding. Maar ik was in mijn leven wel continu op achterstand. Toen ik de politiek inging, stuitte ik op scepsis en onderschatting.’
‘Wanneer we talent en kunde anders waarderen, kunnen meer mensen meedoen’
Te confronterend?
We zien daarvan een wrang voorbeeld in de documentaire Sylvana, demon of diva (op npo.nl). Een D66-collega stapt na een verkiezingsdebat op haar af en leest haar de les. Witte man - colbert, overhemd, lamswollen V-hals trui en een biertje in de hand - wijst Simons erop dat hij waardering heeft voor de punten die ze politiek agendeert, maar dat ze beter geen polariserende woorden kan gebruiken. Termen als discriminatie liggen namelijk niet zo lekker bij het publiek. ‘Le ton qui fait la musique’, doceert hij haar in geaffecteerd Frans. Simons legt hem vriendelijk uit dat het niet haar woorden zijn die polariseren, maar dat het systeem van discriminatie mensen uit elkaar trekt. Het wil niet tot hem doordringen. Dan wordt ze fel en zegt met stemverheffing: ‘Je bent mij de hele tijd aan het uitleggen hoe ik een probleem dat ik elke dag ervaar het beste kan aanpakken zodat het bij de ander geen zeer doet.’
Het wordt haar regelmatig verweten: ze is te confronterend en te weinig verbindend. Niet verrassend, vindt ze. ‘Het is een verwijt dat hoort bij het mechanisme dat seksisme, racisme en discriminatie in zijn geheel is’, reageert ze. ‘Het verwijt is een instrument om anderen buiten te sluiten. Ik mag wel mijn mond opendoen maar moet het doen op de manier waarop de meerderheid vindt dat ik het moet doen. Je mag als minderheid voor jezelf opkomen als de meerderheid maar geen last van je heeft en als die maar niet hoeft mee te denken over een oplossing. Er wordt voorbijgegaan aan het feit dat veel issues decennialang op een manier zijn aangekaart zonder dat er naar is geluisterd. Actrice Gerda Havertong legde in de jaren zeventig aan kleuters vriendelijk uit waarom de term zwarte piet niet leuk is. Maar er werd pas geluisterd door het protest van Quinsy Gario en Jerry Afriyie. Natuurlijk moet je voor maatschappelijke verandering goed kunnen luisteren en compromissen kunnen sluiten. Maar het kan ook effectief zijn om op andere momenten je stem te verheffen en je boosheid instrumenteel in te zetten. Ik heb mijn stem in de Kamer verheft namens mensen die al jarenlang het recht hebben om boos te zijn maar zich niet konden uiten of naar wie niet werd geluisterd. Het valt mij op dat de mensen die kritiek hebben op mijn activistische toon altijd de mensen zijn die zelf geen last ondervinden van de problemen waarvoor ik aandacht vraag.’
‘Het kan effectief zijn om je boosheid instrumenteel in te zetten’
Burgerrechten
Simons gelooft dat het voor de emancipatie van mensen met een beperking tijd is om de handschoen op te nemen en een vuist te maken. ‘Elke emancipatoire groep heeft een Malcolm X nodig’, zegt ze. ‘Mensen die er hard en met gestrekt been ingaan. Conflict heeft functie. Het kan ergens de spanning uithalen, verandering forceren of uitgangspunten blootleggen. Conflict hoeft niet het uitgangspunt te zijn, ik ben zelf ook nooit met donderwolken een gesprek ingegaan. Maar als het nodig is, ga ik ervoor. Ook de gehandicaptenzorg zou baat hebben bij een Malcolm X-figuur. Ik ben dat zelf niet. Ik zal mij absoluut blijven inzetten voor inclusie en voor de systeemverandering die daarvoor nodig is. Maar voor de zichtbaarheid van specifiek deze mensen moet het uit de doelgroep zelf komen, en ik weet dat daarbinnen heel capabele mensen zijn.’
Samenhang tussen verschillende vormen van onrecht en ongelijkheid
Verschillende gemarginaliseerde groepen hebben zich in de geschiedenis via activisme weten te emanciperen. In Amerika zijn minderheden vanaf de jaren zestig samen opgetrokken om burgerrechten. Activist Jesse Jackson richtte in de jaren tachtig de regenboogcoalitie op waarbij er ook werd gestreden voor de emancipatie van mensen met een beperking. Zo’n strijd gaat uit van intersectionaliteit: verschillende vormen van maatschappelijk onrecht en maatschappelijke ongelijkheid hangen met elkaar samen. Het mechanisme van buitensluiting werkt namelijk voor een transpersoon hetzelfde als voor iemand met een beperking. Daarom moet je samen een vuist maken, vindt Simons.
Bij1 deed dat consequent, ze weet dan ook uit ervaring dat dit geen eenvoudige opgave is. ‘Ik heb gemerkt dat groepen onderling niet altijd klaar zijn voor deze gezamenlijke strijd. Er was veel vraag naar vertegenwoordiging binnen de community van mensen met een beperking, en die werd bij ons geleid door mensen met een beperking van kleur; door mensen die zich bij ons thuis voelden vanwege onze strijd voor antiracisme. Caroll Sastro was een van de eerste Bij1-leden die mij het principe van validisme heeft bijgebracht. Zij kon de aandacht voor mensen met beperking meenemen in haar strijd tegen antiracisme. Maar veel mensen die zich aangetrokken voelden tot onze partij waren al moe gestreden. Die hadden zoiets van: nu ben ik aan de beurt. Mensen zijn begrijpelijkerwijs zo bezig met hun eigen emancipatie dat ze vergeten dat andere minderheden in feite met eenzelfde strijd bezig zijn. Dus de realisatie dat er onderling ook nog andere gemarginaliseerde mensen zijn, levert soms angstgevoelens op: word ik nu weer aan de zijlijn geschoven? Er is veel moedeloosheid.’
Zichtbaarheid moet je forceren
Protest kent vele vormen, weet Simons. Een goede online campagne kan net zo effectief zijn als de straat opgaan. ‘Het draait om zichtbaarheid’, stelt ze, ‘die moet je forceren. Je moet laten zien dat je er bent; want door in de ruimte te zijn, dwing je mensen anders te spreken. Het zal ongetwijfeld weerstand opleveren, want de groep zonder beperking zal het moeilijk vinden om diens dominante positie in te leveren. De samenleving is doortrokken van het idee dat mensen zonder beperking alles beter weten en beter kunnen. Er wordt vaak over mensen met beperking heen gepraat. Ik heb daar zelf voor gewaakt. Wanneer de personen over wie het ging niet zelf in de ruimte waren, moest ik van mijzelf pauzeren en even wat telefoontjes bij de doelgroep plegen. Ik ga niet paternalistisch doen over mensen zonder mijn huiswerk grondig te hebben gedaan. Maar het beste is wanneer mensen met een beperking zelf in de ruimte stappen en zeggen “hallo, ik kan zelf praten en dit is waar ik behoefte aan heb”. Dat levert een andere bewustwording op.’
‘Door in de ruimte te zijn, dwing je mensen anders te spreken’