Achtergrond

Tragel doet het: medewerkers uit Spanje

Bij zorgorganisatie Tragel doen ze het: nieuwe medewerkers werven in Spanje. De ervaringen die ze opdoen willen ze graag delen. ‘We willen nog een wel Spanjaard.’

Tragel werving
‘Roberto, kom maar’, zegt Nicolas (midden). Roberto (rechts) loopt om de fiets met Jan (links) heen. Even een fotomomentje. Foto: Aleid Denier van der Gon

‘Vind je het leuk, Jan?’, vraagt Nicolas aan de lange man met wie hij op de duofiets zit. Jan maakt instemmende geluiden en zijn gezicht is ontspannen. Minder blij kijkt Roberto die op een trapskelter de achtervolging inzet. ‘Roberto, ga naar huis’, zegt Nicolas, zonder zijn stem te verheffen, op lage toon. ‘Ga alvast lekker eten.’ De potige Roberto laat zich het verzetje echter niet ontnemen, zeker niet als er ook nog een fotograaf in de buurt is.

Even een fotomomentje

Jan van Meir en Roberto Witte wonen allebei in een woning van Tragel in het Zeeuws-Vlaamse dorp Clinge, gemeente Hulst. Nicolas heet voluit Nicolas Lara Lara, want zijn vader en moeder hadden dezelfde achternaam. Nadat hij Roberto een paar keer vergeefs heeft gesommeerd naar binnen te gaan, stopt hij de fiets. ‘Roberto, kom maar even hier’, zegt hij en maakt een handgebaar. Roberto kijkt verschrikt om zich heen: huh ik? ‘Ja kom maar.’ Hij stapt van zijn skelter en loopt naar Jan. ‘Nee kom maar hier, aan deze kant, bij mij.’ Hij loopt om de fiets heen en dan slaat Nicolas zijn arm om hem heen. Even een fotomomentje.

Het laatste vliegtuig naar Nederland

Nicolas komt uit Spanje, uit de buurt van Valencia. Hij deed er een zorgopleiding en werkte in de ambulante ondersteuning van een gemengde doelgroep, van ouderen tot verslaafden. De werkcondities waren slecht en hij verdiende negenhonderd euro per maand voor veertig uur werken per week. Daarna werkte hij in verschillende kledingwinkels. Via een app zag hij dat er een bijeenkomst was voor mensen die in Nederland in de zorg willen werken. Daar sprak hij een manager van Tragel die hem vertelde dat hij een cursus Nederlands kon doen, voordat hij naar Nederland zou komen. Die cursus maakte hij daar niet af, vanwege de lockdown. Met het laatste vliegtuig vloog hij op 21 maart vorig jaar samen met een aanstaande collega naar Nederland, waar hij de cursus afmaakte.

Aanpassen maar niet veranderen

‘Wij willen nog wel een Spanjaard’, zegt Lynda De Bruijn, eerste begeleidster van het team dat elf mannen en één vrouw ondersteunt in een gesplitste woning. Nicolas is warm en liefdevol, de rest komt wel. Zijn mails en verslagen zijn ook verre van slecht. Soms moeten we wat aanpassen, maar niet veranderen.’ Niet dat alles goed gaat. Vooral toen vorig najaar zijn vader overleed, had Nicolas een moeilijke periode. Toen heeft collega Gulya Huijgens de rol van mentor op zich genomen. Zij kwam zelf achttien jaar geleden vanuit Kazachstan naar Zeeuws-Vlaanderen, vanwege de liefde, en werkt nu dertien jaar bij Tragel. ‘Nicolas had tijd nodig’, zegt zij, ‘en een warm nest.’ Ze leert hem bijvoorbeeld dat je in Nederland je collega’s aanspreekt als iets je niet bevalt: ‘In Nederland is de communicatie direct en to the point.’

Regio internationaal georiënteerd

Nicolas behoort tot de twee eerste lichtingen Spanjaarden die komen werken bij Tragel. Buitenlandse werknemers zijn geen hier geen uitzondering, van de achthonderd medewerkers komen er honderdvijftig uit België. Maar Spanje is natuurlijk een ander verhaal, al is Spanje in deze regio wel een begrip, volgens internationale werving 18 19 bestuurder Guus Bannenberg. Steden als Gent, Terneuzen en Vlissingen zijn internationaal georiënteerd en toevallig liep hier in de zeventiende eeuw de grens van het Spaanse rijk. ‘Mensen zijn vooral enthousiast omdat een baan in Nederland hen perspectief biedt’, zegt Bannenberg. ‘In Spanje is er zo weinig werkgelegenheid in de zorg, dat je er zelfs met een goed diploma niet aan de slag kunt.’

De Nederlandse vijver is leeg

Tragel kan hen goed gebruiken. Hier krimpt de bevolking, terwijl de zorgvraag toeneemt en de lokale economie groeit vanwege toerisme en dienstverlening. ‘Wie gaat er morgen voor onze cliënten zorgen?’, vraagt Bannenberg zich af. ‘Arbeidsmarktcampagnes hebben geen zin: de vijver is leeg.’ Dus heeft Tragel een eigen BBL-opleiding (beroepsbegeleidende leerweg) en wordt ook nagedacht over andere creatieve manieren om de continuïteit van de zorg te waarborgen. Manager organisatieontwikkeling Caroline Filius denkt aan het inzetten van vrijwilligers, statushouders, ex-gedetineerden, cliënten die elkaar ondersteunen en natuurlijk aan domotica. Maar technische innovatie kan persoonlijke aandacht nooit vervangen, zegt Bannenberg, en in het geven daarvan zijn uitgerekend Spanjaarden, vanwege hun loyaliteit en familiecultuur, vaak goed.

Direct een eigen woning

‘Maar het is alleen een oplossing als je het goed doet’, zegt hij. Tragel heeft inmiddels leergeld betaald. Van de eerste groep Spanjaarden bleef er uiteindelijk slechts één. Hij beschouwt volgende groepen als nieuwe Hulstenaren. Hij heeft contact gelegd met de gemeente en met de woningbouwcorporatie, zodat nieuwe werknemers direct aan een woning worden geholpen. De taalcursus wil hij in de toekomst in Nederland laten geven, zodat de medewerkers alvast kunnen wennen aan de Nederlandse cultuur. De teams wil hij betrekken bij de sollicitatiegesprekken in Spanje. En hij legt contacten met andere sectoren in Zeeuw-Vlaanderen, want misschien willen familieleden van zijn nieuwe werknemers wel aan de slag in een toeristisch bungalowpark?

Leernetwerk met andere organisaties

Alles bij elkaar leidt deze aanpak tot heel wat vliegbewegingen. Spaanse burgemeesters en recruiters komen hier kijken. Zeeuwse burgemeesters en medewerkers van Tragel vliegen naar Spanje. Alles voordat er een uur zorg is verleend. Wordt dat financieel gezien niet te gortig? ‘Weet je wat duur is?’, reageert Bannenberg. ‘Uitzendkrachten! Kijk naar de begrotingen van onze zorgorganisaties en zie eens hoeveel geld er aan uitzendkrachten wordt uitgegeven. Terwijl het voor de cliënten natuurlijk veel beter is, als ze vaste begeleiders hebben!’ Graag wil hij met een aantal organisaties die werken met buitenlandse werknemers een netwerk vormen, om te leren van elkaars ervaringen. Kort na mijn bezoek wordt de derde groep nieuwe Hulstenaren verwacht. Hoger opgeleid, want Tragel heeft vooral medewerkers nodig voor de VIC-units (Very Intensive Care). Of die nieuwe mensen blijven weet je natuurlijk nooit, erkent Filius. Ze hoeven niet zelf hun opleiding te betalen, als ze onverhoopt terug willen.

Klaar met werken

Nicolas Lara Lara is blij met zijn nieuwe werkplek. Maar doorstromen naar de VIC-unit, zoals aanvankelijk de bedoeling was, heeft hij niet gedaan. Hij moest nog wennen en de groep wilde hem niet kwijt. Een nieuwe Hulstenaar is hij ook niet geworden. ‘Het was hier erg stil tijdens de coronacrisis’, zegt hij. Samen met een collega heeft hij een woning in Antwerpen gevonden, waar ze het goed naar hun zin hebben. Hij rijdt er dadelijk weer naartoe in zijn auto, die eerst een Spaans, toen een Nederlands en nu een Belgisch kenteken heeft. Maar na de lunch, een in de woning zelf bereidde wortelpompoensoep, schommelt hij eerst nog even in de achtertuin met Roberto. Jan komt naar buiten, met de oranje sporen van de soep op zijn kleding en rond zijn mond. ‘Kom maar’, zegt Nicolas, ‘daar gaan we nog even iets aan doen.’

Meer informatie

Dit artikel verscheen in het novembernummer van Markant. Lees hier het hele nummer. 

Deze pagina is een onderdeel van: