Achtergrond

'Uiteindelijk gaat het om inclusie'

Stichting Prokkel brengt verschillende werelden, van mensen met en zonder beperking,  met elkaar in aanraking. Het succes groeit. ‘Je merkt hoe mensen reageren als iemand als Edwin aan de balie staat. Het werkt heel goed!’

‘Het is belangrijk dat bestuurders van bedrijven en zorginstellingen elkaar op een plek als deze ontmoeten’, zegt Marian Geling in de bestuurskamer van de Amsterdamse effectenbeurs, de oudste ter wereld. ‘En dat ze zich verbinden met de Prokkeldagen’, voegt ze eraan toe.
Geling is landelijk projectleider van Stichting Prokkel. Aanwezig zijn bestuurders van zorgorganisaties als Cordaan, Middin en Talant. Van de kant van het bedrijfsleven zien we bestuurders van de Rabobank en USG Restart. Voor Markant zijn twee verslaggevers aanwezig: een redacteur en een prokkelstagiair.
Het is half negen ’s ochtends, buiten zijn de meeste winkels nog gesloten, binnen bereiden we ons voor op een speciale ceremonie: het luiden van de beursgong, precies om negen uur. Daarmee wordt vandaag, donderdag 6 juni, niet alleen de beurs officieel geopend, maar ook de Nationale Prokkelstagedag, die voor de derde keer wordt gehouden.
We lopen langs een ballustrade met foto’s van BN’ers die hem eerder hebben geluid - Johan Cruyff, André van Duin, Robert ten Brink - naar de gong. We stellen ons er naast op en blikken in een camera die verschillende financiële media bedient.
Nadat het geluid heeft geklonken en de gongslag te zien was op verschillende financiële zenders overhandigt belangenbehartiger Kooijman haar visitekaartje aan Van Wetering. Ze vertelt dat de subsidie voor de LFB drastisch wordt afgebouwd. De Rabobank heeft een foundation die in het verleden onder andere Stichting Prokkel heeft gefinancierd. Van Wetering schrikt van het bedrag dat Kooijman noemt. ‘O, ik verwacht geen zeven ton van u hoor’, zegt Kooijman. Van Wetering belooft haar te mailen.

Breekijzer
Het aantal prokkels groeit. Vorig jaar waren het er 270, nu 329. Vandaag nemen 850 mensen met beperkingen deel aan prikkelende ontmoetingen met mensen zonder beperkingen. En voor het eerst maakt de dag deel uit van een Week van het Prokkelen.
Marian Geling hoopt dat het aantal volgend jaar verdubbelt. De stichting ontving een subsidie van het ministerie van Sociale Zaken om een lesdag te ontwikkelen voor mensen met een verstandelijke beperking. Ze denken die dag na over waar ze goed in zijn en beschrijven dat in een folder. De folders leggen ze neer bij bedrijven.
Wat ook helpt, volgens Geling, is als zorgaanbieders enthousiast raken. Docenten in het speciaal onderwijs bij Heliomare moedigden hun leerlingen aan zelf een prokkelstage te zoeken, in hun eigen omgeving. Met als resultaat dat zeventig leerlingen van Heliomare dit jaar meedoen aan de Prokkelweek.
Maar een hoog aantal prokkelstages is natuurlijk niet het ultieme doel van alle activiteiten. ‘Het gaat uiteindelijk om inclusie’, zegt Geling. ‘De stages zijn een breekijzer om de samenleving betrokken te laten raken bij mensen met een verstandelijke beperking. En andersom. Vaak verleggen mensen met een beperking tijdens een prokkel hun grenzen. En mensen zonder beperking zeggen: dat hadden we niet verwacht!’
Na afloop van de ceremonie in de beurs geeft Geling Conny Kooijman een lift naar Den Haag, waar zij stage gaat lopen bij staatssecretaris Jetta Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Ík zou eigenlijk Martin van Rijn ook even willen spreken’, zegt Kooijman.
Onszelf zet Geling onderweg af op Schiphol, waar Microsoft Nederland gevestigd is.
In dit pand, waar het Nieuwe Werken wordt toegepast, zijn voor het eerst drie cliënten van Cordaan aan het prokkelen, die normaal gesproken overdag in activiteitencentrum De Elzen zijn.

‘Hebbes!’
Bij de receptie wordt het zogeheten hospitality team versterkt door Edwin Wagensveld en Ipek Arslan. De eerste heet mensen welkom en vraagt hoe ze heten. De tweede draait een badge voor hen uit. Als mensen vertrekken biedt Edwin hen een drankje aan voor onderweg. Het enthousiasme van Edwin werkt aanstekelijk.
‘Hoe heet jij?’, vraagt hij een bezoeker. Deze noemt zijn naam en vervolgt: ‘En hoe heet jij eigenlijk?’ Edwin speldt hem de badge persoonlijk op. Dan komt er een hele groep mensen binnen, die geen badge hoeven. Edwin besluit hen stuk voor stuk een hand te geven en te wijzen waar de toegangspoortjes zijn. Tegen een vrouw die langs hem heen is geschoten, roept hij: ‘Hé, wacht even!’ Ze stopt en hij zegt met een grote lach: ‘Goedemorgen!’ Hij geeft haar alsnog een hand, draait zich om en doet zijn armen in de lucht: ‘Hebbes!’
In de tuin helpt Ron de Rooy de handyman met het water geven van de planten. ‘Ron, hij mag opgerold worden’, zegt handyman Bas Vosko hem, alsof ze elkaar al jaren kennen, en Ron rolt de tuinslang op. Eerder hebben ze de tafels en stoelen in de tuin rechtgezet en hierna gaan ze een lampenronde doen in dit pand met 670 werkplekken en een veelvoud aan lampen.
En dan is er nog Anne Houtsma, die een verslag komt schrijven voor haar weblog ‘Een andere route’ (eenandereroute@blogspot.nl) en die net als wij iedereen interviewt.
‘Dit is een andere wereld’, zegt Jetty Wirikromo, een begeleidster van Edwin, Ipek en Ron tegen Anne Houtsma en ons. ‘Normaal gesproken gaan ze iedere dag van hun woning naar De Elzen. Alleen al met de trein hierheen gaan was voor hen bijzonder. Edwin had gisteren nog geen zin. En moet je hem nu zien!’

Twee werelden
Tijdens de lunch spreken we Laura Scholtens van het hospitality team. ‘Je merkt dat ze het echt heel leuk vinden’, zegt ze vrolijk. ‘Daardoor raak ik zelf ook enthousiast. Mijn manager vroeg me van de week of ik dit wilde doen en ik zag er een beetje tegenop, maar nu blijkt dat ik het wel kan. ‘Je merkt hoe mensen reageren als er iemand als Edwin aan de balie staat. Het werkt heel goed!’
Na de lunch hebben we een interview met Gonnie Been, de manager communicatie en sociale innovatie van Microsoft Nederland. Onze eigen stagiair, Ans Broelman, vraagt haar waarom Microsoft meedoet aan de Nationale Prokkelstagedag.
‘We hebben onlangs een Raad van Anders gehad’, zegt ze. ‘Daarin hebben we met allerlei mensen gepraat over de vraag hoe we mensen met afstand tot de arbeidsmarkt bij het arbeidsproces kunnen betrekken. Waar we op uit kwamen was dat we het gewoon maar eens moeten doen. Je ziet dat we twee werelden hebben gemaakt: de wereld van de perfectie, waar alles er aan de buitenkant fantastisch uitziet, en de wereld van mensen bij wie sommige dingen net iets anders werken. Laten we eens kijken wat er gebeurt als je de mensen iets dichter bij elkaar brengt.’
Ze vertelt lachend wat ze die ochtend zag: ‘Eén van de stagiairs rende door de ruimte en riep heel hard: Hoi! Dat brengt je ook wat als organisatie.’

Dorpsleven
Ans Broelman vertelt dat diezelfde stagiair net bij de ingang ook een vrouw achterna ging die hem geen hand gaf.  ‘Mag ik ook iets vragen?’ reageert Gonnie Been. ‘Hoe reageerde die vrouw? Misschien gaan mensen toch iets anders kijken. Aan de Raad van Anders nam ook een jongen met een lichte verstandelijke beperking deel, Peter Balk. Op een gegeven moment ontstond er zo’n situatie waarin een heleboel mensen aan het praten waren zonder iets te zeggen. Wat zeggen jullie nou eigenlijk?, riep hij toen. Dat vond ik heel mooi. Een deelneemster met een auditieve beperking, Jacqueline Smeijsters, vertelde dat het voor haar belangrijk is dat mensen vergaderingen goed voorbereiden en dat ze niet door elkaar heen praten. Nou, dat zou het toch voor iedereen prettiger maken!’
Ze vertelt dat Microsoft van plan is om tien kernfuncties te laten invullen door mensen met een fysieke of zintuiglijke beperking. Daarnaast gaan twee jongeren met een beperking deelnemen aan een internationaal programma voor mensen die net zijn afgestudeerd. ‘Wij noemen dat de “verwende nesten”. Ze vliegen de hele wereld over.’ Ook vraagt Microsoft leveranciers hun voorbeeld te volgen.
‘Technologie is een heel belangrijk hulpmiddel om mensen te laten meedoen aan de samenleving’, besluit ze. ‘Voor een bedrijf als Microsoft is het belangrijk om te laten zien dat we onze verantwoordelijkheid nemen. Ik ben zelf opgegroeid in een dorp, daar was het heel normaal dat mensen die iets anders waren gewoon deelnamen aan het dorpsleven. Het zou mooi zijn als we erin slagen de werelden die nu gescheiden zijn weer wat dichter bij elkaar te brengen.’