Achtergrond

'Vroeger draaide je gewoon je programma'

In het Activiteitencentrum Druten van Pluryn vonden cliënten dat het tijd werd om het anders te doen. Geen verschillen tussen begeleiders en cliënten en meer samenwerking met mensen uit het dorp. Deze maand openen ze activeringscentrum JaDoen!

De parkeerplaats van de Albert Heijn in Druten staat stampvol auto’s. Winkelwagentjes ratelen over de stenen, mensen zeulen met tassen, kinderen klauteren op paaltjes. Hemelsbreed nog geen honderd meter verder staat Activiteitencentrum Druten van Pluryn. Het enige dat je moet doen om er te komen, is de doorgaande weg oversteken naar bedrijventerrein Klepperheide. En dan is de sfeer ineens heel anders. Geen mensen meer op straat en vooral grote gebouwen met de deur dicht.
Bij het activiteitencentrum komen mensen met een lichamelijke beperking of niet-aangeboren hersenletsel. Ze werken er onder andere aan een collectie cadeauartikelen die verkocht wordt in de eigen winkel, een hoekje in datzelfde centrum.
Vandaag is een aantal cliënten aan het vergaderen. In een grote kring zitten ze om de tafel in één van de werkruimtes. Dit zijn de deelnemers aan het project JaDoen! dat in het najaar van 2011 gestart is en deze maand feestelijk wordt gemarkeerd met de opening van het activiteitencentrum nieuwe stijl.
Simone Leys is één van de deelnemers. ‘We vonden dat het tijd werd om iets met zijn allen te doen: met begeleiding én cliënten. Vroeger draaide je gewoon je programma. Je kwam binnen en je begeleider zei: dit gaan we vandaag doen. En dan was dat het ook. Er was geen ruimte voor iets anders. Daarom zijn we gaan nadenken over de vraag: hoe kunnen we organiseren dat wij als cliënten meer regie krijgen?’ Deelnemer Katja van Hellemondt: ‘We wilden ook graag meer contact met mensen uit Druten zelf. Anders zie je overdag alleen maar mensen met een beperking. We zitten hier niet heel centraal, dus dat gaat niet vanzelf.’

Eerst groeien
Samen met een extern bureau werkten de cliënten aan een plan. De lijnen waren al vrij snel duidelijk: cliënten zouden inwoners van Druten gaan interviewen om zo te ontdekken of ze samen dingen kunnen ondernemen. Dat was gemakkelijker gezegd dan gedaan. Leys: ‘Ik durfde niet zomaar onbekenden aan te spreken op straat. Ik moest echt over mijn grenzen heen, groeien en ontdekken waar mijn kracht ligt.’ En dus werden alle deelnemers getraind: hoe spreek je mensen aan, hoe voer je een telefoongesprek, hoe neem je een interview af, wat doe je als iemand kortaf reageert? Hartstikke nuttig, vindt deelnemer Marika Kerkman. ‘Ik ben bijvoorbeeld best verlegen. En ik kon ook niet zo goed nee zeggen. Nu ben ik zekerder van mijzelf.’

De straat op
Gewapend met zelfgemaakte vragenkaartjes gingen de deelnemers het dorp in. Daar troffen ze onder meer Sabien Westerhof. ‘Ik was aan het winkelen en werd aangesproken door Simone. Ze had een kaartje met daarop de vraag wat ik van Druten vond en wat er beter kon. Daarna vroeg ze of ze me een keertje mocht bellen om me te interviewen. Het was erg handig dat ze een open vraag stelde. Daar kom je niet vanaf met een ja of nee. Bovendien was het goed dat ze naar mij toe kwam, want het activiteitencentrum ligt niet heel centraal. Je komt er niet zo snel.’ Westerhof deed vervolgens mee aan het interview. Uitkomst: ze gaat vanaf het najaar een schildercursus geven in Jadoen! voor mensen met en zonder beperking. En zij is niet de enige die iets gaat doen. Zo komt er een kookclub, cliënten van het activiteitencentrum gaan op bezoek bij eenzame mensen in Druten en mensen uit Druten gaan samen met cliënten anderen helpen om te reizen met het openbaar vervoer.

Even wennen
Het project JaDoen! had ook binnen het centrum zelf een positief effect. Clusterleider Marianne Radix: ‘Cliënten hebben zich enorm ontwikkeld, met als gevolg dat het onderscheid tussen begeleiders en cliënten steeds meer verdwijnt. Simone heeft bijvoorbeeld geregeld dat we hier nu zitten om te vergaderen.’
Leys: ‘Nog een voorbeeldje van dat het verschil steeds meer wegvalt: we hadden laatst een vergadering met de begeleiders en toen bleek dat begeleiders ook hun onzekerheden hebben, dat was zó mooi om te zien.’ Begeleider Erica Vos: ‘Ja, je lacht erom, maar wij moesten echt ontdekken dat er meer overeenkomsten dan verschillen tussen ons zijn.’
Deelnemer Apolonia Pouw: ‘We hebben nu een heel andere samenwerking. En dat is voor ons allemaal wennen.’ Begeleider Vos: ‘Zo zijn de verantwoordelijkheden verschoven. Dan zeg ik: jongens, vandaag gaan we dit en dat doen. En dan zeggen de cliënten: nee hoor, we gaan eerst vergaderen.’ Voor de deelnemers is het wennen, omdat de afhankelijkheid anders wordt. Van Hellemondt: ‘De begeleiders zorgden altijd voor ons. Dat vonden wij soms ook wel prettig: oh, dat doen zij wel even. Nu moet ik echt leren om geen hulp te vragen als het niet nodig is, maar ook niet te lang te wachten met vragen als het wel nodig is.’
De succesfactoren van het project zijn duidelijk volgens zowel deelnemers als begeleiders: cliënten nemen het initiatief en doen de uitvoering, de begeleiders zijn bereid de regie los te laten en actief mee te werken en een extern bureau zorgt dat de boel niet verzandt in goede bedoelingen. Clusterleider Radix: ‘Je moet de medewerkers echt meekrijgen. Dat is niet altijd gemakkelijk. Dan zeggen ze: wat een geweldig idee! Maar met mijn cliënten kan dit niet, want mijn cliënten zijn anders.’

Confronterend
Ook de cliënten zelf moeten uithoudingsvermogen hebben om een verandering en een relatie met mensen van buiten het centrum tot stand te brengen. Deelnemer Van Hellemondt: ‘Er zijn veel vooroordelen over ons hoor. Iedereen denkt: O die is lichamelijk beperkt, dus die zal ook wel een verstandelijke beperking hebben.’ Pouw: ‘Ik praat ook nog eens erg moeilijk, waardoor ze helemaal denken dat ik niet in orde ben.’ Leys: ’Ze vragen ook wel eens: O heb jij dagbesteding? Dan zit je zeker de hele dag koffie te drinken en boekjes te lezen? Nou ja zeg, ik werk. Ik krijg er alleen niet voor betaald.’ Drutenaar Westerhof herkent dat wel: ‘Ik moet zeggen dat ik het best confronterend vond toen ik hier voor het eerst binnenkwam. Ik snap best dat niet iedereen dat gemakkelijk doet.’
Leys: ‘Dat merken wij ook. Er zijn best veel mensen die eerst enthousiast zijn. En zodra ze hier geweest zijn, haken ze af. Dan zeggen ze dat ze geen tijd hebben, maar in hun stem hoor je dat het iets anders is.’ Van Hellemondt: ‘Ze zijn bang voor de confrontatie met ons.’ Westerhof: ‘Ik wist eerst ook niet zo goed hoe ik me een houding moest geven. Je denkt van alles tegelijk. Van: dat had mij ook kunnen overkomen, tot: kunnen deze mensen eigenlijk wel een kwast vasthouden?’

Twee werelden
Het zijn nog wel twee werelden: die van de mensen met en zonder beperking, concludeert clusterleider Radix. ‘We moeten elkaar echt opnieuw leren kennen. Daar hebben we nog echt een slag te slaan. Als ik terughoor hoe het hier nog niet zo lang geleden ging, denk ik: ik schaam me rot.’ Deelnemer Theo Huisman: ‘Daar kun jij toch niks aan doen? Dat is jou ook gewoon maar geleerd.’
Nog een paar nachtjes, dan opent het activiteitencentrum nieuwe stijl. Aan de opening alleen al kun je zien wat er anders is. De cliënten maakten zelf de brochure: Leys de tekst, Kerman de foto’s en Pouw de vormgeving. Leys: ‘En dan nog moet je uitkijken dat sommige begeleiders het niet overnemen. We waren eigenlijk al klaar met de brochure. Iedereen was het er over eens dat het zo moest worden. Kwam er een begeleider die zei: kom maar even hier, dan verbeter ik het nog wat. Die wilde er gewoon weer haar eigen ding van maken. Ik heb gezegd: Echt niet, dit is onze folder en hij is akkoord en als je het niet bevalt, gaan we nu naar Marianne.’
Marianne Radix: ‘Kijk, en dat is waar we naartoe willen. Natuurlijk hebben we nog steeds onze collecties. Er moet wel iets van continuïteit zitten in de producten die we verkopen in onze winkel. Maar als er een rode schaal gepland is en een cliënt denkt dat-ie mooier is in het paars zeggen we nu: natuurlijk, probeer het maar in het paars, laat maar zien hoe prachtig het is.’