Achtergrond

‘Wet Zorg en dwang vereist nieuwe manier van werken’

De wet Zorg en dwang heeft grote gevolgen voor de manier waarop zorgaanbieders moeten gaan werken. Dat zegt Marjolein van Vliet, senior beleidsmedewerker bij Vilans, op het videokanaal van Markant.

Op 19 september werd de wet Zorg en dwang aangenomen door de Tweede Kamer, na vier lange debatten en jarenlange discussies die eraan vooraf zijn gegaan. De wet heeft betrekking op onvrijwillige zorg in de gehandicaptenzorg en de zorg voor ouderen met dementie.

Volgens Van Vliet moeten zorgaanbieders om te voldoen aan de eisen in de wet ‘echt anders’ gaan werken. Uitgangspunt is het principe ‘Nee, tenzij’. Onvrijwillige zorg mag alleen worden toegepast als er geen andere mogelijkheden zijn. Het gaat om alle zorg waarvoor de cliënt geen toestemming heeft verleend, of waartegen hij zich verzet. Van separeren en fixeren tot bedhekjes, rolstoelbladen, camera’s en medicatie.

Zodra er sprake is van onvrijwilligheid moet het zogeheten opschalingsmodel of stappenplan worden gevolgd: de maatregel wordt besproken in een multidisciplinair team en als deze na enige tijd niet is afgebouwd of vervangen door een alternatief ook met externe deskundigen. De wet heeft betrekking op alle cliënten, ook mensen die thuis professionele zorg krijgen.

Van Vliet komt ook aan het woord in een artikel over onvrijwillige zorg dat verschijnt in het novembernummer van Markant. Hierin komen ook de zeven kwaliteitscriteria aan de orde die de projectgroep Dwang en drang op 29 oktober zal presenteren. En er wordt beschreven hoe het onderdeel STEVIG van Dichterbij medewerkers voorbereidt op de gevolgen van de wet.

Deze pagina is een onderdeel van: